3A. 70 jaarweken

‘Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang.'


De Bijbel spreekt op veel plaatsen over 'de tijd van het einde' of 'de laatste dagen'. Die uitdrukkingen slaan op de laatste zeven jaar, waarin twee totalitaire wereldleiders een regime van totale onderdrukking aan de wereld zullen opleggen. In het boek Openbaring worden deze wereldleiders het beest uit de zee en het beest uit de aarde genoemd. Deze periode van zeven jaar vormt de afsluiting van de afgelopen 2500 jaar wereldgeschiedenis. Het kenmerk van die twee en een half millennia wereldgeschiedenis is, dat God zijn wereldbestuur door middel van het volk Israël heeft opgegeven. In plaats daarvan heeft Hij de macht voor vele eeuwen overgegeven aan de heersers uit de volken, niet-Israëlieten. Direct na de overdracht van het Godsbestuur naar de wereldrijken, heeft God in diverse visioenen aan Daniël laten zien hoe de wereld zich in de eeuwen daarna zou ontwikkelen. Een van die profetieën is die van de '70 jaarweken'. Dat zijn 70 perioden van zeven jaar, een profetisch totaalkader van in totaal 490 jaar. Maar hoe verhouden zich die 490 jaar tot de laatste 2500 jaar? Zijn die 490 jaar niet al lang en breed voorbij? Wat staat ons allemaal te wachten?


Er komt een tijd dat Jeruzalem meer dan ooit het centrum van de godsdienstige wereld zal zijn. Activiteiten in de tempel zullen de wereld schokken. Gedurende 42 maanden zullen de voorhof van de tempel en Jeruzalem door de volken overlopen worden. Die 42 maanden vormen de laatste fase van een oude profetie over een periode van 70 jaarweken van zeven jaar, oftewel 490 jaar. Deze profetie is te lezen in Daniël 9 en luidt als volgt:

'Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen, om visioen en profeet te verzegelen, en om de Heiligheid van heiligheden te zalven.'

'U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in benauwde tijden. Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn. Een volk van een vorst, die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is.'

'Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.'

De profetie van Daniël over 70 jaarweken had een belangrijke voorgeschiedenis. Daniël was namelijk overgegaan tot zeer intens gebed omdat hij in de geschriften van zijn tijdgenoot Jeremia de profetie opmerkte over de duur van Israëls ballingschap in Babel:

‘…in het eerste jaar van zijn (Darius) regering, merkte ik, Daniël, in de boeken het aantal jaren op waarover het woord van de HEERE tot de profeet Jeremia gekomen was: zeventig jaar zouden na de verwoesting van Jeruzalem voorbij moeten gaan.

Daniël werd als jongeman in Jeruzalem gevangen genomen en in het jaar 605 voor Christus weggevoerd naar Babel. Hij maakte op latere leeftijd de val van Babel en de overname door de Meden en de Perzen mee. Intussen waren de 70 jaren van Gods belofte zo ongeveer verlopen en Daniël smeekte God om die belofte gestand te doen, op grond van zijn genade. Jeremia had geprofeteerd dat de weggevoerde Israëlieten zeventig jaar naar Babel in ballingschap zouden gaan, en dat Babel dan geoordeeld zou worden en dat het volk daarna zou terugkeren naar hun land.

‘Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen. Maar het zal gebeuren wanneer de zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk – spreekt de HEERE – hun ongerechtigheid zal vergelden, en ook het land van de Chaldeeën en Ik zal dat maken tot eeuwige woestenijen.’

‘Want zo zegt de HEERE: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats.’

De belofte van terugkeer na 70 jaar is door God op twee verschillende manieren ingelost. Die 70 jaar ballingschap hadden te maken met alle jaren dat het volk de sabbatsjaren niet in acht had genomen. Elke zeven jaar moesten ze het land één jaar laten rusten. Dat hadden ze lange tijd niet gedaan. Gezien de 70 jaren ballingschap waren er dus 70 ‘jaarweken’ oftewel 70 x 7 = 490 jaren van ongehoorzaamheid voorbijgegaan. Mozes had het volk hier in het volk Leviticus al voor gewaarschuwd:

‘Ik zal u dan onder de heidenvolken verstrooien en Ik zal achter u een zwaard trekken. Uw land zal een woestenij worden en uw steden een puinhoop. Dan zal het land behagen scheppen in zijn sabbatsjaren, alle dagen dat het verwoest ligt en u in het land van uw vijanden bent. Dan zal het land rusten en zal het behagen scheppen in zijn sabbatsjaren. Alle dagen dat het verwoest ligt, zal het rusten, omdat het niet rustte gedurende uw sabbatten, toen u het bewoonde.’

