Messias

En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan...


Stel je stapt op de verkeerde trein. Zodra je opkijkt en uit het raam staart, komt de omgeving je zeer onbekend voor en een gevoel van onrust kruipt naar boven. Het is een sneltrein en je kunt er voorlopig niet uit. Je passeert eerstvolgend stationnetje en met veel moeite ontwaar je de voorbij schietende plaatsnaam. Dan volgt weer een stationnetje, enzovoorts. Aan de hand van je mobiel ontdek je op welke route je zit. Intussen zijn al vier stations gepasseerd en op je mobiel ontdek je dat er nog eens zes zullen volgen, voordat de trein stopt en je kunt overstappen. Hoe groot is de kans dat je inderdaad die zes stations langs zult komen?

Rond het begin van onze jaartelling zagen veel Israëlieten uit naar de komst van de beloofde Messias, de Gezalfde, de Christus, die zijn volk zou verlossen. Heel scherp was die verwachting niet omdat zij toen niet precies wisten welke geschriften op welke manier in vervulling zouden gaan. Er was zelfs een theorie van twee elkaar aanvullende ‘Messiassen’, een 'Messiah ben Joseph' en een 'Messiah ben David'. Er bestaan namelijk twee totaal verschillende reeksen van profetieën. Aan de ene kant was er een serie schriften over de lijdende knecht des Heren, de Man van smarten – het Lam dat ter slachting werd geleid, zoals Hij beschreven wordt in Jesaja 53. Aan de andere kant was er een categorie profetieën over de heersende Messias, die vanaf de troon van zijn vader David zou regeren over Israël en over de wereld, zoals beschreven in Psalm 2 en Jesaja 49:6. De kern van de boodschap van de apostelen direct na de opstanding was dat er slechts één ware Christus was: Jezus. Deze Jezus had het eerste type profetieën reeds vervuld en zou tevens de tweede serie waarmaken doordat Hij na zijn lijden was opgestaan uit het graf en na zijn opname in de hemel de plaats van de allerhoogste eer had ontvangen.

Het profetisch woord van God is als een spoorlijn. Zodra je erop zit, dendert de trein door, totdat alle stations zijn gepasseerd. De tweede reeks schriften zal door Christus worden vervuld bij zijn tweede komst ‘met de wolken van de hemel’. Maar hoe gedegen is het spoor? Hoe vast ligt de route? Hoe groot was de kans dat die eerste reeks profetieën bij toeval in vervulling zou zijn gegaan, zonder dat Jezus werkelijk de Messias was? En hoe groot is dus de kans dat Hij wel de Messias is en dat Hij inderdaad zal terugkomen met de wolken van de hemel?


Dat de eerste serie profetieën letterlijk in vervulling is gegaan, ontgaat velen doordat voorspelling en uitkomst onderdeel zijn van één en hetzelfde boek, de Bijbel. Men realiseert zich niet dat de Bijbel is geschreven door vele verschillende auteurs over een periode van meer dan 1500 jaar. Voorzeggingen van vele eeuwen eerder zijn letterlijk uitgekomen, bij de eerste komt van Jezus Christus, 2000 jaar geleden. Dat is de garantie dat ook de tweede reeks geschriften letterlijk zal uitkomen. We zetten hier de profetieën die gegeven waren over de eerste komst van Christus op een rijtje en kijken of en zo ja, hoe die in vervulling zijn gegaan. Vervolgens kijken we hoe groot de kans is dat dit bij toeval plaatsvond. De datering is grotendeels gebaseerd op de herziene chronologie van Perzië.


Profetie 1

Bijbelse voorspelling door Daniël (489 voor Chr.): Daniël 9:25 ‘U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in benauwde tijden. Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn.’

Uitkomst: Kort na de profetie kwam in het jaar 489 vóór Christus inderdaad een decreet van Kores, de Perzische vorst van het wereldrijk, dat de Joden opdracht gaf om terug te keren tot Jeruzalem en om de tempel en later de muur te herbouwen. Gezien het de dood van Herodes en gouverneurschap van Cyrenius tijdens de volkstelling door Augustus, was dit rond het jaar 6 voor Christus (de Monnik die Jezus’ geboorte als het begin van de jaartelling bepaalde, zat er een aantal jaren naast): Lukas 2:1 ‘En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden. Deze eerste inschrijving vond plaats toen Cyrenius over Syrië stadhouder was.’ Jezus Christus werd geboren precies 69 x 7 = 483 jaar na het decreet: van 489 voor Chr. tot 6 voor Chr. verliepen precies 483 jaar.


Profetie 2

Bijbelse voorspelling door Jacob (1637 voor Chr.): Genesis 49:10 ‘De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen.’

