3.B beest uit de zee

'En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had'

Daniël is een van de bekendste profeten van het Oude Testament. Daniëls profetieën geven het totaalkader waarbinnen de geschiedenis zich de laatste 2500 jaar heeft voltrokken. En dat niet alleen. Deze profetieën voorspellen ook wat zich in de nabije toekomst zal afspelen, tot aan de terugkeer van Jezus Christus. De bijbel staat vol informatie over de laatste jaren die aan Jezus' terugkeer voorafgaan en die nog steeds niet zijn aangebroken. De bijbelboeken Daniël en Openbaring geven daarover zeer specifieke bijzonderheden. Een beest uit de zee is een verbindende factor in deze Bijbelgedeelden. Wat kunnen we van de Bijbel leren over de tijd waarin wij leven?


Er zijn in totaal vijf profetieën die een totaalplaatje tonen van de laatste circa 2500 jaar van de wereldgeschiedenis tot op de terugkeer van Jezus Christus. Dat zijn achtereenvolgens Daniël 2, Daniël 7, Openbaring 12, Openbaring 13 en Openbaring 17. Daarnaast zijn er diverse profetieën die dit totaalplaatje verder inkleuren met details. Voorbeelden daarvan zijn Daniël 11, Daniël 12, Jesaja 28, 29 Ezechiël 37-39, Zacharia 11-14, Psalm 55 en natuurlijk Mattheus 24. De totaalplaatjes draaien om de opeenvolging van wereldrijken, waarvan een beest uit de zee het laatste is. De Bijbelgedeelden schetsen de volgende beelden:

(1) Daniël 2: Een beeld waarin vier opeenvolgende wereldrijken worden voorgesteld, het laatste wordt weergegeven door twee ijzeren benen, die uitlopen in tien tenen.

(2) Daniël 7: Vier dieren waarin vier opeenvolgende wereldrijken worden voorgesteld, het laatste heeft tien hoorns, waartussen één opvallende hoorn groeit, die de andere de baas is.

(3) Openbaring 12: Een vuurrode draak met zeven koppen, met kronen op de koppen en tien hoorns, die een barende vrouw belaagt in haar pijn om te baren.

(4) Openbaring 17: Een scharlakenrood beest met zeven koppen en tien hoorns, zonder kronen maar vol met namen van lastering. Op het beest zit een grote hoer. Chronologisch gaat Openbaring 17 vooraf aan Openbaring 13. Daarom is dat hoofdstuk eerst genoemd.

(5) Openbaring 13: Een beest met het uiterlijk van een panter, de poten van een beer en de muil van een leeuw met zeven koppen - met namen van lastering - en tien hoorns met kronen op de hoorns.

Hieronder zullen we deze beelden aan elkaar verbinden om de laatste 2500 jaar van de wereldgeschiedenis en de tijd waarin wij leven beter te begrijpen. Kortweg komt het erop neer dat we aan de vooravond staan van de vorming van een eenwereldregering onder invloed van oude Romeinse krachten met als ontzagwekkend einddoel een totale herrijzenis van het Romeinse rijk, een waarachtig beest uit de zee.


(1) Daniël 2

In DANIËL 2 staat beschreven dat Nebudadnezar, de koning van Babel, ROND HET JAAR 605 vóór Christus een droom krijgt waarin hem de opeenvolgende wereldrijken worden getoond in de vorm van EEN BEELD: Het Babylonische rijk wordt afgebeeld in het gouden hoofd van het beeld - het Medisch/Perzische rijk in de borst en zilveren armen - het Griekse rijk in de koperen lendenen - het Romeinse rijk in de ijzeren benen, uitlopend in tien tenen, deels van ijzer, deels van leem. Het tiendelige rijk van de tien tenen is de vorm die het Romeinse rijk zal na haar toekomstige herrijzenis. Het vlees van de tenen is het leem, de UITERLIJKE VORM van een democratisch proces, dat de ijzeren controle van de elite, het ijzer in de tenen, bedekt.