En Daniël noemt dit ook meermalen in zijn gebed:

‘Maar heel Israël heeft Uw wet overtreden en is afgeweken door niet te luisteren naar Uw stem. Daarom is over ons de vervloeking en de eed uitgegoten die beschreven is in de wet van Mozes, de dienaar van God, want wij hebben tegen Hem gezondigd.’

‘Zoals het beschreven is in de wet van Mozes, is al dat onheil over ons gekomen.’

Dit raakt de kern van de omwenteling die zich circa 2500 jaar geleden voltrok in de wereldgeschiedenis. Israël was door God bedoeld als een volk van priesters, dat zou bemiddelen tussen God en de rest van de wereld. In plaats daarvan had Israël de wet van de HERE hun God eeuwenlang op alle fronten geschonden. Het volk had zijn God de facto verlaten om vreemde goden te dienen. Daarop verliet God de tempel en het volk en ontnam God aan Israël haar uitzonderlijke positie. Sindsdien is de ark van het verbond spoorloos. De 'tijden der volken' braken aan, die intussen al 2500 jaar duren. In de Bijbelboeken werden de gebeurtenissen niet langer gerekend naar de regeringsjaren van Israëls koningen maar naar de heerschappij van de heersers van de wereldrijken. Het volk Israël ging in ballingschap onder de regie van het Babylonisch wereldrijk.

Aan de ballingschap zou echter na 70 jaar een einde komen. Terwijl Daniël belijdenis doet over de zonden van zijn volk, ontvangt hij van de engel Gabriël een profetie over een toekomstige serie van 70 jaarweken met als eerste doel ‘om de overtreding te beëindigen’. Na 70 jaarweken van overtreding zijn 70 nieuwe jaarweken nodig om de overtreding te voleindigen en af te schaffen. In totaal zijn er zes doelen die bereikt moeten worden in de 70 jaarweken die zouden komen:


  1. De overtreding te beëindigen

  2. De zonden te voleindigen

  3. De ongerechtigheid te verzoenen

  4. Een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen

  5. Visioen en profeet te verzegelen

  6. De Heiligheid van heiligheden te zalven.


Om goed te begrijpen wat dit betekent, moet bedacht worden dat de profetie van de 70 jaarweken betrekking heeft op het volk Israël. De engel begint de profetie aan Daniël namelijk met: ‘Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad’

Na de 70 jaarweken, dat is 70 x 7 = 490 jaar, zouden er allereerst vier zaken plaatsvinden op het morele vlak voor het volk Israël. (1) Er zou een einde komen aan de overtreding van het volk Israël, dat wil zeggen dat het volk vanaf dat moment de Gods geboden niet langer voortdurend zullen overtreden. (2) De zonden van het volk Israël zullen hun toppunt bereikt hebben en vol gemaakt zijn. (3) Dan zal de ongerechtigheid van het volk Israël bedekt zijn en zal (4) een eeuwige gerechtigheid tot stand zijn gebracht.

Dit betekent het volgende. De zonde zou het volk volledig moeten doorwoekeren, voordat het open zou staan voor de noodzakelijke vergeving. Elk geloof in eigen waardigheid moest de het volk ontnomen worden. De grondslag van deze volledige doorwoekering van de zonde is (1) dat het volk de eigen Messias verwerpt en (2) een valse Messias accepteert en dat het volk tot slot met hun verkeerde keuze wordt geconfronteerd. Nog sterker zal het geweten van het volk worden geraakt als zij beseffen dat de ware Messias de grondslag legde voor de morele reiniging van het volk op het moment dat het volk Hem verwierp. Hun bekering tot Jezus Christus zal de (3) bedekking van hun ongerechtigheid bewerken omdat Hij op Golgotha (4) een eeuwige gereichtigheid tot stand bracht. Dan zal op het volk van toepassing zijn wat geschreven staat in Zacharia 12:

'Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.'