Uitkomst: Silo was Degene onder wiens heerschappij wereldvrede zou heersen. Silo of 'Shiloh' was voor de rabbijnen het codewoord voor de Messias. De scepter of heersersstaf stond voor zelfstandige rechtspraak door het volk, met name inzake de doodstraf. Het was de kern van de overheidstaak, na de zondvloed ingesteld door God Zelf in Genesis 9: ’’Wie ’s mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden." Ondanks de ballingschap onder het Babylonische wereldrijk was dit recht het volk Israël gedurende al die eeuwen niet ontnomen. Dat moment kwam pas in het jaar 6/7 AD. Toen verloor het Joodse volk het recht de doodstraf uit te oefenen vanwege het wanbestuur van Archelaüs, de zoon van Herodes, die de kindermoord in Bethlehem op zijn geweten had. Judea werd van koninkrijk gedegradeerd tot Romeinse provincie. De Joden beseften maar al te goed wat dat inhield. Volgens geschiedschrijver Josephus en de Talmud gingen de leden van het Sanhedrin in zak en as door de straten van Jeruzalem met de woorden: ‘wee ons want de scepter is ons ontnomen en Shiloh is niet gekomen’, niet wetend dat de twaalfjarige Jezus op dat moment in Nazareth woonde en twee decennia later als Messias zou verschijnen. Shiloh was wèl gekomen. Toen Hij verscheen en door zijn volk werd verworpen, kon Hij niet door het volk gedood worden maar waren ze voor het doodvonnis afhankelijk van Pilatus, zo blijkt ook uit de evangeliën: ‘Pilatus dan zei tegen hen: Neemt u Hem en oordeel Hem volgens uw wet. De Joden dan zeiden tegen hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden.’


Profetie 3

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 7:14 ‘Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.’

Uitkomst: Gabriël kondigt aan Maria aan dat ze zwanger zou worden uit de Heilige Geest. Ze is op dat moment in ondertrouw met Jozef, hetgeen betekent dat ze geen gemeenschap hebben. Op het moment dat ze in verwachting blijkt en Josef haar wil verstoten omdat hij Maria verdenkt van ontrouw, ontvangt hij van de engel dezelfde mededeling, dat ze zwanger is uit de Heilige Geest.


Profetie 4

Bijbelse voorspelling door Micha (700 voor Chr.): Micha 5:1 ‘En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.’

Uitkomst: Hoewel Josef en Maria woonden in Galilea, in Nazareth, werden ze door het keizerlijk bevel gedwongen af te reizen naar Judea, naar Bethlehem, om zich daar te laten inschrijven. Dat gebeurde in de dagen dat de zwangerschap van Maria afliep en zo gebeurde het dat Jezus in het overvolle Bethlehem geboren werd. Ze legde hem in een kribbe omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. Enige tijd later vonden ze daar een huis, waar de Magiërs uit het Oosten kwamen om het Kind te aanbidden en moesten ze vandaar vluchten naar Egypte vanwege Herodes.


Profetie 5

Bijbelse voorspelling door Bileam (1400 voor Chr.): Numeri 24:17 ‘Ik zal hem zien, maar niet nu; ik zal hem aanschouwen, maar niet van nabij. Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen; hij zal de flanken van Moab verbrijzelen en alle zonen van Seth vernietigen.’

Uitkomst: Bij de geboorte van Jezus zagen wijzen in het Oosten zijn ster. Dat was voor hen het teken om te vertrekken naar Judea omdat ze uit deze ster opmaakten dat de Koning der Joden geboren was, een geboorte die wereldwijde impact zou hebben. Welke sterformatie ze in het Oosten zagen is niet zeker. Kepler dacht aan een conjunctie tussen Jupiter, Saturnus en Mars, anderen aan Jupiter en Venus, anderen aan een Velen denken aan de constellatie van Jupiter en venus, weer anderen aan een komeet, zoals Halley en ten slotte een supernova. Het verschijnsel moet zich in ieder geval in de jaren 5-7 voor Chr. hebben voorgedaan en meerdere maanden aan de hemel te zien zijn geweest.


Profetie 6

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 60:3 En heidenvolken zullen naar uw licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad….Een menigte kamelen zal u bedekken, de jonge kamelen van Midian en Efa. Zij allen uit Sjeba zullen komen, goud en wierook zullen zij aandragen, zij zullen de loffelijke daden van de HEERE boodschappen.

Uitkomst: Bij de geboorte van Jezus kwamen wijzen uit het Oosten vanwege de ster die zij in het Oosten gezien hadden naar Jeruzalem om de Koning der Joden te aanbidden. Zij boden het Kind geschenken aan van goud, wierook en mirre.


Profetie 7

Bijbelse voorspelling door Jeremia (556 voor Chr.): Jeremia 31:15 ‘Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een rouwklacht, een zeer bitter geween: Rachel weent over haar kinderen. Zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, want zij zijn er niet meer.’