(2) Daniël 7

DANIËL 7 beschrijft een droom die Daniël circa 50 JAAR LATER zelf ontvangt, waarin hem opnieuw de opeenvolgende wereldrijken worden getoond, maar nu als VIER BEESTEN: Babel als leeuw, Perzië als beer, Griekenland als luipaard en Rome als schrikwekkend dier met tien hoorns. De tien hoorns vormen de laatste verschijningsvorm van het Romeinse rijk en stellen - net als de tien tenen van het beeld - de tien koningen van tien rijksdelen voor. Maar de droom van Daniël gaat verder dan die van Nebudadnezar. Na de vermelding van de tiendelige vorm verheft zich tussen de tien hoorns in Daniëls droom één MACHTIGE HOORN of koning, die de andere tien de baas is. Voor deze opvallende hoorn worden drie andere hoorns uitgerukt. Deze opvallende hoorn verheft zich met een mond vol grootspraak tegen God.

Concluderend kan op basis van beide visioenen in Daniël gesteld worden dat het Romeinse rijk zich zou splitsen in twee delen (de twee benen van ijzer). Dit is ook gebeurd: het Oost- en het Westromeinse rijk. In de toekomst zal het Romeinse rijk zich als een tiendelige wereldmacht manifesteren (tien tenen, tien hoorns), die zich openlijk afzet tegen God (opvallende hoorn).


(3) Openbaring 12

Openbaring 11 eindigt met de volgende zin: 'En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel.' Openbaring 12 beschrijft daarna twee grote tekens, die worden gezien in de hemel. Het eerste is een vrouw, bekleed met de zon en met de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. De vrouw is in barensnood. Het tweede teken is een vuurrode draak met zeven koppen en tien hoorns, en op zijn koppen zeven kronen. Zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. De draak stond klaar om het Kind van de vrouw te verslinden, zodra het geboren zou zijn. Het Kind werd weggerukt naar God en naar zijn troon. De vrouw vluchtte de woestijn in waar zij 1260 dagen lang zou worden gevoed. Tot zover het visioen. De grote vraag is natuurlijk: wie zijn de vrouw, de draak en het kind? De vrouw is het volk Israël. Dat blijkt uit drie aanwijzingen. Allereerst begint het teken met de ark van het verbond tussen God en het volk Israël. Ten tweede komt de beschrijving precies overeen met de droom van Jozef, één van Israëls aartsvaders, waarin hij een blik kreeg in zijn toekomst als onderkoning van Egypte en zijn vader, moeder en broers als zon, maan en sterren voor hem neerbogen. Ten derde komt het aantal van twaalf sterren overeen met de twaalf stammen van Israël.

De vrouw brengt een Kind voort, dat wordt bedreigd door de draak en dat wordt weggerukt naar God en zijn troon. Dit Kind is Jezus Christus, die voortkwam uit het volk Israël. 'Het heil is uit de Joden', sprak Jezus Zelf. Jezus Christus is gewikkeld in een kosmische strijd met de draak om de verlossing van de mensheid uit diens greep. De draak heeft er door de eeuwen heen alles aan gedaan om te voorkomen dat de Drakendoder, de Verlosser van de mensheid zou komen. Wie de draak is, wordt letterlijk vermeld in Openbaring 12:9. Het is de de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. In Genesis 3:15 spreekt God direct na de zondeval het oordeel over de slang uit: 'En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.' Gewapend met deze kennis is de slang er sinds het allereerste begin van de mensheid op uit om het zaad van de vrouw te vernietigen. Het startpunt van de jacht op het vrouwenzaad is echter niet de hof van Eden. Het beeld van de vrouw, het kind en de draak in Openbaring 12 start met de ark van het verbond, die wordt gezien in de tempel - niet in de tent of tabernakel, zoals in Openbaring 15. Wanneer was die ark voor het laatst in de tempel aanwezig? Dat was vlak voor de val van Jeruzalem onder de belegering door het Babel van Nebukadnezar (het gouden hoofd uit de droom over het beeld en de leeuw uit de droom van Daniël). Vanaf dat moment begonnen de 'tijden der volken'. Wie de bijbel goed leest, merkt dat God de tijd vanaf dat moment niet meer meet naar de koningen van Israël maar naar de vorsten van de wereldrijken. Sinds de teloorgang van de ark zijn er meerdere (combinaties van) wereldrijken geweest die door de draak werden aangezet om het volk Israël te vernietigen. Het zijn deze (combinaties van) wereldrijken die worden afgebeeld in de zeven gekroonde koppen: Babel, Medië & Perzië, twee belangrijke delen van het Griekse rijk: de Ptolemaeën & de Seleuciden, het Romeinse Imperium en ten slotte het toekomstige rijk met tien hoorns, dat in wezen een laatste verschijningsvorm zal blijken van Rome. De tien hoorns zijn tien coregenten die samen met de toekomstige keizer over de tien rijksdelen regeren. Dit beeld werd ook al opgeroepen in de twee visioenen in het boek Daniël - zie (1) en (2). Openbaring 12 toont echter de geestelijke macht achter de opeenvolgende wereldrijken. De kern van het beeld is dat de draak in zeven (deel-)rijken de kop op steekt om het volk Israël uit te roeien en te voorkomen dat het Kind, dat de mensheid verlossing zal brengen, ter wereld zal komen. Het is hem niet gelukt want Christus kwam, volbracht zijn werk en zit nu in de hemeltroon om in de toekomst een einde te maken aan het laatste wereldrijk, de zevende kop met tien hoorns, dat zich als geen ander zal laten beïnvloeden door de draak.


