(B)Engelen

'En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren van de hemel mee en wierp ze op de aarde.’

(Openbaring 12:4)

Er bestaat een zeer simpel beeld van de geestelijke werkelijkheid achter onze wereld, die uitgaat van één enkele grote tegenstander tegen God, satan of duivel genoemd, die een derde van alle engelen reeds vóór de schepping van de mens zover had gekregen om samen met hem tegen God in opstand te komen.

Dit simpele beeld van de geestelijke realiteit achter onze wereld is zeer diep ingesleten in de christelijke denkwereld en wordt door talloze uitleggers klakkeloos gevolgd. Maar dit beeld vindt vrijwel geen enkele steun vanuit de Schrift. De enige tekst in de Bijbel waaraan dit wordt ontleend, is Openbaring 12:3 en 4, waar het volgende staat:

‘En er werd een ander teken gezien in de hemel; en zie, een grote, vuurrode draak met zeven koppen en tien horens en op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren van de hemel mee en wierp ze op de aarde.’

Dat dit gedeelte wordt uitgelegd als iets dat zou slaan op een derde van de engelen en dat zou hebben plaatsgevonden vóór de schepping van de mens is onbegrijpelijk, zelfs bij een eerste oppervlakkige lezing.

(1) De context van de ‘ark van het verbond’ wordt genegeerd (Op.11:19)

(2) De context van het eerste grote teken, de zwangere vrouw bekleed met de zon en de maan aan haar voeten en een kroon van twaalf sterren, wordt genegeerd (Op.12:1,2)

(3) Het parallelle gedeelte van de Schrift in Daniël 8:10,24 wordt genegeerd.

(4) De gebeurtenissen die volgen op het gedeelte worden genegeerd, de geboorte en het wegrukken van de mannelijke Zoon, de vlucht van de vrouw en de pas daarná volgende oorlog in de hemel (zonder vermelding van een bepaald deel van de engelen) en het ter aarde werpen van satan en zijn engelen.

Hieronder wordt eerst dieper ingegaan op deze vier punten. Daarna zal op basis van enkele Bijbelteksten, gepoogd worden een alternatieve kijk op de engelenwereld voor te stellen.

(1) Alvorens te spreken over ‘tekenen in de hemel’ noemt Johannes, de schrijver van Openbaring, allereerst het openen van ‘de tempel in de hemel’ waarin vervolgens ‘de ark van Gods verbond’ wordt gezien (Openbaring 11:19). Dit duidt erop dat er een verband bestaat tussen het teken van de draak en het volk Israël, dat deze ‘ark van het verbond’ in hun midden had. Vanwege de afgoderij, waaraan het volk door de eeuwen heen hardnekkig bleef vasthouden, besloot God zijn tempel en de heilige stad en zijn volk voor enige tijd op te geven. De ark werd ergens verstopt (niemand weet tot op de dag van vandaag waar) en kort daarna vond de verwoesting van de tempel en de stad plaats door de legers van Nebukadnezar en werd het volk in ballingschap weggevoerd naar Babel.

Sindsdien is de woonplaats van God verplaatst naar de hemel. Daarom zien we de ark van het verbond in Openbaring 11:19 in een hemelse tempel. En de heerschappij van God door middel van zijn volk Israël veranderde in een heerschappij van de wereldrijken, waarvan er vier zijn verschenen. Zeven deelrijken van deze vier wereldrijken hebben het volk Israël in hun voortbestaan bedreigd. Dit is de betekenis van de draak met zeven koppen en op de koppen zeven kronen. Het teken maakt duidelijk dat God de wereld op een zeer indirecte manier bestuurt. De ongehoorzaamheid van het volk Israël aan God heeft ervoor gezorgd dat de macht over de wereld bij satan kwam te liggen. Daarom kon satan alle koninkrijken van 'het aardrijk' aan Jezus laten zien en tegen Jezus zeggen: ‘U zal ik deze macht en hun heerlijkheid geven, want zij is mij overgegeven en ik geef ze aan wie ik wil’ (Lukas 4:6).

(2) De zwangere vrouw van Openbaring is een beeld van het volk Israël, dat ‘in verwachting is’ van de Messias. De voorstelling van de vrouw vertoont sterke gelijkenissen met de droom van Jozef in Genesis 37:9. Sinds de verwoesting van de tempel en de wegvoering in ballingschap werd het volk Israël door ‘de draak’ via zeven verschillende deelrijken belaagd: Babel – Medië – Perzië – Seleuciden (Noordelijk deel Griekse rijk) – Ptolemaën (Zuidelijk deel Griekse rijk) – Rome I (begin jaartelling) – Rome II (eindtijd, met tien koningen).

(3) Het parallelle gedeelte in Daniël 8:8-11 luidt als volgt: ‘De geitenbok maakte zich uitermate groot. Maar toen hij machtig geworden was, brak de grote hoorn af en in plaats daarvan kwamen er vier opvallende op, overeenkomstig de vier windstreken van de hemel. Uit één ervan kwam een kleine hoorn tevoorschijn, die uitzonderlijk groot werd, naar het zuiden toe, naar het oosten toe en naar het Sieraadland toe. Hij werd groot, tot aan het leger van de hemel. Van dat leger, namelijk van de sterren, liet hij er sommige ter aarde vallen en vertrapte ze. Hij maakte zich groot tot aan de Vorst van dat leger. Het steeds terugkerende offer werd aan Deze ontnomen en Zijn heilige woning neergeworpen.’

Uit het verband van deze tekst blijkt dat de geitenbok een voorstelling is van het Griekse wereldrijk, dat na de veroveringen door Alexander de Grote in vier stukken brak. Uit het Noordelijke rijk der Seleuciden kwam vervolgens een koning voort, die een rechtstreekse aanval inzette op getrouwe Joden, die weigerden zich te laten helleniseren. Zij zijn ‘de sterren’, die deze koning ter aarde deed vallen en die werden vertrapt. De sterren behoren tot ‘het leger’. De Vorst van ‘het leger’ is God, aan Wie het ‘steeds terugkerend offer’ werd ontnomen. Dit gebeurde aan het begin van de tweede eeuw voor Christus door Antiochus Epiphanes, die de tempeldienst in Jeruzalem staakte en in plaats daarvan een beeld van Zeus oprichtte. Veel gelovige Joden werden door gehelleniseerde volksgenoten verraden en gedood.

In het beeld van de draak van Openbaring 12 gaat het om de vijfde kop. De staart wordt in de Bijbel gebruikt als beeld van een valse profeet. Jesaja 9:14 ‘De oudste en aanzienlijke: zij zijn de kop, en de leugen onderwijzende profeet: hij is de staart’. De Joden die meegingen in de Griekse overheersing werden geleid door valse profeten. Dit beeld heeft helemaal niets te maken met engelen die satan volgden in zijn opstand tegen God.