Uitkomst: Na de vlucht van Jozef met het Kind Jezus en zijn moeder naar Egypte liet koning Herodes alle kinderen in Bethlehem van twee jaar en jonger vermoorden.


Profetie 8

Bijbelse voorspelling door Hosea (770 voor Chr.): Hosea 11:1 ‘Toen Israël een kind was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.’

Uitkomst: In veel zaken volgt Jezus in zijn leven de geschiedenis van het volk Israël. Eén daarvan is de uittocht uit Egypte. Ook Jezus zou, net als het volk enige tijd in Egypte verblijven en daarna door God uit Egypte worden geroepen om terug te keren naar het beloofde land.


Profetie 9

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.) en Maleachi (470 voor Chr.):  Jesaja 40:3 'Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de HEERE, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God.' Maleachi 4:5 'Zie, Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende dag. Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.'

Uitkomst: De bediening van Jezus werd ingeleid door het optreden van Johannes de doper, die optrad in de geest en in de kracht van de profeet Elia.


Profetie 10

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 53:2,3 'Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht, als een wortel uit dorre aarde. Gestalte of glorie had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben. Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht..'

Uitkomst: De regio en de plaats waar Jezus zijn jeugd doorbracht en voor het groot publiek vandaan kwam was Galilea, Nazareth. Dat was een regio waarop vanuit de elite en de gegoede burgerij in Judea werd neergekeken en een plaats die in Galilea niet best bekend stond. ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’, was de vraag van Nathanaël, een van Jezus discipelen voordat hij Jezus leerde kennen. Aanvankelijk wilden Jozef en Maria zich in Bethlehem vestigen maar ze veranderden van gedachte toen ze hoorden dat de onberekenbare Archelaïs koning was geworden in plaats van zijn vader Herodes.


Profetie 11

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 61:1 ‘De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen. Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis; om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE…’

Uitkomst: Jezus las dit gedeelte uit Jesaja voor in de synagoge te Nazareth, ging zitten en zei: ‘Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.’


Profetie 12

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 8:23 en 9:1 ‘Voorzeker, er zal geen donkerheid blijven voor het land waarin benauwdheid is. Zoals Hij in vroeger tijd minachting heeft gebracht over het land van Zebulon en over het land van Naftali, zo zal Hij in later tijd eer bewijzen aan de Weg van de zee, de overkant van de Jordaan, het Galilea waar de heidenvolken wonen. Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen.’

Uitkomst: Jezus verhuisde van Nazareth naar Kapernaüm, het voormalige gebied van de stammen Zebulon en Naftali, bij de zee van Galilea en predikte in de omgeving van het meer en deed daar de meeste van zijn wonderen. De Israëlieten uit de dagen van Jezus waren echter vermengd met heidenen, niet-Israëlieten, vanwege het turbulente verleden van het volk, de splitsing van het koninkrijk en de ballingschap van beide rijken en de gedeeltelijke terugkeer, enkele eeuwen voor Christus. Daarna ondergingen land en volk veel Hellenistische (Griekse) invloed. Dat had zich allemaal afgespeeld nadat Jesaja deze profetie op schrift had gesteld.


Profetie 13

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 69:10 Want de ijver voor Uw huis heeft mij verteerd; al de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen.

Uitkomst: De discipelen brachten deze Psalm later in verband met de tempelreiniging, waarbij Jezus geheel alleen op een van de hoogtijdagen (in verband met het naderende Joodse Paasfeest) het volledige tempelplein schoonveegde van alle kooplieden.


Profetie 14

Bijbelse voorspelling door Jesaja (670 voor Chr.): Jesaja 53:4 ‘Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.’

Uitkomst: Jezus genas vele mensen van hun ziekten en kwalen.


Profetie 15

Bijbelse voorspelling door Jesaja (670 voor Chr.): Jesaja 42:6 ‘Ík, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, Ik zal U bij Uw hand grijpen, Ik zal U beschermen en Ik zal U stellen tot een verbond voor het volk, tot een licht voor de heidenvolken, om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis zitten.’

Uitkomst: Jezus genas veel blinden en gaf ze hun gezichtsvermogen terug.


Profetie 16

Bijbelse voorspelling door Jesaja (670 voor Chr.): Jesaja 35:6 'Dan zal de kreupele springen als een hert, de tong van de stomme zal juichen. Want in de woestijn zullen wateren zich een weg banen en beken in de wildernis.'

Uitkomst: Jezus genas lammen en kreupelen, zodat ze konden lopen en springen. Ook genas Hij stommen en doofstommen, die weer konden spreken en horen.