(4) Openbaring 17

Openbaring 17 toont een beest dat sterk lijkt op de draak van Openbaring 12. Echter, dit beest stelt iets anders voor dan de draak. Het is geen beeld van de geestelijke macht achter de wereldrijken maar stelt de aaneenschakeling voor van opeenvolgende wereldrijken. Dit beest is niet vuurrood maar scharlakenrood. Dit beest zit vol godslasterlijke namen en heeft, net als de draak, zeven koppen en tien hoorns. De koppen zijn echter niet gekroond en ook de hoorns dragen geen kronen. Bovendien zit er iemand op het beest: 'de grote hoer, die op de vele wateren zit'. Een hoer staat in de Bijbel altijd voor het volk van God, dat haar God heeft verlaten en haar heil is gaan zoeken bij de machthebbers van de wereld en hun goden. Deze hoer is de afvallige christenheid met centraal daarin de RK-kerk. Deze Kerk heeft sinds haar ontstaan haar afzondering van de wereld steeds meer opgegeven. In plaats daarvan is de Kerk een enorme invloed gaan uitoefenen op koningen en regeringsleiders van de vele volken van Europa (de vele wateren, volgens de uitleg in Op.17:15). En dat eindigde niet na de Middeleeuwen. Krijgt de machtigste man van de wereld op zijn begrafenis alleen bezoek van zijn opvolgers? Om het beeld van de hoer op het beest te begrijpen moeten we kort naar de historie van Europa. Door de enorme omvang van het Romeinse rijk was het gedwongen steeds meer Germanen als soldaten en later ook als officieren op te nemen in haar legioenen. Bovendien kregen de rijksdelen steeds meer zelfbestuur. In 476 na Christus was het rijk sterk gedesintegreerd en waren het bestuur en het leger zozeer doordrongen van barbaarse invloeden dat de laatste Romeinse keizer werd afgezet zonder te worden vervangen door een volgende keizer. Het West-Romeinse rijk hield toen officieel op te bestaan. Het rijk viel in zekere zin in haar eigen zwaard en ging onder in een groot aantal verschillende deelrijken, die elkaar gedurende de daaropvolgende 1500 jaar voortdurend bestreden. De RK-kerk was vanaf dat moment de verbindende factor en de heerseres van de Europese volken. De hoer, de Kerk, zat op het beest dat was ondergedoken in de volken van Europa. Zij zat daarom tevens op vele wateren (=volken, menigten, natiën en talen). Het beest heeft geen heerschappij maar de hoer. Daarom zijn er geen kronen. Maar het beest zit wel onder de godslasterlijke namen. Onder de regie van de RK-kerk bleef de mysteriëngodsdienst van het oude Babel bestaan, inclusief totale onderwerping aan de priesterorde. Deze oude religie, die een aanfluiting was voor de ware God, was in een opeenvolging van rijken overgedragen en kenmerkte uiteindelijk ook Rome. De naam van de hoer is dan ook: 'Mysterie Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde'. Het beest heeft zeven koppen en tien hoorns, alle ongekroond. De koppen en de hoorns heeft dit scharlakenrode beest van Openbaring 17 gemeen met de vuurrode draak van Openbaring 12. De betekenis is voor beide beelden vrijwel hetzelfde. Alleen gaat het in Openbaring 12 over de geestelijke macht achter de wereldrijken en gaat het in Openbaring 17 om de historische ontwikkeling van de wereldrijken, waarvan al een deel achter de rug was. De uitleg van de zeven koppen en de tien hoorns vinden we in Op.17 vanaf vers 8:

'Van het beest wordt gezegd: 'Het was, het is niet en het zal uit de afgrond opkomen en ten verderve gaan'. De betekenis daarvan hebben we gezien: het Romeinse rijk was ooit oppermachtig, hield officieel op te bestaan en ging onder in de vele deelrijken van Europa en bestond lange tijd niet. Maar het zal uiteindelijk uit de afgrond oprijzen en ten slotte zal ermee worden afgerekend.'

Van de zeven koppen wordt gezegd: 'Hier is het verstand dat wijsheid heeft: de zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. Ook zijn het zeven koningen: vijf zijn er gevallen, een is er, de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf.' De betekenis van de zeven koppen van de draak, hierboven (3), is ontleend aan dit gedeelte. De Bijbel staat immers geen willekeurige eigen interpretatie toe maar moet aan de hand van de Bijbel zelf worden verklaard. Allereerst zijn het zeven heuvels. Dit bepaalt de identiteit van het beest en de grote hoer die erop zit. De wereldstad die al duizenden jaren bekend staat als de stad met zeven heuvels is Rome. Het beest is het Romeinse wereldrijk dat eeuwenlang is gedomineerd door de RK-kerk. In de tweede plaats stellen de zeven koppen zeven koningen voor. Vijf zijn gevallen. Toen Johannes in het jaar 95 het boek Openbaring schreef waren drie wereldrijken met in totaal vijf deelrijken gevallen: het Babylonische rijk, twee delen van het Medisch-Perzische rijk en twee delen van het Griekse rijk (Ptolemaeën en Seleuciden). Dit Griekse wereldrijk bestond na de dood van Alexander de Grote weliswaar uit vier delen maar het volk Israël, en daar draait het in de Bijbel om, had slechts te maken met twee daarvan. Deze vijf koppen, die het volk Israël in het nauw brachten, zijn gevallen. De zesde kop die 'nu' is, is het Rijk dat bestond op het moment dat Johannes Openbaring schreef: het Romeinse wereldrijk.

Er zijn direrse andere interpretaties van de vijf gevallen koppen:

(1) De vijf wereldrijken, Egypte - Assyrië - Babylon - Medië/Perzië - Griekenland, dat is eveneens mogelijk. Er zijn twee nadelen: (1) Deze uitleg sluit dit minder goed aan bij het 'teken in de hemel' van de ark van het verbond in de tempel in Openbaring 12 - die werd voor het laatst gezien voor de val van Jeruzalem vanwege Babel. (2) Deze uitleg sluit niet aan bij de opmerking dat het beest 'uit de zeven' is. Het beest uit Openbaring 13 (zie onder) heeft precies de kenmerken van Babel, Medië/Perzië en het Griekse rijk uit Daniël 7 (zie boven) maar niet die van Assyrië en Egypte, die ook in Daniël 7 niet voorkomen.

(2) De vijf regeringsvormen van Rome, Koningen, Consuls, Deciviraat, Oorlogstribunen, Dictatoren. Geen enkel historisch overzicht van het Romeinse rijk geeft echter een dergelijke opeenvolging of indeling van staatsvormen. Keizers waren overigens tevens dictators. Er waren slechts drie bestuurlijke fasen in de geschiedenis van het Romeinse rijk: Koninkrijk, Republiek (met Consuls) en Keizerrijk. Deze uitleg mist historische basis.