(4) Vervolgens lezen we in Openbaring 12 van de geboorte van een mannelijke Zoon, die wordt weggerukt naar God en zijn troon. Daarna vlucht de vrouw de woestijn in, waar zij gedurende 1260 dagen wordt gevoed. Dan ontstaat er oorlog in de hemel en wordt de draak, satan, mét zijn engelen (hoeveel dat er zijn staat er niet bij) op aarde geworpen door Michaël en zijn engelen. Het ter aarde werpen van engelen gebeurt derhalve niet door satan maar door Michaël en vindt pas plaats ná de geboorte en het wegrukken van de mannelijke Zoon, de eerste komst van Jezus Christus op aarde. Nogmaals: het beeld van ‘een derde van de sterren die ter aarde worden geworpen’ heeft helemaal niets te maken met een opstand van satan tegen God aan het begin der tijden.

Samenvattend zijn er 7 redenen om de lezing van Openbaring 12:4 als opstand van satan tegen God aan het begin van de schepping te verwerpen.

1. Het sluit niet aan bij de ark van het verbond, die wordt gezien in de hemel.

2. Het sluit niet aan bij het grote teken van de vrouw in de hemel, het volk Israël dat haar aardse macht was kwijtgeraakt en in afwachting was van de Messias voor betere tijden (Lukas 1:68-75).

3. Het sluit niet aan bij de reeds genoemde twaalf sterren, waarmee de vrouw gekroond is, die een beeld zijn van de getrouwen onder het volk (zie ook: Daniël 12:3).

4. Het sluit niet aan bij de paralleltekst in Daniël 8:10, waar duidelijk sprake is van een koning van het Griekse wereldrijk, dat de getrouwe Israëlieten aanvalt en probeert uit te roeien.

5. Het sluit niet aan bij de betekenis van ‘de staart’ in Jesaja 9:14, waar het gaat om een valse profeet.

6. Het sluit niet aan bij de betekenis van ‘ter aarde werpen’. Dat is namelijk ‘vernederen’ of zelfs ‘uitroeien’.

7. Het sluit niet aan bij het vervolg: de geboorte van de mannelijke Zoon en de oorlog in de hemel waarbij het Michaël is, die de engelen van satan, samen met satan zelf, ter aarde werpt. Dat is niet iets wat satan doet.

Een belangrijke vraag is, hoe het dan zit met de opstand van satan tegen God. Hoe is die begonnen? Hoe zijn andere engelen daarin meegegaan? Zijn er verder nog gegevens over die andere engelen? Hoeveel zijn het er? Welke engelen zijn het? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? We zullen proberen in een vervolg wat voorzichtige antwoorden op deze vragen te vinden.

- 31 oktober 2022 -


Nog zes redenen waarom absoluut géén derde van de engelen satan is gevolgd

Voor we kijken naar een alternatieve visie op de ontwikkeling van het kwaad op onze planeet, gaan we nog iets verder in op de verwerping van het wanstaltige idee over de voorhistorische ‘opstand’ van satan. Nee, een derde van de sterren, die de draak met zijn staart ter aarde wierp, wijst in het geheel niet op een derde van de engelen die meegingen in hemelse revolutie door satan aan het begin van de geschiedenis. Naast hierboven genoemde argumenten waarom de uitleg van Openbaring 12:4 een totaal andere is, kan men ook nog denken aan de volgende argumenten van elders uit de Schrift.

1. Een openlijk verzet in de hemel tegen God is een absurd idee. Dat zou geen enkele engel aandurven en zeker de engel niet, die in de Bijbel bekend is bij de naam ‘Lucifer’. Jacobus zegt: ‘U gelooft dat God één is? Daar doet u goed aan; de demonen geloven dat ook en zij sidderen.’

2. Nergens in de Bijbel wordt voorafgaand aan Openbaring 12:7-12, de oorlog in de hemel, die een toekomstige gebeurtenis is, gesproken over ‘opstand’ of ‘rebellie’ of ‘muiterij’ of wat voor verzet dan ook tegen God. En zelfs in het geval van Openbaring 12:7-12 is geen sprake van enige rebellie. Het gaat daar om een zeer lange en slepende rechtszaak die gesloten wordt en waarbij de aanklager in het ongelijk is gesteld en tegen zijn zin de rechtszaal wordt uitgesmeten. De oorlog in de hemel begint niet bij satan maar bij Michaël. 'En er kwam oorlog in de hemel. Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde oorlog en zijn engelen...' (Op.12:7).

3. Kijken we naar het gedrag van satan volgens een zeer oud boek, het boek Job, dan lezen we: ‘Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de HERE te stellen; en onder hen kwam ook de satan. En de HERE zei tot de satan: Vanwaar komt gij? En de satan antwoordde de HEERE: Van een zwerftocht over de aarde, die ik doorkruist heb.’ Dit korte verslag oogt niet als een engel die in openlijke rebellie verkeert tegen God en die daarbij een groot deel van diens engelen achter zich heeft. Dit oogt meer als een tamelijk eenzame geest die bezig is te zoeken naar wegen om onder een vloek uit te komen die hij over zich gebracht heeft en die daarvoor aanknopingspunten zoekt in de ontwikkeling van de menselijke samenleving.

4. Op het moment van zijn gevangenneming zegt Jezus tegen zijn discipelen: ‘Of meen je dat ik mijn Vader niet kan bidden en Hij zal Mij dadelijk meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen? Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden dat het zó moet gebeuren?’ (Mt.26:53,54). Dat aantal van twaalf zijn meer legioenen engelen dan er op dat moment aan legioenen waren in het hele Romeinse rijk. Dat zou dan genoeg zijn om te strijden tegen de legioenen engelen van satan aan de kant van Rome. Satan zou dan eveneens beschikken over maximaal twaalf legioenen oftewel 12 x 6000 =72000 engelen. Maar hoeveel engelen zijn er volgens Openbaring 5:11? ‘En ik zag en ik hoorde een stem van vele engelen rond de troon...en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen'. Volgens Openbaring 5 zijn er in de hemel, rond de troon van God honderden miljoenen engelen. Daarbij vallen die 72.000 het niet. En waarschijnlijk gebruikte Jezus hier een hyperbool (overdrijving) en was dat aantal van twaalf legioenen engelen al veel en veel meer dan feitelijk nodig zou zijn om de macht in de wereld over te nemen.

5. Op het moment dat satan wordt gegrepen is er slechts één enkele niet nader genoemde engel nodig: ‘En ik zag een engel neerdalen uit de hemel, die de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand had. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem duizend jaren.’ (Openbaring 20:1,2). Zou satan werkelijk omgeven zijn door een derde van alle engelen, dan was het allemaal veel minder eenvoudig geweest.

