heelal

De oorsprong van het heelal


De oude grieken veronderstelden dat het HEELAL EEUWIG was, zonder begin en zonder einde. Ontdekkingen in de twintigste eeuw maakten aan die veronderstelling een einde. De ROODVERSCHUIVING van sterrenstelsels betekende dat zij met enorme snelheden uiteen vlogen. Het heelal, als verzameling van sterrenstelsels, dijt uit. Kan het heelal dan nog steeds eeuwig zijn? Dat zou nog kunnen als er met dezelfde snelheid, waarmee het heelal uitdijt, in het centrum van het heelal nieuwe sterren ontstaan. Er zou dan sprake zijn van een soort eeuwigdurende kringloop. Zo bleef de vraag staan: had het heelal een beginpunt of was het toch eeuwig?


In de jaren zestig werd de tamelijk GELIJKMATIGE ACHTERGRONDSTRALING in het heelal ontdekt. Die werd opgevat als een soort echo van een oerknal waarmee het heelal zou zijn begonnen. Van toen af kozen wetenschappers steeds meer voor een hypothese van een beginpunt van het heelal, het absolute ‘niets’, waar door middel van deze oerknal alles uit zou zijn voortgekomen. Op basis van geschatte afstanden en snelheden kwam men tot de conclusie dat het centrale beginpunt van het heelal 13,8 miljard jaar geleden tot explosie zou zijn gekomen en sindsdien vliegt het sterrenstof alle kanten op.

Hoe kan een geordend heelal ontstaan uit een explosie van ‘niets’? Die vraag wordt door de wetenschap niet beantwoord. De oerknalhypothese gaat volledig in tegen een belangrijke grondwet van de natuurwetenschap, de TWEEDE WET VAN DE THERMODYNAMICA, die zegt dat in een gesloten systeem altijd sprake is van een verval van orde naar wanorde, niet andersom. Gesteld wordt dan dat het heelal GEEN GESLOTEN SYSTEEM is. Maar als dat zo is, Wie of Wat heeft dan de informatie voor de toenemende orde van buitenaf in het heelal aangebracht?

Overigens zijn er, naast het probleem van de toenemende orde, nog andere ontdekkingen die de hypothese van de oerknal ter discussie stellen. Om de bewegingen van sterrenstelsels te verklaren veronderstellen wetenschappers de aanwezigheid van zogenaamde ‘DONKERE MATERIE’. Echter, men heeft die donkere materie nog nooit waargenomen en MEN WEET DUS NIET waaruit die donkere materie bestaat. Het is een onbewezen werkhypothese. De wetenschap rond de oorsprong en de werking van het heelal is niets anders dan een bouwsel van aannamen.

Intussen schiet de hoeveelheid donkere materie die men veronderstelt, te kort voor de VERKLARING van de bewegingen van sterrenstelsels. De wetenschap blijft echter voortbouwen op eerder gedane aannames. Het wordt tijd voor een PARADIGMAWISSELING. De nieuwe gegevens van de laatste decennia noodzaken tot een totaal nieuwe kijk op de werkelijkheid, waarin plaats is voor de Schepper en zijn Woord.

verleden

Uit Hem zijn alle dingen

De Essentie

Dawkins

Niks