De inhoud van die klacht zou heel goed kunnen bestaan uit de woorden van Jesaja 53:


'Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen,
onze smarten heeft Hij gedragen.
Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde,
door God geslagen en verdrukt.
Maar Hij is om onze overtredingen verwond,
om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,
en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
Wij dwaalden allen als schapen,
wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen
op Hem doen neerkomen.'


Dan is er (5) een profetische doelstelling, die moet worden verwezenlijkt. Het verzegelen van visioen en profeet kan twee dingen betekenen: (1) het vergrendelen of (2) het voorzien van een echtheidszegel. Die laatste betekenis is hier bedoeld: wanneer visioen en profetie werkelijkheid worden, ontvangen ze het echtheidskenmerk.

Ten slotte is er (6) een rituele doelstelling van zalving met betrekking tot het ‘heilige der heiligen’, dat kan slaan op verschillende attributen van de tempel, zoals het altaar. Echter, de nieuwe tempel en haar attributen zijn nog niet direct aanwezig rond het einde van de 70e jaarweek. Die eindigt namelijk in enorme wereldwijde oordelen van God. Wel is er op dat moment een zwaar verontreinigde tempel vanwege de voorafgaande drie en een half jaar van gruwelijke afgoderij onder regie van het beest uit de aarde. Het ‘zalven van iets allerheiligst’ zal daar zeker niet op slaan. Waar het wel op kan slaan is het gelovige deel van het volk, dat is gelouterd door de grote verdrukking. Zij worden gezalfd met de Heilige Geest, zoals beschreven in Ezechiël en Joël en, zoals we hierboven zagen, in Zacharia. Zo slaan alle zes de doeleinden van de 70 jaarweken op het volk Israël en niet zozeer op stad en heiligdom. Het gaat God ten diepste om het hart van de mens.

De 70 jaarweken van in totaal 490 jaar zijn nog niet verdwenen in de geschiedenis. De 70 jaarweken in de boodschap van de engel worden namelijk gesplitst in 3 groepen: 7 jaarweken, 62 jaarweken en de laatste jaarweek. Die laatste jaarweek is nog toekomstig. De splitsing tussen de eerste twee groepen is niet langer relevant, waarschijnlijk gaat het om het onderscheid tussen de herbouw van de stad en het voortbestaan daarna. In totaal zouden vanaf het bevel tot herbouw van Jeruzalem 69 jaarweken voorbij gaan totdat ‘Messias’, ‘Gezalfde’ of ‘Christus’ zou worden uitgeroeid, 'zonder dat Hij iets had'. De vraag is wat het jaartal was van het bevel tot de herbouw. Daarover is veel verschil van mening. In totaal zijn er namelijk drie momenten van terugkeer van het volk vanuit Babel terug naar Israël geweest:


  1. Op bevel van de eerste Medisch/Perzische vorst Cyrus (of Kores) in 538 voor Christus of, volgens recenter onderzoek, in 489 voor Christus (die correctie van circa 40 jaar heeft te maken met een verkeerde chronologie van de periode vóór 424/'23 v. Chr). Het bevel van Kores leidde tot de eerste terugkeer vanuit Babel onder aanvoering van Zurubbabel. Kores gaf voornamelijk bevel en faciliteiten voor de herbouw van de tempel, waartoe het volk door de profeet Haggaï werd opgeroepen om het ook te voltooien. Dat gebeurde in 515 voor Chr. (of 466 voor Chr.) onder leiding van de priester Ezra.

  2. Op bevel van Darius, oftewel Arthasasta (Artexerxes), gaf Ezra leiding aan een tweede groep Joden die in 466 voor Chr. terugkeerden naar Israël en Jeruzalem om het aanvankelijke bevel van Kores tot herbouw van de tempel en de stad te voltooien. Dat gebeurde na jarenlang oponthoud door tegenstand van de nieuwe bewoners van de regio, die daar sinds de ballingschap waren komen wonen.

  3. Ten tijde van Nehemia waren grote delen van de muur nog steeds een puinhoop. Wel was er al gewerkt aan de muur en waren er diverse huizen gebouwd maar er waren nog veel bressen en de poorten waren nog steeds vernield. zonder muur geen stad. Het recht op de bouw van een muur is het eerste stadsrecht. Daarom gaf Artexerxes in het jaar 445 voor Christus (452 voor Chr.) bevel en faciliteiten tot herbouw van de stad en de muur.