6. De enige plaatsen waar sprake is van engelen van satan zijn Openbaring 12:8,9 en Mattheus 25:41. Ze worden met satan uit de hemel op aarde geworpen en ze worden uiteindelijk met satan in het eeuwige vuur geworpen. We lezen niet dat ze met satan worden opgesloten in de afgrond. Of zijn engelen daar al dan niet bij betrokken zijn, is speculeren. Maar dat de Schrift erover zwijgt is veelzeggend. Het lijkt erop dat het er helemaal niet toe dat of die engelen al dan niet met satan worden opgesloten. Daar zijn ze veel te onbetekenend voor. Zonder satan zouden deze engelen niets kunnen beginnen. De manier waarop de Schrift over deze engelen spreekt, geeft aan dat het niet gaat om een substantieel aantal.

Concluderend kan gesteld worden dat de Schrift geen enkele grond geeft voor de kerkelijke traditie van een derde van de engelen die satan gevolgd zouden zijn een een voorwereldlijke opstand tegen God.

- 3 november 2022 -


De Hof van Eden

'Afdwalingen – wie bemerkt ze? Spreek van de verborgene mij vrij'

Psalm 19:13

We zullen nu kijken naar de teksten uit de Schrift waarin sprake is van activiteiten satan en we zullen proberen daaruit af te leiden hoe het kwaad werkelijk de wereld is binnengekomen en hoe dat kwaad vervolgens voortwoekert, zodat we zicht krijgen op hoe de strijd van de kant van Gods tegenstander werkelijk plaatsvindt.

(1) Genesis 3: De verleiding van mannin, de vrouw, later Eva genoemd. Dat was (aanvankelijk) geen openlijke opstand maar verborgen verleiding. Het was een zacht lispelende stem die sprak tot het hart van de vrouw en die haar met een ogenschijnlijk heel kleine daad van één enkele hap van een vrucht op het verkeerde been zette: ‘God weet dat ten dage dat u daarvan eet, u als God zult zijn, kennende goed en kwaad’. Het woord voor ‘God’, ‘Elohim’ in dit vers staat twee keer in het meervoud. Satan beloofde Eva toetreding tot het illustere gezelschap der ‘goden’ als ze zou eten van de boom. Hét kenmerk van dit ‘illustere gezelschap’ was: ‘kennis van goed en kwaad’, wat haar het vermogen zou geven voortaan zelf te bepalen wat ‘goed’ was en wat ‘kwaad’, zodat er geen enkele hinderpaal zou zijn haar eigen zin te doen.

(2) Job 1 en 2: Een juridisch conflict tussen God en de satan over Job, waarbij God Job prijst maar waarbij de satan Job voor Gods troon onderuit haalt, wat leidt tot een zeer wreed experiment, waarbij God satan toestaat om Job op allerlei manieren aan te vallen.

(3) Jesaja 14: Satan wordt daar ‘de morgenster’ of ‘Lucifer’ genoemd, een overweldiger van de volken. Het gaat om een situatie, waarbij er volken op aarde zijn, dat is pas het geval ná de torenbouw van Babel. Vervolgens worden de voornemens genoemd, die mogelijk reeds lange tijd in het hart van de satan leefden: ‘En u overlegde nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten, en zetelen op de berg der samenkomst, ver in het Noorden. Ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.’ Hier hebben we een aanknopingspunt met de verleiding van Eva: satan beloofde Eva toetreding tot de kring der goden. Zelf behoorde hij daar reeds toe. God zag in het hart van satan de achterliggende gedachte van zijn poging Eva te misleiden, namelijk, dat hij zelf gelijk wilde zijn aan God. Die verborgen en onuitgesproken wens van satan zelf, zien we hier onomwonden in Jesaja 14 zwart op wit, voor de hele wereld leesbaar, staan. Maar dan hebben we het dus niet over een openlijke ‘staatsgreep’, ondersteund door een derde van Gods engelen. Geen enkele engel zou het ooit in het hoofd halen daarin mee te gaan.

(4) Zacharia 3:1-3 . Dit is het laatste gedeelte in het Oude Testament, dat openlijk over satan handelt. ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de engel des HEREN, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. De HERE echter zei tot de satan: de HERE bestraffe u, satan, ja de HERE, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt? Jozua nu was met vuile klederen bekleed, terwijl hij voor de Engel stond.’ Dit gedeelte doet weer sterk denken aan (2), het juridische gevecht tussen God en satan over de mensen die bij God horen, met name de mensen, die verbonden zijn aan de offerdienst. Dat geldt uiteraard voor de hogepriester Jozua maar dat geldt ook voor Job bij punt (2), die als priester van zijn gezin brandoffers bracht voor zijn kinderen (Job 1:5).

(5) Mattheus 4, Markus 1 en Lukas 4, de verzoeking in de woestijn, waarbij we satan op dezelfde manier bezig zien als in de hof, bij de verleiding van Eva. Het grote verschil tussen Eva en de Heer is niet alleen dat Eva zwichtte en de Heer de verzoeking glansrijk doorstond, maar ook de omstandigheden waaronder de verzoeking plaats vond: een hof vol fruitbomen versus een woestijn na veertig dagen vasten. Het wezen van de verzoeking is echter gelijk: ‘behoor je tot de ‘inner circle’ van goden?’ Eva werd uitgenodigd daartoe te gaan behoren (wat een pertinente leugen was) en Christus werd uitgedaagd te bewijzen dat hij daartoe behoorde (wat een leugenachtige ontkenning van de waarheid inhield). Hoezeer satan gebrand was op een hoge positie, bleek bij de laatste verleiding volgens Mattheus en de tweede verleiding volgens Lukas. ‘En hij (satan) voerde Hem omhoog en toonde Hem alle koninkrijken van het aardrijk (oikoumenē) in een ogenblik tijds. En de duivel zei tot Hem: U zal ik al deze macht en hun heerlijkheid geven, want zij is mij overgegeven en aan wie ik wil geef ik ze; als U dan voor mij geknield zult aanbidden, zal zij geheel van U zijn.’ (Lukas 4:5-7. Aan deze laatste verzoeking waaraan satan de Heer onderwierp, zien we vier dingen:

1. De satan heeft macht over de tijd want hij laat Christus in ‘een ogenblik tijds’ alle koninkrijken van het aardrijk zien. In Mattheus staat daar nog bij: ‘en hun heerlijkheid’. Het gaat hier om het Romeinse rijk, dat vele culturen omvatte en van dat alles liet satan Jezus de grootsheid zien. In een normale situatie zou zoiets minstens enkele dagen vergen, zo niet weken of maanden. Maar hier gebeurt het in een ogenblik van de tijd. Overigens wordt hier een ander woord gebruikt dan in 1 Ko.15:52, de verandering van lichamen bij de opname. Daar staat ‘atomos’, waarvan we weten dat het de aller aller kleinste hoeveelheid van de tijd betreft, de eenheden waaruit de tijd is opgebouwd. Volgens moderne schattingen gaan er een biljard triljard ‘atomos’ in één seconde. In Lukas 4:5 gaat het om het woord ‘stigmē’ wat gewoon ‘moment’ betekent, zeg maar een paar seconden. Dat laat zien dat de macht van satan lang zover niet gaat als de macht van God, om nog maar te zwijgen over het verschil tussen iemand iets laten zien en iemand een totaal ander lichaam geven, van vergankelijk naar onvergankelijk. Hoe onvoorstelbaar groot is de macht van God!