Profetie 17

Bijbelse voorspelling door Jesaja (670 voor Chr.): Jesaja 29:18 'Op die dag zullen de doven horen de woorden van het Boek, en, verlost van donkerheid en duisternis, zullen de ogen van de blinden zien. Jesaja 35:5 'Dan zullen de ogen van de blinden worden opengedaan, de oren van de doven zullen worden geopend.'

Uitkomst: Jezus genas doven en gaf ze hun gehoor terug.


Profetie 18

Bijbelse voorspelling door een Psalminst (1000 voor Chr.): Psalm 107:28 'Maar toen zij in hun benauwdheid tot de HEERE riepen, leidde Hij hen uit hun angsten. Hij brengt de storm tot stilte, zodat hun golven zwijgen. Dan zijn zij verblijd, omdat de wateren gestild zij en Hij hen naar de haven van hun wens leidde.'

Uitkomst: Tot twee keer toe heeft Jezus de storm gestild toen de discipelen in angst tot Hem riepen. De eerste keer was Hij aan boord, de tweede keer kwam Hij over de wateren naar ze toe lopen. De reactie van de discipelen was er een van diepe verwondering: ‘Wie is toch Deze, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzamen?’


Profetie 19

Bijbelse voorspelling door Jesaja (670 voor Chr.): Jesaja 42:1 ‘Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd.              Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan. Hij zal niet schreeuwen, Hij zal Zijn stem niet verheffen, Hij zal Zijn stem op straat niet laten horen. Het geknakte riet zal Hij niet verbreken, de uitdovende vlaspit zal Hij niet uitblussen; naar waarheid zal Hij het recht doen uitgaan. Hij zal niet uitdoven, Hij zal niet geknakt worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben gevestigd. De kustlanden zullen uitzien naar Zijn onderricht.’

Uitkomst: Jezus’ karakter was zachtmoedig en nederig. Hij drong Zichzelf niet naar de voorgrond maar gebood zijn discipelen streng dat ze niet bekend zouden maken Wie Hij was.


Profetie 20

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 6:9 'Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe, en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen.'

Uitkomst: De reactie van het volk Israël op de boodschap van Jezus was er een van onbegrip, vooral vanwege de leiding van het volk, die Jezus zagen als een bedreiging voor hun opvattingen en hun positie.


Profetie 21

Bijbelse voorspelling door Asaf (950 voor Chr.): Psalm 78:1 ‘Mijn volk, neem mijn onderricht ter ore, neig uw oor tot de woorden van mijn mond. Ik wil mijn mond met spreuken opendoen en van aloude verborgenheden doen overvloeien.’

Uitkomst: Zodra steeds duidelijker wordt dat de leiders van het volk Jezus, zijn wonderen en zijn leer verwerpt en Hem niet erkent als de lang verwachte Messias, trekt Hij Zich steeds vaker met zijn discipelen terug en beging Hij tot het volk te spreken in gelijkenissen, dat zijn allegorieën die veelal ontleend zijn aan zaken uit het dagelijks leven van die tijd.


Profetie 22

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 69:5 'Wie mij zonder reden haten, zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd; wie mij willen ombrengen en om valse redenen mijn vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.'

Uitkomst: De godsdienstige klasse van het volk heeft een intense haat tegen Jezus, zonder dat Hij hen persoonlijk iets had aangedaan. Hij sprak niets dan de waarheid over hun hypocriete houding, kwam op voor de eer van zijn Vader, die door hen was besmeurd, en hield hun een morele spiegel voor die hun weerzinwekkende innerlijk weerkaatste. In plaats van zich te bekeren hadden zij het vaste voornemen opgevat Hem te vermoorden.


Profetie 23

Bijbelse voorspelling door Zacharia (470 voor Chr.): Zacharia 9:9 ‘Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin.’

Uitkomst: Voorafgaand aan de intocht in Jeruzalem op Palmzondag gaf Jezus twee van zijn discipelen de opdracht om een ezelin en haar jong naar Hem toe te brengen. Daarna tilden zij Hem op het jong en zo reed Jezus, omgeven door juichende mensenmassa’s onder Hosannageroep de stad binnen.


Profetie 24

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 8:3 ‘Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders, om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.’

Uitkomst: Na de intocht en de tempelreiniging riepen kleine kinderen ‘Hosanna voor de Zoon van David’, tot grote ergernis van de Farizeeën. Jezus legde ze met het citeren van de eerste helft van bovenstaande tekst het zwijgen op en vervulde daarmee de tweede helft.


Profetie 25

Bijbelse voorspelling door Nathan (980 voor Chr.): en door Zacharia (470 voor Chr.): 2 Samuel 12:10 'Welnu dan, het zwaard zal voor eeuwig niet van uw huis wijken, omdat u Mij veracht hebt en de vrouw van Uria, de Hethiet, genomen hebt om u tot vrouw te zijn.' Zacharia 13:7 ‘Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder en tegen de Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE van de legermachten. Sla die Herder en de schapen zullen overal verspreid worden. Maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.’