(3) De vijf voorafgaande keizers. Echter gingen aan keizer Tiberius maar liefst tien verschillende keizers vooraf. De 'vijf' die zijn gevallen is dan een zeer willekeurige greep uit alle keizers, en is eveneens zonder historische basis.

Dat de zesde kop, die van het 'Romeinse rijk', 'nu is', lijkt in strijd met wat eerder van het beest werd gezegd: 'het was, is niet en het zal uit de afgrond opkomen...' Hoe kan een wereldrijk nu tegelijkertijd wel en niet bestaan? Het antwoord op die vraag heeft te maken met de tijdspanne waarop het visioen betrekking heeft, een tijd van circa 2000 jaar. Ten tijde van Johannes was de zesde kop nog springlevend. Na enkele eeuwen zou het rijk in het jaar 476 echter officieel ophouden te bestaan en 'onder water gaan'. Het zou plaats maken voor de heerschappij van de grote hoer, de Roomse kerk. In die zin is het een rijk dat er gedurende lange tijd 'niet is', terwijl de zesde kop er 'als dood' bijhangt en volledig onderworpen is aan de macht van de Kerk. De zevende en laatste kop heeft betrekking op de toekomstige herrijzenis van het Romeinse rijk. Dit zal echter slechts van korte duur zijn: 'En wanneer hij komt moet hij een korte tijd blijven'. Gedurende een beperkt aantal jaren zal er een eenwereldregering zijn op initiatief van de Roomse Kerk, die probeert alle wereldreligies onder haar vleugels samen te brengen. De zevende kop is echter niet de laatste fase van het beest want er staat; 'En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf'. Het beest dat lange tijd afwezig was en getooid is met de zeven koppen en de tien hoorns, is 'de achtste' en komt voort uit de zeven koppen. Wat dat betekent, wordt duidelijk aan de hand van de uitleg over de tien hoorns.

Van de tien hoorns wordt gezegd: 'En de tien hoorns die u gezien hebt, zijn tien koningen, die het koningschap nog niet hebben ontvangen, maar die samen met het beest één uur koninklijke macht zullen ontvangen. Dezen zijn eensgezind en zij zullen hun kracht en macht aan het beest overdragen.' Voor de vierde keer komen we hier het tiental tegen. God vindt dit dermate belangrijk dat dit vijf keer in de Bijbel voorkomt, één keer als tien tenen en vier keer als tien hoorns. Het zijn tien toekomstige koningen. Net als de koppen zijn ook de hoorns ongekroond. Zolang de grote hoer nog op het beest zit en de Kerk nog regeert, hebben de koningen hun macht nog niet ontvangen en is ook het beest nog onderworpen aan het Roomse Instituut. Uiteindelijk zullen de tien koningen, los van de grote hoer en samen met het beest voor korte tijd heersen over tien rijksdelen van een toekomstig wereldrijk. Om dat mogelijk te maken moet er wel wat veranderen. Ook dat staat in dit hoofdstuk:

'En de tien hoorns die u op het beest zag, die zullen de hoer haten, en haar berooid en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar met vuur verbranden. Want God heeft het in hun hart gegeven om Zijn plan uit te voeren en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden van God volbracht zijn.' Kort gezegd komt dit erop neer dat de tien hoorns de hoer zullen inruilen voor het beest. God Zelf zet de tien hoorns aan om zich te keren tegen het instituut dat het domein van het beest zovele eeuwen heeft gedomineerd. Het is het begin van Gods oordeel over de afvallige christenheid, met de RK-kerk als centrale macht. Daarom begint Openbaring 17 met de mededeling van de engel aan Johannes: 'Kom, ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien, die aan vele wateren zit.' Dit gehele beeld van het zevenkoppige beest in Openbaring 17 draait om het oordeel over de grote hoer. Dit oordeel wordt voortgezet in het volgende hoofdstuk: Openbaring 18. De eerste fase van het oordeel over de Kerk is het verlies van de heerschappij over het wereldrijk. Haar rijkdom zal haar afgenomen worden en al haar machtsstructuren zullen vernietigd worden. In plaats van de Kerk zal het beest zelf opnieuw alle macht ontvangen. Het rijk zal niet langer onder de regie van een afvallig christelijk instituut staan maar onder rechtstreekse invloed van satan. De verdere geschiedenis van het beest wordt weergegeven in Openbaring 13.