2. De satan heeft de macht over ‘het aardrijk’ en haar koninkrijken. Dat die macht hem gegeven is wordt niet weersproken door de Heer. De vraag is wanneer die macht aan satan is toegevallen. Openbaring 12 beantwoordt die vraag, zoals we hierboven reeds zagen. Sinds het verplaatsen van Gods bestuurszetel over de wereld (de ark van het verbond) van de aardse tempel te Jeruzalem naar de hemelse tempel (Ez.1-10) is de macht in de wereld komen te liggen bij de wereldrijken, met aan het hoofd daarvan de satan. God heeft de aardse tempel verlaten na de afschuwelijke afdwaling van zijn aardse volk Israël. Rond 600 vóór Christus zijn Jeruzalem en tempel vernietigd door de legers van het Babel van Nebukadnezar. Dat kon uiteraard alleen gebeuren onder toelating van God en nádat God zich in de hemel had teruggetrokken.

3. Satan weet dat Christus de Zoon van God is. Als de demonen dat allemaal weten (Lukas 4:41) dan weet satan dat zeker en dat blijkt want anders zou hij deze doorzichtige verzoeking niet op de Heer loslaten.

4. Satan wil minstens gelijk zijn aan God en liefst nog hoger stijgen dan God. Dit is zijn ultieme poging daartoe. Zou Jezus gezwicht zijn, dan had satan in wezen zijn doel bereikt. Nu Jezus niet zwichtte viel satan door de mand en bezegelde hij zijn eeuwige verschrikkelijke lot.

Een belangrijke vraag is waarom uitleggers voor de introductie van het kwaad in Gods schepping massaal grijpen naar Openbaring 12:4 en de hele rest van het hoofdstuk negeren. Zou het een zet van satan zelf zijn? Om door een verkeerd begrip van de oorsprong der dingen meer grip te krijgen op de mensheid? Want als het kwaad de schepping binnentrad lang voordat de mens op het toneel verscheen, dan pleit dat de mens vrij van een groot deel van zijn schuld. Immers, hij kon er niets aan doen dat het kwaad de schepping in zijn greep kreeg. Het kwaad was er al. Satan was al in opstand en had al een derde van de engelen meegekregen. En natuurlijk, het was fout van de mens zich bij dat verzet aan te sluiten. Maar het verzet zelf, daar kon de mens niets aan doen. De mens liet zich als het ware meeslepen in een reeds lang bestaande en zeer grote en machtige hemelse verzetsbeweging. Deze opvatting van een voorwereldlijke revolutie in de hemel lijkt daarmee op wat er direct na de zondeval gebeurt. Adam kruipt weg achter zijn vrouw: ‘de vrouw die u mij gegeven hebt…’ En de vrouw kruipt weg achter de slang: ‘de slang heeft gezegd…’ En hoe breder de rug van de slang, hoe meer gelegenheid daarachter weg te kruipen. Maar hoe breed is de rug van de slang eigenlijk? Was de slang al een draak?

Laten we eens kijken naar Openbaring 12. Daar staan dingen die door uitleggers óf totaal niet worden begrepen óf totaal over het hoofd worden gezien óf beide. Heel belangrijk is Openbaring 12:9: ‘En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt…’

Kijk, hier zien we een duidelijke verwijzing naar het begin van de schepping in die ene uitdrukking ‘oude slang’. Dat refereert aan de situatie in de hof van Eden, toen de satan nog ‘een jong maar slim slangetje’ was. Dáár is alles begonnen. Niet met een groteske opstand met een derde van de engelen maar op heel kleine schaal. De Bijbel geeft op diverse plaatsen aan dat de afdwalingen in de meeste gevallen zeer klein beginnen. Lees de hoofdstukken 17-21 van het boek Richteren er maar op na. Dat begint met een diefstal van 1.100 zilverstukken door een zoon van zijn moeder en dat eindigt met een totale burgeroorlog, waarbij tienduizenden worden gedood. Daarom zegt Psalm 19:13: ‘Afdwalingen – wie bemerkt ze? Spreek van de verborgene mij vrij’. En vlak voor de eerste broedermoord is dat precies wat God doet als Hij zegt tot Kaïn: ‘Indien u niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur…’. (Gen.4:7).

Twee spoorlijnen kunnen leiden naar verschillende continenten van de wereld. Maar bij de wissel, waar zij van elkaar scheiden, is hun verschil nog slechts enkele millimeters. Zo is het ook met het kwaad in de wereld. Het komt niet met donderend geweld naar beneden. Het ontstaat heel klein. Het ontkiemt als een bijna onzichtbaar zaadje, dat is geplant in een hart. En van daaruit gaat het groeien om uiteindelijk een enorme boom te worden. En satan kent dat principe en omdat hij niet als wij aan enkele decennia gebonden is. Hij kan met veel geduld zijn plannen langzaam tot vrucht laten komen.

Dit betekent een totaal andere kijk op de geschiedenis dan die van een ‘opstand tegen God’ voordat God de mens schiep, waarin de mens is meegesleept. Dit betekent heel simpel dat er nog helemaal geen kwaad was in de hof van Eden. Het kwaad was niet in de mens. Het kwaad was ook niet in de duivel. Het kwaad kwam pas de schepping binnen, inclusief de engelenwereld, op die ongelukkige dag dat satan besloot Eva te misleiden. De oude slang was toen nog ‘de jonge en zeer slimme slang’. Zo wordt hij ook omschreven: ‘de slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die God gemaakt had’. Het is belangrijk op te merken dat Openbaring 12 geen onderscheid maakt tussen ‘oude slang’, ‘duivel’ en ‘satan’. Dat is één en dezelfde. Dat is vreemd want satan wordt in Job 1:6 één van de zonen Gods genoemd. Jesaja 14:12 noemt hem ‘de morgenster’, die samen met andere ‘morgensterren’ of ‘zonen Gods’ juichte op het moment dat God de aarde grondvestte (Job 38:7). Hoe kon hij tegelijkertijd één van de dieren in de hof zijn? Wij weten heel weinig van de hof en haar eigenschappen en bewoners. Maar het zou kunnen dat satan zich daar als ‘slang’ manifesteerde, zoals de HEERE er wandelde ‘in de avondkoelte’. Er zijn meer referenties tussen engelen en de hof, waar we in het vervolg mogelijk nog aandacht aan besteden.