Uitkomst: Het oordeel van het zwaard over zijn nageslacht werd David aangezegd vanwege zijn zonde met Bathseba. Het zwaard van God was uiteindelijk gericht tegen de grote Zoon van David, die tevens de Herder was van zijn volk. Toen Jezus gevangen genomen werd in de tuin van Gethsemané, zou het zwaard van het Joodse en het Romeinse gezag tegen Hem ontwaken. Het was tevens het moment dat zijn discipelen alle kanten op vluchten: de schapen werden verspreid.


Profetie 26

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 41:10 'Zelfs de man met wie ik in vrede leefde, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft zich tegen mij gekeerd - Letterlijk: heeft tegen mij een hiel groot gemaakt.'

Uitkomst: Eén van de twaalf discipelen, Judas, heeft Jezus voor geld verraden bij de godsdienstige klasse. Vlak voor het Joodse Paasfeest leidde hij een menigte aan tempeldienaren en Romeinse soldaten naar de geheime plaats op de Olijfberg waar Jezus zich met zijn discipelen terugtrok als ze in Jeruzalem waren.


Profetie 27

Bijbelse voorspelling door Zacharia (470 voor Chr.): Zacharia 11:12 ‘Want Ik had tegen hen gezegd: Als het goed is in uw ogen, geef Mij Mijn loon; zo niet, laat het na. Toen hebben zij Mijn loon afgewogen: dertig zilverstukken. Maar de HEERE zei tegen Mij: Werp dat de pottenbakker toe – een mooie prijs waarop Ik door hen geschat ben! Daarop nam Ik de dertig zilverstukken en wierp ze in het huis van de HEERE de pottenbakker toe.’

Uitkomst: Judas ontving van de overpriesters 30 zilverlingen als verradersloon maar kreeg wroeging en wierp ze de tempel in. De overpriesters hebben toen de zilverstukken opgeraapt en aan de pottenbakker betaald in ruil voor een stuk grond dat daarna werd gebruikt als begraafplaats voor vreemdelingen.


Profetie 28

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 69:26 'Laat hun tentenkamp verwoest worden, in hun tenten geen bewoner zijn.' En: Psalm 109:8 ‘Laten zijn dagen weinig zijn en laat een ander zijn ambt nemen.’

Uitkomst: Na Jezus te hebben verraden, kreeg Judas wroeging en pleegde hij zelfmoord, door zich op te hangen. Na Jezus’ hemelvaart werd op basis van deze Psalm zijn lege plek ingenomen door een andere discipel om het twaalftal weer vol te maken.


Profetie 29

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 53:12 'Daarom zal Ik Hem veel toedelen en machtigen zal Hij verdelen als buit, omdat Hij Zijn ziel heeft uitgestort in de dood, onder de overtreders is geteld, omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft en voor de overtreders gebeden heeft.’

Uitkomst: Bij zijn gevangenneming verzetten zijn discipelen zich met de twee zwaarden die ze na de viering van het Joodse Pascha uit de bovenzaal hadden meegenomen. Daarbij werd het oor van de slaaf van de Hogepriester geraakt, dat direct door Jezus werd genezen. Volgens Romeinen 13 riepen ze daarmee veroordeling over zichzelf af. Een tweede manier waarop dit in vervulling ging was dat Jezus tegelijk met twee rovers werd gekruisigd.


Profetie 30

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 53:12 'Daarom zal Ik Hem veel toedelen en machtigen zal Hij verdelen als buit, omdat Hij Zijn ziel heeft uitgestort in de dood, onder de overtreders is geteld, omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft en voor de overtreders gebeden heeft.’

Uitkomst: Bij zijn kruisiging bad Jezus voor zijn beulen: ‘Vader, vergeef hen want ze weten niet wat ze doen’.


Profetie 31

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 53:7 ‘Toen betaling geëist werd, werd Híj verdrukt, maar Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open.’

Uitkomst: Jezus heeft tijdens het Joodse proces voortdurend gezwegen en alleen iets gezegd toen de Hogepriester zwoer bij de Allerhoogste en Hem eiste te zeggen of Hij de Christus was. Tijdens het proces voor Pilatus heeft Jezus alleen gezwegen, hoewel de Joden Hem heftig stonden te beschuldigen.


Profetie 32

Bijbelse voorspelling door een Psalmdichter (1000 voor Chr.): Psalm 2:1 'Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat zonder inhoud is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde.'

Uitkomst: Voor de rechterstoel van Pilatus spande de Joodse elite samen met het Romeinse gezag om Jezus veroordeeld te krijgen. Na de terdoodveroordeling van Jezus sloten Herodes en Pilatus vriendschap, terwijl ze tevoren in vijandschap leefden.