(5) Openbaring 13

Openbaring 13 toont twee beesten, een beest uit de zee en een beest uit de aarde. Het beest uit de zee lijkt sterk op de draak uit Openbaring 12 en is identiek aan het beest van Openbaring 17. Het heeft eveneens zeven koppen en tien hoorns. Echter, er zijn enkele markante verschillen. Het beest uit de zee van Openbaring 13 heeft tien kronen op de tien hoorns en geen kronen op de zeven koppen. In plaats daarvan staan op de koppen namen van lastering. Bovendien heeft dit beest de uiterlijke kenmerken van diverse diersoorten. Het lijkt op een panter, heeft de poten van een beer en de muil van een leeuw. Dit beest stelt de heerschappij van het laatste wereldrijk voor als de laatste en meest levendige manifestatie van satan op aarde. Openbaring 13 is het vervolg op Openbaring 17, waar de hoorns van het beest nog ongekroond zijn en de grote hoer (de afvallige - voornamelijk Roomse - Kerk) nog oppermachtig op het beest zit. Openbaring 13 laat de situatie zien nadat deze grote hoer de eerste fase van haar oordeel heeft ondergaan en al haar status, rijkdom en macht is kwijt geraakt. Het Romeinse rijk van vóór de heerschappij van de Roomse Kerk is wederopgestaan. Immers, er staat: 'En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna.' Welke van de zeven koppen was dodelijk gewond? Dat is af te leiden uit het visioen van Openbaring 17. Het was de zesde kop, het Romeinse rijk, die 'is' op het moment van dat visioen, terwijl het beest zelf op dat moment 'niet is'. Die kop kreeg namelijk een doodsklap toen de laatste keizer in 476 werd afgezet. Het rijk ging ten onder aan zijn eigen succes. Het werd zo groot dat de instituties en legioenen gevuld raakten met barbaren en het viel ten slotte in zijn eigen zwaard toen deze barbaren het rijk ophieven. Daarom spreekt vers 14 over 'het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd'. En er is nog een tweede lijn die loopt vanaf Openbaring 17 naar Openbaring 13. Hoofdstuk 17 vermeld '...en het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf'. Dat is op twee manieren te verklaren. Ten eerste zijn het de tien hoorns van de zevende kop die hun 'kracht en hun macht' en 'hun koningschap' leggen in de handen van 'het beest', na eerst de grote hoer te hebben afgezet. De uiteindelijke heerschappij van het beest is daarom een logische voortzetting van de zeven koppen. Ten tweede komen alle voorgaande (deel-)rijken van Daniël 7, die worden uitgebeeld in de zeven koppen, terug in het beest: De eerste kop is zichtbaar in de muil van de leeuw, volgens Daniël 7 een beeld van het Babylonische wereldrijk. De tweede en de derde kop zijn zichtbaar in de poten van de beer, volgens Daniël 7 een beeld van het Rijk van Meden en Perzen. De vierde en vijfde kop zijn zichtbaar in het lijf en de achterpoten van de panter, volgens Daniël 7 een beeld van de twee Griekse rijken, de Ptolemaën en de Seleuciden. De zesde en zevende kop, met de tien horens, zijn zichtbaar in het totale beest met alle kenmerken van de voorgaande rijken en daarin is tevens het vierde, schrikwekkende dier van Daniël 7 met de tien hoorns zichtbaar, een beeld van het Romeinse rijk. De Bijbel is er bijzonder duidelijk over dat het Romeinse rijk van meer dan 1500 jaar geleden weer zal verrijzen in de vorm van een tien-statenbond. Een belangrijk verschil tussen Openbaring 17 (het beest 'onder water' en de grote hoer) en Openbaring 13 (het beest uit de zee) is gelegen in de manier waarop het beest zijn macht ontvangt. In Openbaring 17 is het God die de tien hoorns in het hart geeft de grote hoer te verstoten en het beest te installeren. Echter, in Openbaring 13 lezen we het volgende over het beest uit de zee: 'En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht'. Het gaat hier opnieuw over de vuurrode draak uit Openbaring 12, die in zeven opeenvolgende (deel-)rijken de woeste kop opsteekt om het volk Israël in het nauw te brengen en de Verlosser, die uit Israël voortkomt, te verslinden. Deze vuurrode draak, dat is de satan, zal kort voor de terugkeer van Jezus uit de hemel worden geworpen en het volk Israël voor 1260 dagen vervolgen. God zal zijn volk gedurende die periode beschermen in de woestijn. Openbaring 13 vermeldt dat dit beest voor de beperkte periode van 42 maanden (dat is eveneens circa 1260 dagen) aan de macht zal zijn. Elders wordt deze periode aangeduid met 'tijd, tijden en een halve tijd' (ook dat is ongeveer 1260 dagen). Kenmerkend is dat de koppen niet gekroond zijn, alleen de hoorns. Openbaring 13 draait om de laatste fase van het Romeinse rijk met de heerschappij van de tien koningen, samen met het beest. De overige koppen zijn verleden tijd en niet langer aan de macht. Wat nog wel doordringt uit dat verleden is de naam van lastering. In plaats van kronen staat op de koppen een naam (enkelvoud) van lastering. Alle (deel-)rijken door is feitelijk slechts sprake geweest van één soort lastering, namelijk dat niet God maar de mens als manifestatie van satan de hoogste macht zou zijn. Het is de laster die al doorklonk in 'als je van deze boom eet, zul je aan God gelijk zijn' en 'laten wij een toren bouwen waarvan de top tot in de hemel rijkt'. Deze laster manifesteert zich in zeven verschillende vormen:

de aanbidding van satan (vers 4)

de aanbidding van het beest (vers 4)

de grootspraak van het beest (vers 5)

de lastering van de naam van God (vers 6)

de lastering van de tempel van God (vers 6)

de lastering van de hemelbewoners (vers 6)

de oorlogvoering tegen de heiligen op aarde (vers 7)


Tot slot is er nog één belangrijk verschil tussen Openbaring 17 en Openbaring 13. Openbaring 17 geeft aan dat de tien koningen samen met het beest één uur koninklijke macht zullen ontvangen. Echter Openbaring 13 vermeldt: 'En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen.' Hoe lang 'één uur' is weten we niet maar het is zeer waarschijnlijk een stuk korter dan 42 maanden. Hier wordt Daniël 7 van belang. Daar staat namelijk het volgende over de tien hoorns: 'Terwijl ik op de hoorns bleef letten, zie, een andere, kleine, hoorn rees daartussen op. Drie van de eerdere hoorns werden voor hem uitgerukt. En zie, in die hoorn waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak. ... Ik had namelijk toegekeken en gezien dat die hoorn oorlog voerde tegen de heiligen en dat hij hen overwon'. De engel in het visioen geeft Daniël daarover de volgende uitleg: 'En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.'

De elfde, opvallende hoorn van het vierde dier van Daniël 7 komt overeen met het beest uit de zee van Openbaring 13. Zij hebben en doen dezelfde dingen: een mond vol grootspraak, spreken van woorden tegen God, voeren van oorlog tegen de heiligen en dat alles voor de duur van drie en een half jaar. Er zijn echter een aantal elementen in Daniël 7 die ontbreken in Openbaring 13. Dat is het vernederen van drie van de tien koningen en het veranderen van bepaalde tijden en de wet. Dat eerste is mogelijk de reden dat de tien koningen één uur en niet 42 maanden koninklijke macht met het beest zullen ontvangen.

toekomst

Tot Hem zijn alle dingen

Beest uit de Aarde