De oorsprong van het kwaad, die het meest in overeenstemming is met de Bijbelgegevens, is dat het kwaad niet ontstond met een opstand in de hemel maar dat het kwaad ontstond in de hof van Eden. Daar lag de wissel. Daar nam de trein een totaal verkeerd spoor. Het kwaad ontstond ergens in het hart van satan, in zijn slangenbestaan in de hof. Daar vatten allerlei plannen en ideeën in hem post die uiteindelijk fnuikend bleken voor de schepping en voor hem zelf. Maar toen die plannen en ideeën eenmaal geboren waren, kon hij ze niet meer loslaten. Hij moest en zou ze uitproberen op die twee onnozele mensen. Hij zou eens kijken wat voor promotie hij daardoor in de engelenhiërarchie zou kunnen maken. We lezen dit in Jesaja 14, een gedeelte dat we absoluut niet moeten plaatsen in de hemel. En dit gedeelte slaat al helemaal niet op een tijd lang voor de schepping van de mens. Ook van de vele engelen, die satan in zijn opstand gevolgd zouden zijn, ontbreekt elk spoor. We moeten Jesaja 14 plaatsen in de hof van Eden. ‘En u overlegde nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten, en zetelen op de berg der samenkomst, ver in het Noorden. Ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.’ We lezen hier diverse uitingen van hoogmoed:

1. Ik zal ten hemel opstijgen – De satan had als slang een plaats gekregen in de hof. Hij wordt voorgesteld als 'listigste van alle dieren van het veld'. Maar daar was hij niet tevreden mee.

2. Boven de sterren Gods: Boven andere engelen want sterren Gods zijn heel vaak een aanduiding van engelen, zij zijn ‘morgensterren’ (Job 38:7). Hij wilde hoger zijn dan andere engelen. Dit is een puur individualistisch streven. Er is geen sprake is van andere engelen, die hij in zijn plannen betrok. Integendeel. Hij zou met er met zijn plannen voor zorgen dat hij ze allemaal voorbijstreefde.

3. Troon oprichten. Als slang had hij geen troon en leefde hij in de hof. Misschien had hij een heel bescheiden troontje of taakje in de hof. Maar hij wilde grootse heerschappij. Hij wilde over anderen de baas kunnen spelen, anderen dirigeren en daarom zocht hij een positie, die hem dat mogelijk maakte, een hoog verheven troon.

4. Zetelen op de berg der samenkomst, ver in het Noorden. Dit slaat mogelijk op een situatie van voor de zondvloed, waar wij niets van weten. Het lijkt te gaan om een belangrijke berg waar de besluitvorming plaatsvond. In de toekomst zal deze positie worden ingenomen door de berg Sion, wanneer God de geografie op aarde opnieuw ingrijpend heeft veranderd in de twee en een halve maand na de grote verdrukking, ten tijde van de terugkeer van de Heer Jezus: ‘En het zal geschieden in het laatst der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen….want uit Sion zal de wet uitgaan.’ (Jesaja 2:2,3)

5. Ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken. Dit geeft aan dat de positie van de slang in de hof bescheiden was. Hij keek op naar de wolken en wist: Daar wil ik zijn. Daar wil ik naartoe. Daar wil ik mijn woonplaats hebben. En hij broedde op wegen op daar te komen.

6. Mij aan de Allerhoogste gelijkstellen. Dit is de ultieme hoogmoed. Dit klonk door in zijn verzoeking aan het adres van Eva (‘Je zult helemaal niet sterven maar God weet dat ten dage dat je daarvan eet, je aan God gelijk zult zijn, kennende goed en kwaad’). In wezen was die verzoeking iets wat hij voor zichzelf wilde. Dit klinkt ook door in zijn verzoeking aan het adres van Jezus. Was Jezus voor hem neergebogen dan had hij zijn doel meer dan bereikt en was hij in wezen opgestegen boven de Allerhoogste.

Het kwaad begon in de hof. Maar het begon niet bij Eva. Het kwaad begon bij satan. Het was de slang die Eva verleidde. De boom van kennis van goed en kwaad was daarmee net zo goed een toetssteen voor de trouw van satan als voor de trouw van de mens. We weten helemaal niets van het intellect van de andere dieren en schepselen in de hof, maar in wezen was de boom een toetssteen voor de trouw van alle schepselen aldaar.

En hoewel het kwaad in de vorm van een mengeling van ontevredenheid en hoogmoed en list begon in het hart van satan, was het een piepklein begin in de hof en geen grootschalige opstand in de hemel. Het was een heel bescheiden opstand van de slang, de vrouw en Adam. Zij werden in wezen bondgenoten in een verbond van ‘ontevredenen’ en ‘argwanenden’ tegenover God. ‘God weet dat je geenszins zult sterven maar dat je, zodra je van die boom eet, als God (goden) zult zijn, kennende goed en kwaad’. Het ingaan op deze verzoeking is in wezen een zeer ernstige zaak in impliceert het volgende:

1. God liegt want God beweert dat we zouden sterven en dat zou niet het geval zijn.

2. God onthoudt ons iets waar we recht op hebben want hij verbiedt ons te eten van een boom die ons vooruit helpt en ons ‘goden’ maakt.

3. God wil de baas over ons blijven spelen terwijl we als goden zelf kunnen bepalen wat ‘goed’ is en wat ‘kwaad’.

In wezen zijn dit de drie grondhoudingen in het hart van ieder onbekeerd mens. (1) God is niet te vertrouwen. (2) God verbiedt van alles waar ik recht op heb. (3) Ik weet veel beter wat goed voor mij is dan God. Het zijn drie pertinente leugens. Pas wanneer een mens zich tot God bekeert, laat hij deze leugens varen door zich ‘met God te verzoenen’. Hij verlaat dan het verbond met satan en stapt in een verbond met God, waarvoor God de weg ontsloot door Zelf Mens te worden en als Mens de schuld op zich te nemen.

Het kwaad kwam de schepping binnen via het hart van de slang. Hoe dat precies is gegaan weten we niet. Het zou ongeveer als volgt gegaan kunnen zijn. De boom van kennis van goed en kwaad moet voor de slang een onweerstaanbare aantrekkingskracht hebben gehad. We weten niet hoe lang het geduurd heeft voor de mens in zonde viel. Volgens het apocriefe boek 'Jubilees' was het zeven jaar. Pas op zijn 130e levensjaar verwekte Adam één van zijn eerste zonen, Set. Enige tijd daarvóór waren Kaïn en Abel reeds geboren (Gen.5:3).

De tijd in de hof zou best eens flink wat jaren in beslag genomen kunnen hebben. En al die tijd speelde het gebod over de boom van kennis van goed en kwaad door het hoofd van de slang. Het was een gebod waarvan hij uitgebreid afwoog of hij daar misschien een voordeel uit zou kunnen behalen en zo ja, op welke manier. Het was als met een spannend schaakspel, waarbij iemand zeer lang moet nadenken tot de volgende zet en daarbij probeert alle alternatieve tegenzetten na te lopen en alle reacties nagaat die daar dan weer op zullen volgen. Dag in dag uit liep of huppelde (hij had nog poten en hoefde nog niet te kruipen) de satan als slang langs de boom en om de boom en in de boom en hij bestudeerde de vrucht en rook eraan en schrok weer terug van zijn eigen ideeën.