Profetie 33

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.), Micha en Jesaja (700 voor Chr.): Psalm 129:3 'Ploegers hebben mijn rug geploegd, zij hebben hun voren lang gemaakt.' Micha 4:14 'Nu, groepeer u, dochter van de strijdbende! Zij gaan een belegering tegen ons opzetten. Zij zullen met een stok de rechter van Israël op de kaak slaan.' Jesaja 50:6 'Ik geef Mijn rug aan hen die Mij slaan, Mijn wangen aan hen die Mij de baard uitplukken. Mijn gezicht verberg Ik niet voor smaad en speeksel.'

Uitkomst: Jezus is vanaf het vonnis voor de Joodse raad doorlopend zwaar lichamelijk mishandeld, klappen in het gezicht, uitrukken van de baard, gespuugd in het gezicht, uitlopend op de verschrikkelijke geseling en bespotting door het Romeinse cohort.


Profetie 34

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.) Psalm 22:19 ‘Zij verdelen mijn kleding onder elkaar en werpen het lot om mijn gewaad.’

Uitkomst: Nadat ze Jezus aan het kruis hadden genageld gingen de soldaten zitten om de kleding van Jezus onder elkaar te verdelen. De rok was van bovenaf als één geheel geweven, zonder naad. Ze wilden die niet in stukken verdelen. Dan zou de waarde grotendeels verloren gaan. Ze besloten toen erom te dobbelen.


Profetie 35

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.) Psalm 22:8 'Allen die mij zien, bespotten mij; zij trekken de lippen op, zij schudden het hoofd en zeggen: Hij heeft zijn zaak op de HEERE gewenteld – laat Die hem bevrijden! Laat Die hem redden, als Hij hem genegen is.'

Uitkomst: Dit was de verbale aanval op Jezus door de elite van de Joden, toen Hij aan het kruis hing. Letterlijk riepen ze: “Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is, want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.”


Profetie 36

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.) en Zacharia (470 voor Chr.) Psalm 22:15 'Als water ben ik uitgestort, ontwricht zijn al mijn beenderen; mijn hart is als was, het is gesmolten diep in mijn binnenste. Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; U legt mij in het stof van de dood. Want honden hebben mij omsingeld, een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord.. Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; en zij, zij zien het aan, zij kijken naar mij.' Zacharia 13:6 'Als men tegen hem zegt: Wat betekenen deze wonden in uw handen? Dan zal hij zeggen: Dat ik geslagen ben in het huis van hen die mij liefhebben.'

Uitkomst: Dit is een zeer treffende weergave van wat een gekruisigde overkomt en voelt: een extreme vorm van marteling. Vreselijke uitdroging. Handen en voeten zijn doorboord. Armen raken ontwricht. In de tijd van David bestond deze Romeinse manier van kruisiging nog niet.


Profetie 37

Bijbelse voorspelling via Mozes (1400 voor Chr.): Genesis 3:15 'En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.'

Uitkomst: Allereerst was Jezus het zaad van de vrouw, geboren uit een maagd, zonder tussenkomst van mannelijk zaad. Ten tweede werd de Romeinse draadnagel bij de kruisiging door de hielen van Jezus gedreven.


Profetie 38

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 22:2 'Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten, bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?'

Uitkomst: Dit zijn de woorden die Jezus uitte aan het slot van de drie uren van duisternis aan het kruis.


Profetie 39

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 53:5 ‘Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen.’

Uitkomst: Jezus droeg aan het kruis de zonden van hen die in Hem zouden geloven.


Profetie 40

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 69:22 'Ja, zij hebben mij gal als mijn voedsel gegeven, in mijn dorst hebben zij mij zure wijn laten drinken.'

Uitkomst: Na meer dan drie uur aan het kruis te hebben gehangen vroeg Jezus te dringen met de worden ‘Mij dorst’. Hij deed dat om deze Psalm in vervulling te laten gaan.


Profetie 41

Bijbelse voorspelling door Mozes en David (1400 voor Chr.) Exodus 12:46 'In één huis moet het gegeten worden. U mag van het vlees niets uit het huis naar buiten brengen, en u mag er geen been van breken.' Psalm 34:20,21 'De rechtvaardige heeft veel ellende, maar uit dat alles redt de HEERE hem. Hij bewaart al zijn beenderen, niet één daarvan wordt gebroken.'

Uitkomst: De Joden vroegen Pilatus de lichamen van de gekruisigden te verwijderen in verband met de naderende Sabbat, die ook nog eens samenviel met het Joodse Paasfeest. Gewoonlijk braken de soldaten in zo’n geval de benen van de gekruisigden, zodat ze zouden stikken (uitademen kon een gekruisigde alleen als hij zich oprichtte). Toen ze bij Jezus kwamen, zagen ze dat Hij al gestorven was, dus braken ze zijn benen niet.