Het gaat om de bevelen (1) en (3), die de bedoelde aftrap zouden kunnen zijn van de 70 jaarweken. Een vrij bekende telling van de jaarweken is die, waarbij men uitgaat van bevel (3) in het jaar 444 of 445 voor Christus. Als rekening wordt gehouden met de oude tijdrekening van 360 dagen per jaar, dan gingen sindsdien 69 x 7 x 360 dagen = 173.880 dagen voorbij. In jaren van 365 dagen kom je dan op circa 476 jaar, dat is in het jaar 32 na Christus. Reken je het precies uit, dan kom je op 6 april van het jaar 32, volgens andere berekeningen de dag waarop Jezus op het ezelsveulen gezeten en onder Hosanna-geroep Jeruzalem binnenreed. Deze data zijn nooit helemaal exact na te gaan maar zeker is wel dat Jezus nabij het jaar van de afloop van de 69 jaarweken is gekruisigd. Hij was de Gezalfde, die werd uitgeroeid zonder dat Hij iets had.

Echter, met deze telling zijn een aantal problemen. Allereerst is de omrekening van jaren met 365 naar jaren met 360 dagen problematisch. In de oudheid rekende men immers met jaren van 360 dagen. De jaren vóór Christus telden dan reeds 360 dagen en zouden niet meer omgerekend hoeven worden. In de tweede plaats is het jaar 32 problematisch omdat het Joodse paasfeest in dat jaar niet op vrijdag viel en dat stemt niet overeen met de gegevens in de evangelieën: Jezus stierf op 'goede' vrijdag. In de derde plaats zijn er veel aanwijzingen dat het bevel van Kores mede sloeg op de terugkeer van het volk en op het herstel van de stadsmuur. In de vierde plaats zouden 69 weken verlopen tot op Messias, een Vorst en na de 69 weken zou deze Messias worden uitgeroeid. Dat eerste 'tot op' lijkt meer te duiden op de geboorte dan op de dood van de Messias.

Om deze redenen ligt een tweede telling van de eerste 69 jaarweken veel meer voor de hand. Daarbij wordt tevens uitgegaan van gecorrigeerde jaartallen voor de Perzische heersers over het wereldrijk. Die telling begon eenvoudig in het jaar 489 voor Christus met bevel (1) door Kores, waarbij het volk opdracht kreeg terug te keren naar Israël. De nadruk lag op de bouw van de tempel maar impliciet werd ook bevel gegeven de stad en de muren te herbouwen. Tel je dan 69 x 7 jaren verder, dan kom je 483 jaren verder in het jaar 6 voor Christus, dat volgens velen overeenkomt met Christus' geboortejaar.

Met de geboorte van Christus, was het aftellen van de kalender van de 70 jaarweken gestopt na afloop van de 69e week. De 70e jaarweek is opgeschoven naar een onbepaalde toekomst. Christus zou worden verworpen en sindsdien is God iets geheel nieuws begonnen: de vorming van de gemeente van God uit alle volken van de wereld. Zijn bemoeienissen met Israël als volk zijn gestopt en het huis Israël is woest. Gelovige Israëlieten behoren vanaf het kruis bij de Gemeente uit de volken, niet bij Israël. In de gemeente is het onderscheid tussen Jood en Griek opgeheven. Pas bij de start van de 70e en laatste jaarweek hervat God zijn plannen met zijn volk Israël en 'herstelt Hij de vervallen hut van David'.

Hoewel het niet behoort bij de 70 jaarweken, wordt in Daniëls profetie kort stilgestaan bij wat er in die tussenliggende periode (tussen de 69e en de 70e jaarweek) zal gebeuren met ‘het volk en de heilige stad’, waarop de profetie betrekking heeft. Na afloop van de 69e week en de kruisiging van Christus zou het volk van een nog toekomstige vorst de stad en het heiligdom te gronde richten. Dat is ook door Jezus meermalen aangekondigd, namelijk (1) op palmzondag bij de intocht in Jeruzalem op het ezelsveulen, (2) bij het verlaten van de tempel in de week daarna en (3) bij de Olijfbergrede. Deze verwoesting van Jeruzalemt heeft 40 jaar later daadwerkelijk plaatsgevonden in het jaar 70 na Christus onder bevel van Titus. Daarna zou een periode volgen van chaos: ‘overstromende vloed’, ‘tot het einde toe zal er oorlog zijn’ en ‘verwoestingen waartoe vast besloten is’. De geschiedenis van Europa over de afgelopen 2000 jaar is er een van veel strijd en geweld, waarin tegenkrachten elkaar voortdurend bestrijden en een onderstroom van Romeins gezag telkens probeert opnieuw de totale heerschappij te bereiken, vaak vanuit het gezag van de RK Kerk. Het is de geschiedenis van het scharlakenrode beest onder regime van de grote hoer 'Mysterie Babylon' Maar nog steeds is de laatste week van de kalender van 70 jaarweken niet opgeslagen.