Maar al snel schoot de wortel van ontevredenheid weer op en hij dacht aan de geweldige hoogten in de hemel, ver boven de wolken, waar andere morgensterren waren geplaatst. En hij dacht aan de berg der samenkomst, waar de besluiten werden genomen. En dan overwoog hij weer hoe het gebod van de boom hem hogerop zou kunnen brengen, in een verbinding met die twee mensen. En op een dag merkte hij een bijzondere belangstelling van de vrouw voor de verboden boom. Hij zag haar bij de boom staan en er gefascineerd naar kijken en hij zag dat ze de boom wilde aanraken. Verbaasd keek hij toe toen ze ineens haar hand in een schrikbeweging terug trok. Daarop snelde ze weg richting haar man.

Dat beeld bleef voortdurend op het netvlies van de slang. En hij bleef nadenken en afwegen en overwegen en heroverwegen. En steeds vaker zag hij de vrouw bij de verboden boom. Hij merkte dat ook zij door de boom werd aangetrokken. De boom met het merkwaardige verbod had op een vreemde manier aantrekkingskracht. En soms waren ze zelfs samen bij de boom, zij en haar man. En satan dacht na en filosofeerde en redeneerde. Vele ideeën kwamen en werden weer verworpen totdat hij uiteindelijk één idee overhield, dat volgens hem niet mis kon gaan. En op een kwade dag nam hij zijn besluit en trok hij zijn plan. Hij dacht lang na over wat hij zou zeggen, hoe hij de verleiding zou inzetten. Vele zinnen kwamen hem in gedachten maar uiteindelijk leek het hem het beste zo eenvoudig mogelijke bewoordingen te gebruiken en de rest is geschiedenis.

Concluderend verwerpen wij de gedachte van een opstand door satan met een derde van de engelen in de hemel die vooraf zou zijn gegaan aan de schepping van de mens. Wij stellen dat het kwaad in de relatief korte tijd tussen de schepping van Genesis 1 en 2 in de zondeval van Genesis 3 via het hart van satan de schepping is binnengetreden, toen hij als slang verkeerde in de hof van Eden. Het kwaad begon dus zeer klein als ontevredenheidsopstand van drie personen tegen God. Sindsdien is het kwaad gaan woekeren en in onze tijd heeft het reeds wereldwijde en tevens monsterlijke vormen aangenomen. We zijn er echter nog niet. God laat het kwaad volledig uitwoekeren in de laatste zeven jaar voor Jezus’ terugkeer. De komst van Jezus Christus maakt een totaal einde aan het kwaad, dat startte in de hof. We zullen – zo de Heer wil en wij leven – een volgende keer kijken naar hoe het kwaad is gaan woekeren vanaf die eerste kleine opstand in de hof.

- 4 november 2022 -


Infiltratie

De informatie in de Bijbel over de engelenwereld is bijzonder dun gezaaid. Verreweg de meeste informatie is beschikbaar in het allerlaatste Bijbelboek, Openbaring. Daarin zie je de ene na de andere engel voorbij komen. Dat boek biedt ook de meeste aanknopingspunten voor de ontwikkeling van de geestelijke strijd, die gaande is vanaf het begin van de schepping. Maar dan moet je natuurlijk wel de juiste teksten erbij pakken. Openbaring 12:4 zegt wel iets over de geestelijke strijd maar zegt niets over de hoeveelheid engelen en zegt al helemaal niets over de oorsprongen van de geestelijke strijd. Openbaring 12:4 laat zien hoe satan te werk gaat: altijd door middel van menselijke instituties, daar gezamenlijk voorgesteld als ‘draak’, met koppen en een staart – wereldrijken en verraders. De plaatsing van Openbaring 12:4 aan het begin van de schepping is aantoonbaar onjuist. Openbaring 12:4 doet zich voor rond de tweede eeuw voor Christus, duizenden jaren ná het begin van de schepping. Daar moeten we dus niet beginnen met de ontwikkeling van de ‘opstand tegen God’. Integendeel, de opstand tegen God bereikt in ‘de draak’ haar hoogtepunt.

Een veel beter aanknopingspunt is Openbaring 12:9 hoewel ook dat vers op zich niet gaat over een opstand tegen God vanaf het begin der schepping. Integendeel. Er wordt daar een oorlog in de hemel beschreven, die plaatsvindt ná de eerste komst van Jezus Christus op aarde en vlak voor zijn tweede komst. Híj is in de eerste verzen van Openbaring 12 het mikpunt van de aanvallen van satan maar Híj overwint en wordt ‘weggerukt’ naar God en zijn troon. De mannelijke Zoon (Christus) die voortkwam uit de vrouw (Israël) krijgt van God de allerhoogste plaats. Jezus kon na zijn opstanding zeggen: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde’. Echter, dat wil niet zeggen dat Hij die macht meteen uitoefent. Jezus lijkt op de Vader. Hij is zeer geduldig en wacht met de uitoefening van zijn macht op het moment dat door de Vader is bepaald. Eerst komt er nog ‘oorlog in de hemel’ en dan nog ‘tijd, tijden en een halve tijd’ oftewel 1260 dagen (3,5 jaar) waarin de vrouw naar de woestijn vlucht, waar zij door God wordt beschermd en gevoed. En daarna komt pas ‘het einde’ in de vorm van zijn komst, waarbij Hij een definitief einde maakt aan 6000 jaar wanbeleid door de mens onder regie van de slang. De oorlog in de hemel vindt 3,5 jaar voor het einde plaats. De oorlog in de hemel is daarmee nog toekomstig.

Maar hoewel die oorlog nog toekomstig is, vertelt de beschrijving ervan ons zeer veel over de toedracht van de opstand tegen God. De essentie wordt weergegeven in de identiteit van de draak. Die wordt weergegeven in Op.12:9: ‘En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan; die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.’

Dit is een zeer belangrijk vers. De grote draak, die met zijn aardrijk alle koninkrijken van de wereld beheerst, is dezelfde als ‘de oude slang’. Hij is niemand anders dan de slang in de hof, die Eva misleidde. Maar hoe is het mogelijk dat ‘de oude slang’ uitgroeide tot ‘de grote draak’? Met zeven koppen, die elk gekroond waren en op één van die koppen tien horens (dat laatste staat er niet bij maar laat zich afleiden door nauwkeurige studie van alle Schrift, over de laatste vorm der wereldrijken). Er is een hemelsbreed verschil tussen de oude slang en de grote draak. Tegen de oude slang zei God: op je buik zul je gaan en stof zul je eten. Maar de grote draak bevindt zich voortdurend in de hemel, niet zomaar, maar als ‘aanklager van de broeders’ (Openbaring 12:10). Paulus noemt hem ‘de overste van de macht der lucht’. En Paulus zegt dat we te strijden hebben tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de geestelijke machten van de boosheid in de hemelse gewesten’. De oude slang heeft het gepresteerd niet alleen om zeer groot en machtig te worden op aarde maar ook nog eens om op te klimmen naar de hemel. Hij gaat helemaal niet op zijn buik door het stof. Hij opereert in de hemelse gewesten. De grote draak heeft twee enorme vleugels.