Profetie 42

Bijbelse voorspelling door Zacharia (470 voor Chr.): Zacharia 12:10 'Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.'

Uitkomst: De soldaten, die opdracht hadden gekregen de benen van de gekruisigden te breken, zodat ze zouden sterven, zagen dat Jezus al gestorven was. In plaats van Hem de benen te breken doorstaken ze zijn zijde, zodanig dat er water en bloed uitkwam. Dat zijn volk Hem als zodanig zal aanschouwen, wacht nog op zijn tweede komst.


Profetie 43

Bijbelse voorspelling door Jesaja (700 voor Chr.): Jesaja 53:9 'Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond geweest is.'

Uitkomst: De bedoeling van de priesterklasse was dat Jezus met de gekruisigde rovers, die links en rechts van Hem waren gekruisigd, in een massagraf zou worden gegooid. Echter Jozef van Arimathea, een welgesteld lid van de Joodse Raad, die niet had ingestemd met hun handelswijze, was de Joden voor en vroeg Pilatus vlak na Christus’ sterven om het lichaam. Hij kocht een linnen doek, nam Jezus van het kruis en legde Hem in zijn eigen, in de rots uitgehouwen graf.


Profetie 44

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.) en Hosea (700 voor Chr.) en Jona (750 voor Chr.): Psalm 16:9 'Daarom is mijn hart verblijd en mijn eer verheugt zich, ook zal mijn lichaam veilig wonen. Want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten, U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet.' Hosea 6:1 'Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden. Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven.' Jona 1:17 'En de HEERE beschikte een grote vis om Jona op te slokken. Jona was drie dagen en drie nachten in het binnenste van de vis.'

Uitkomst: Jezus is, nadat Hij het oordeel over de zonden van het volk had gedragen en was gestorven, niet in het graf gebleven maar is op de derde dag opgestaan. Overigens had Jezus dat Zelf bij diverse gelegenheden, zowel aan zijn disicpelen als aan de oversten van het volkaangekondigd.


Profetie 45

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 22:23 'Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in het midden van de gemeente zal ik U loven.'

Uitkomst: Na zijn opstanding noemde Jezus zijn discipelen voor het eerst ‘mijn broeders’ en op de avond van de opstanding stond Hij in hun midden met de woorden ‘vrede zij u’.


Profetie 46

Bijbelse voorspelling door David (1000 voor Chr.): Psalm 110:1 'De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten.'

Uitkomst: Veertig dagen na zijn opstanding is Jezus opgevaren naar de hemel en daar heeft Hij Zich gezet aan de rechterhand van God.


Profetie 47

Bijbelse voorspelling door Nathan en Ethan aan David (970 voor Chr.) en Daniël (470 voor Chr.): 2 Samuel 7:12 ‘Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn.’ Psalm 89:36 ‘Eens heb Ik gezworen bij Mijn heiligheid: Nooit zal Ik tegen David liegen! Zijn nageslacht zal voor eeuwig blijven, zijn troon zal vóór Mij zijn, vast als de zon. Hij zal voor eeuwig standhouden, zoals de maan; de getuige hoog aan de hemel is trouw.’ Daniël 7:13 'Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.'

Uitkomst: Jezus was via de lijn van Jozef rechthebbende op de troon van David en via de lijn van Maria biologisch afstammeling van David maar tevens Zoon van God, geboren als Hij was uit de Heilige Geest. Hij ontving na zijn opstanding reeds alle macht in hemel en op aarde en zal die eens uitoefenen. Terwijl Hij voor het Sanhedrin stond, legde Hij het getuigenis af: ‘Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechterhand van de kracht van God.’


Profetie 48

Bijbelse voorspelling door een Psalmdichter (1000 voor Chr.) en Jesaja (700 voor Chr.): Psalm 118:22,23 'De steen die de bouwers verworpen hadden, is tot een hoeksteen geworden. Dit is door de HEERE geschied, het is wonderlijk in onze ogen.' Jesaja 8:15 'Velen onder hen zullen struikelen, vallen en gebroken worden, verstrikt raken en gevangen worden.'

Uitkomst: Jezus werd verworpen door zijn eigen volk als een steen die niet in hun plannen paste. Hij was de HEER hun God maar was voor hen een steen des aanstoots. Zij zouden als volk ten val komen maar Hij zou de hoeksteen worden van iets totaal nieuws.


Profetie 49

Bijbelse voorspelling door Mozes (700 voor Chr.): Jesaja 55:5 ‘Zie, U zult een volk roepen dat U niet kende, en het volk dat U niet kende, zal naar U toe snellen, omwille van de HEERE, Uw God, voor de Heilige van Israël, want Hij heeft U verheerlijkt.’