De grote vraag is: hoe speelde hij dat klaar? Het antwoord daarop staat in dit zelfde vers en laat zich in één woord samenvatten: misleiding. De satan is meester in het misleiden van Gods creaturen ten bate van eigen macht en invloed. En iedere keer als hij slaagt in een misleidingsoperatie, brengt hem dat weer iets hoger op, met iets meer macht en invloed in de hemelse gewesten. Zijn ‘promotie tot draak’ is niet in één grote stap gegaan, door middel van een openlijke opstand met een derde van de engelen. Hij is een slang. Hij heeft het zeer geleidelijk en achterbaks klaargespeeld, door middel van misleiding. De slang begint geen revolutie. De slang infiltreert. Dat is begonnen in de hof van Eden en is vanaf daar steeds verder doorgegaan. Niet alleen mensen heeft hij misleid maar ook engelen. Vandaar dat in Openbaring 12 sprake is van ‘de draak en zijn engelen’. Die engelen zijn gevallen voor zijn misleiding, net zoals mensen. Weliswaar staat er dat hij ‘het hele aardrijk misleidt’ maar daar horen ook engelen bij. We lezen in Daniël 10 over een geestelijke strijd van één van Gods engelen, die samen met Michaël strijdt tegen ‘de vorst van de Perzen’ en tegen ‘de vorst van Griekenland’ (Daniël 10:13-21). Dat zijn geen mensen want die zijn geen partij voor engelen van God. Dat zijn engelvorsten die macht hebben om engelen van God te weerstaan. Maar dát betekent dat deze engelvorsten misleid zijn door de grote draak van het aardrijk, die zijn misleidend werk ooit was begonnen als slang in de hof.

Laten we eens kijken we naar hoe het kwaad langzaamaan steeds verder doorsijpelde in Gods schepping en hoe dat de slang geleidelijk in de comfortabele positie heeft gebracht als grote draak van het aardrijk en aanklager voor Gods troon in de hemel. Dat begon al vrij kort na de zondeval met de broedermoord, die sindsdien model stond voor alle martelaren onder Gods volk. Die broedermoord kwam voort uit jaloezie over de positie die beide broers innamen tegenover God. Het offer van Abel was acceptabel voor God, dat van Kaïn niet. Die godsdienstige jaloezie was een vruchtbare voedingsbodem voor de misleiding. En hoewel God Kaïn nog waarschuwde voor de zonde die als belager aan de deur (van zijn hart) lag en waarover hij moest heersen, was Kaïn niet opgewassen tegen de jaloezie, die volledig bezit van hem had genomen, mogelijk onder invloed van de slang. Niet voor niets noemt Jezus de duivel later ‘de mensenmoordenaar vanaf het begin’ (Jh.8:44).

Maar vier generaties verder is het nog veel erger gesteld met de mensheid. Kaïn werd gedreven door jaloezie en had nog wroeging van zijn daad. Maar achter-achter-kleinzoon, Lamech, leek verstoken van elk greintje menselijk gevoel. Als iemand hem maar het geringste leed bezorgde, dan werd diegene doodgeslagen, al was het nog maar een jongen. En hij schepte erover op tegenover zijn twee vrouwen. En hij maakte er een stelregel van, dat hij 77 maal gewroken zou worden. En dat voerde hij dan kennelijk meteen zelf uit wanneer het te pas kwam.

De vraag is natuurlijk hoe dit alles de positie van satan beïnvloedt. Daarvoor moeten we zoeken in de Bijbel naar de combinatie tussen gedrag van mensen en satan.

- 19 november 2022 -


'Geef de duivel geen voet' (Ef.4:27)

Diverse plaatsen in de Bijbel laten zien dat mensen bijzonder vatbaar zijn voor de misleiding van satan. Allereerst doet hij zich voor als engel van het licht (2 Ko.11:14). Hij belooft kennis en inzicht aan degenen die zich aan hem toevertrouwen. ‘God weet dat ten dage dat je daarvan eet, je als God zult zijn, kennende goed en kwaad’ (Gen.3:5). De meest duistere en occulte genootschappen van de aarde menen een zeer geheime wijsheid te hebben en zijn bekend geworden onder de verzamelnaam ‘Illuminati’, zij die verlicht zijn. Door mensen op die manier geheime kennis in te fluisteren uit de occulte wereld, die vanwege de gevallen engelen voor een deel onder zijn invloed is gekomen, weekt hij de mensheid los van God en bouwt hij zijn eigen occulte rijk, met een krachtige werkzaamheid van onreine geesten en demonen.

De mensheid wordt gevangen in een ragfijn web, heel langzaam, zodat niemand in de gaten heeft wat er gebeurt. Dat web bestaat uit allerlei zaken, die in plaats komen van God en zijn werkelijkheid. Door de bouw van een stad met cultuur en vertier raakt de mens vervreemd van Gods schepping, de natuur. De eerste stad werd gesticht door Kaïn, nadat hij op de vlucht was gegaan ‘weg van het aangezicht des HEREN’ (Gen.4:16). Dat ‘aangezicht des HEREN’ voelde voor hem zeer onprettig omdat zijn geweten hem voortdurend (terecht) aanklaagde over zijn daad jegens Abel. Hier klinkt reeds de echo van een Bijbeltekst die pas veel later door de profeet Jesaja op schrift zou worden gesteld: ‘Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort’ (Jes.59:1,2).

We vinden hier de essentie van de geschiedenis: de mens is een zondaar en vlucht voor God in een eigen cultuur, waarin hij denkt niet langer van God afhankelijk te zijn. Zonder dat de mens het door heeft maakt hij zich binnen die cultuur afhankelijk van satan. De mens vervreemdt van God en raakt onder invloed van Gods tegenstander. Dat geeft die tegenstander status in de hemelse gewesten. Hij krijgt vleugels. De slang, die in het stof kruipt, werkt zich omhoog en wordt een draak die de hemelen trotseert. Wie geeft hem die macht en dat aanzien? Niet God. Niet de andere engelen. Nee, dat doet de mens.

‘Geef de duivel geen voet’, klinkt het eenvoudige commando van Ef.4:27 in verband met ‘toorn’, waarover de zon niet mag ondergaan. Wanneer mensen elkaar in hun toorn onheus behandelen (zoals Kaïn zijn broer Abel, maar het kan subtieler), dan geeft dat de duivel ‘een voet’ in zijn klim omhoog. Als miljoenen mensen hem door hun gedrag op die manier ‘een voet’ geven, dan geraakt hij uiteindelijk als draak in de hemel. Er moet dan van Gods kant heel wat aan te pas komen om hem te verslaan.

Hoe het met de toorn van de mens volledig de verkeerde kant opging in de 16,5 eeuwen voor de zondvloed, lezen we in het korte relaas van Genesis 4 en 6. Lamech sloeg iemand dood ‘om zijn striem’, schepte erover op en maakte er een norm van, alsof het zou hoorde (Gen.4:23,24). Het ‘nieuwe normaal’ deed toen reeds zijn intrede. En het ging van kwaad tot erger. God moest constateren dat ‘al wat de overleggingen van het hart van de mens voortbrachten, te allen tijde slechts ‘boos’ was’ (Gen.6:5). Boos wil zeggen: ‘gericht op het verkeerde’. De mens ging voor ‘de omgekeerde wereld’, waarin goed kwaad werd genoemd en andersom (Jes.6:20). Dat ging door totdat de gehele aarde vervuld was van ‘verdorvenheid’ en ‘geweldenarij’. Dat ging niet van de ene op de andere dag. Dat was een geleidelijk proces van vele eeuwen.

Het heeft er veel van weg dat de duivel met zeer veel geduld werkt aan een langetermijnplan, dat uitgedacht is in de hof (en mogelijk hier en daar tussentijds is bijgesteld na ingrepen van God) en dat doorloopt tot op de komst van ‘het zaad van de vrouw’. In de woestijn liet hij zich volledig in de kaart kijken met zijn voorstel aan Jezus van een uitruil van macht voor eerbetoon. Had Jezus hem dat eerbetoon verleend, dan was de duivel op dat moment boven God uitgestegen en niemand weet wat daarvan de consequenties waren geweest. Gelukkig zullen we dan nooit weten. Voorzover we de tactieken van de duivel door hebben, had hij er alle munt uit geslagen, die er maar had ingezeten. Maar de Heer Jezus is niet gezwicht en behield zijn positie als volmaakte Zoon, volmaakte Mens en volmaakt Offerlam, dat met zijn dood allen kon verlossen, die Hem zouden aanvaarden.

Blijkens de summiere gegevens van Genesis 6, 2 Petrus 2, Judas en Openbaring 9 en 12, maakte ook de engelenwereld deel uit van satans plannen. De mens stond enkele eeuwen na de schepping zozeer onder zijn invloed dat hij met de zondigheid van die mens ook de hemel kon gaan aansteken. ‘de zonen Gods zagen dat de dochters van de mensen ‘schoon’ waren en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen’. Er zijn uitleggers geweest, die beweren dat met ‘zonen Gods’ de nakomelingen van Seth bedoeld zouden zijn. Maar dat staat er helemaal niet. Er wordt in het eerste vers geen enkel onderscheid gemaakt tussen te lijn van Seth en de andere lijnen vanaf Adam. Er staat: ‘Toen ‘de mensen’ zich op aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden…’ Verder staat er letterlijk dat de ‘zonen Gods’ zagen dat de dochters van ‘Adam’ schoon waren. Het ging niet om de lijn van Seth die zag de de dochters van ‘Kaïn’ schoon waren. Verder wordt de term ‘zonen Gods’ nergens in het Oude Testament toegepast op mensen. Altijd zijn het engelen (bijv.: Job 1:6, 38:7). Deze zonen Gods waren engelen, waarvan later in 2 Petrus 2:4 en Judas 1:6 wordt gezegd dat zij ‘hun natuurlijke staat niet hadden bewaard’ en waarbij zij worden vergeleken met inwoners van Sodom en Gomorra, die ontucht pleegden.

Heel belangrijk is om goed te lezen hoe het er precies staat, namelijk dat de ‘zonen Gods die zagen dat de dochters van de mensen schoon waren’. Allereerst staat er geen woord dat esthetisch ‘schoon’ of ‘mooi’ betekent. Er staat ‘tob’ of ‘tof’, hetzelfde woord als wat gebruikt wordt bij de beschrijving van de schepping in de scheppingsweek: God zag dat het goed was. Het woord heeft een groot scala aan betekenissen waaronder ‘esthetish mooi’ maar ook ‘overvloedig’, ‘plezierig’, ‘excellent’, ‘waardevol’, ‘welvarend’, ‘goedaardig’, ‘moreel goed’ (van ‘onderscheid tussen ‘goed’ en kwaad in Gen.3:5).

Achter de aandacht die plotseling van de engelen uitging richting de ‘dochters van Adam’, lijkt de werking aanwezig van dezelfde geest, die bij Eva de houding uitwerkte: ‘...dat de boom ‘goed’ (zelfde woord 'tof') was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden…’ Intussen had satan de mensheid zover, dat zij zich had opengesteld voor occulte contacten. Hij had menig voetje naar de hemel gekregen en hij was in de hemel bezig gegaan om engelen op het verkeerde pad te brengen. Wanneer zijn plan geslacht na geslacht bleef doorwerken, bleef er van het gevreesde vrouwenzaad niets meer over om nog een bedreiging te kunnen vormen. Het menselijk genetisch materiaal was dan niet langer 100% afkomstig van Adam en Eva. De nakomeling van de belofte kon dan geen verlossing bewerken en kon hem bovendien niet vernietigen.

Het vermoeden van een occult satanisch plan achter de vermenging tussen zonen Gods en dochters Adam, stoelt op de volgende Bijbelgegevens:

(1) Het zaad van de vrouw was aangekondigd als de Vermorzelaar van de kop van de slang. De slang zou er alles aan doen om de komst van dat zaad te verhinderen.

(2) Uit de gemeenschap tussen zonen Gods en dochters van Adam kwamen reuzen voort, wat duidt op verandering van erfelijk materiaal (Gen.6:4).

(3) Van Noach wordt gezegd dat hij rechtvaardig was en ‘perfect in zijn geslachten’. Dat laatste lijkt te duiden op zijn genen. Die waren nog ‘perfect’ en ‘onbedorven’.

(4) De eerste betekenis van ‘verdorven’ in Genesis 6:11,12 (sahat) is ‘verminkt’ of ‘beschadigd’, net zoals de beschadiging die optreedt in geval van de schorpioensteek in Op.9:4, 10 en van de staarten der paarden in Op.9:19 en van de schade die men de twee getuigen wilde toebrengen (Op.11:5).

(5) God brengt een zondvloed over de mensheid. Dat is geen geringe actie. God doet dat niet alleen als ‘straf voor kwaad’ maar vooral om erger te voorkomen, namelijk dat de weg naar verlossing zou zijn afgesneden. Bovendien was een kort lijden van verdrinking voor vrijwel iedereen in de voorwereld beter dan een lang leven in ‘verdorvenheid en geweldenarij’.

De zondvloed was een enorme streep door het plan van de duivel. Daarna moest hij weer helemaal overnieuw beginnen. In Kanaän en zijn nazaten vond hij een gewillige prooi. We zullen daar in het vervolg op verder gaan.

- 30 november 2022 -

verleden

Uit Hem zijn alle dingen