Uitkomst: Jezus zei tegen de Joden van zijn tijd: ‘Ik u dat het Koninkrijk van God van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt.’ Dat is ook gebeurd met de prediking die uitging onder de volken, terwijl God zijn plannen met Israël voorlopig stop zette.


Profetie 50

Bijbelse voorspelling door Mozes (1400 voor Chr.): Deuteronomium 18:18 'Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken. En met de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal het zó zijn: Ík zal rekenschap van hem eisen.'

Uitkomst: God zond zijn volk een groot Profeet in de Persoon van Jezus. Toen het volk Israël niet naar Jezus wilde luisteren en, na zijn opstandig en hemelvaart ook niet luisterde naar de discipelen, werd Jeruzalem door de Romeinse legioenen vanaf het jaar 66 voortdurend aangevallen.

Profetie 51

Bijbelse voorspelling door Joël (700 voor Chr.): Micha 3:12 ‘Daarom zal omwille van u Sion als een akker omgeploegd worden, Jeruzalem een puinhoop worden en de berg van dit huis tot hoogten in het woud.'

Uitkomst: Jezus knoopte bij deze profetie aan toen de Godsdienstige elite bleef weigeren naar Hem te luisteren en zich te bekeren. Na een morele tirade tegen de Farizeeën zei Hij: ‘Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!’ In het jaar 70 AD werden Jeruzalem en de tempel inderdaad totaal verwoest door de Romeinse legioenen.


Profetie 52

Bijbelse voorspelling door Joël (800 voor Chr.): Joël 2:28 'Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien.'

Uitkomst: Op het Joodse Pinksterfeest, vijftig dagen na de opstanding stortte God zijn Geest uit op de 120 volgelingen van Jezus in Jeruzalem. Op de prediking die volgde, kwamen die dag 3000 mensen tot bekering, die zich lieten dopen.


Profetie 53

Bijbelse voorspelling door Joël (800 voor Chr.): Joël 2:32 'Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HEERE roepen zal.'

Uitkomst: Na de opstanding en hemelvaart en uitstorting van de Heilige Geest predikten de apostelen onder het volk Israël, dat er behoudenis was in de naam van Jezus.


Kans dat Jezus de Messias is

Als de kans op uitkomen bij elke profetie op 50% wordt gesteld, dan zou het gezamenlijk uitkomen van al deze profetieën in het leven van Jezus gelijk zijn aan 0,5 tot de macht 53. Dat is een kans van één biljardste. Dat is in wezen een kans van nagenoeg nul dat Jezus NIET de Messias is en dat het allemaal maar toeval was – nog afgezien van alle wonderen die Hij verrichtte en zijn opstandig uit het graf.

Echter, er zijn meerdere profetieën die dermate specifiek zijn, dat de kans op het bij toeval uitkomen ervan nog veel kleiner moet worden ingeschat dan 1 biljardste. Bijvoorbeeld de kans dat zijn geboorte precies samenviel met het einde van de 69 jaarweken. Ook is de kans bijzonder klein dat Judas exact 30 zilverlingen zou ontvangen voor zijn verraad, deze in de tempel zou smijten en dat dit geld vervolgens gebruikt zou worden om de pottenbakker te betalen voor een stuk grond voor een begraafplaats. Verder is er slechts een piepkleine kans dat de benen van Jezus na zijn sterven niet gebroken zouden worden, zo vlak voor het Pascha en dat in plaats daarvan zijn zijde zou worden doorboord.

Met zoveel uitgekomen voorspellingen over het leven, de bediening en de dood van Jezus, die allemaal eeuwen oud waren en waarvan er sommige zeer specifiek zijn, is het voor 100% zeker dat Hij is Wie Hij pretendeerde te zijn, de langverwachte Messias van Israël en de Zoon van God en dat Hij als God Degene is geweest Die Zelf intrede deed in zijn schepping en alles orchestreerde.


Het volgende station

De gebeurtenissen rond de Persoon van Jezus zijn circa 2000 jaar oud. Sindsdien is Hij uit het zicht verdwenen. De profetische trein lijkt niet langer te rijden. Echter, dat is slechts schijn. Wel zit er een enorme afstand tussen twee opeenvolgende stations. De eerste serie profetieën over de lijdende Knecht van de Heer is uitgekomen. Dat de overige profetieën, van de Koning, die in gerechtigheid zal regeren tot aan de uiterste einden der aarde, eveneens zullen uitkomen, is 100% zeker. De vraag is niet óf de Apocalypse ooit zal plaatsvinden, de vraag is alleen wánneer. Hij die was en die is en die komt. Hij komt met de wolken...spoedig. Het volgende station is in zicht.

verleden

Uit Hem zijn alle dingen

De Schrift