Dan volgt het laatste deel van de profetie, dat lastig te begrijpen is:

‘Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.’

Ineens start de laatste week van de profetische kalender. Een belangrijke vraag is, wie deze ‘hij’ is, die het verbond zal versterken. Deze 'hij' verwijst terug naar de voorgaande zin: ‘het volk van een vorst die zal komen, zal stad en heiligdom te gronde richten’. Dat is het volk van de Romeinen. De vorst die zal komen is derhalve een Romein. Naar deze vorst wordt terug verwezen in het laatste gedeelte. Er zal een verbond worden gesloten gedurende één week, dat is de laatste jaarweek van 7 jaar, tussen het Romeinse rijk, dat hersteld zal zijn, en Israël. Dit verbond wordt in Jesaja een ‘verbond met het dodenrijk en met de dood’ genoemd. Dat het gaat om Israël, is logisch want het gaat om Daniëls volk en heilige stad. Maar het is ook op te maken uit dat wat volgt. Halverwege die laatste periode van 7 jaar, dus na drie en een half jaar, zal 'hij', de Romeinse vorst, de offerdienst van het volk Israël doen ophouden. Daarna wordt gesproken over een ‘gruwelijke vleugel’. De betekenis van ‘gruwel’ in de Bijbel is een afgod. In plaats van de offerdienst aan God, zal in de Joodse tempel een afgodendienst worden ingevoerd en beschermd (vandaar: vleugel). Deze afgodendienst zal worden gesanctioneerd en ondersteund en een wereldomvattend karakter krijgen door inspanningen van de toekomstige leider van Israël, het beest uit de aarde. De oprichting van een afgod in de tempel is al eerder in de geschiedenis voorgekomen, namelijk onder de Griekse overheersing van de Seleuciden. Toen was het de Griek Aniochus Epiphanus die in 168 voor Chr. voor meer dan drie jaar een afgodsbeeld van Zeus in de tempel zette, eveneens in samenwerking met de vergriekste Joden. Ook dat is aan Daniël vooraf verteld. De afgoderij in Jeruzalems tempel zal zich herhalen en drie en een half jaar duren en beëindigd worden door een ‘verwoester’. Vlak voor de terugkeer van Jezus Christus zal vanuit het Noorden namelijk een vijandelijke macht in Israël huishouden, wat het einde inluidt van het Romeinse rijk en het ongelovige deel van Israël.

De laatste jaarweek is verreweg de zwaarste periode uit de geschiedenis, zowel voor Israël als voor de wereld als geheel. Om die reden heeft God in de Bijbel veel profetieën laten opnemen om de mensen in deze zeven jaar tot steun te zijn en te bewaren voor de enorme misleiding die dan zal rondwaren. Omdat de wereldwijde totalitaire dictatuur zich pas halverwege de laatste jaarweek in volle omvang zal openbaren, gaan alle verwijzingen naar deze periode van 7 jaar over de laatste drie en een half jaar, of 42 maanden of 1260 dagen. We zetten ze hieronder op een rijtje.

(1) Daniël 7:24, 25: En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken,de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. UITLEG: De tien hoorns zijn tien machthebbers die de laatste, nog toekomstige, fase vormen van het Romeinse wereldrijk, het beest uit de zee. Dit rijk zal in de eindtijd vertegenwoordigd worden door één machtige hoorn, die zich als onbetwist leider van de andere tien zal opwerpen. Hij zal gedurenden drie en een half jaar absolute macht ontvangen om wetgeving naar zijn hand te zetten en de getuigen van Jezus te vervolgen.

(2) Daniël 9:27 Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste. UITLEG: Het beest uit de zee staakt halverwege de laatste zeven jaar de offerdienst van religieus Israël in de tempel te Jeruzalem, en stelt samen met het beest uit de aarde, de leider van Israël, een wereldwijde afgoderij in, die drie en een half jaar duurt en dan wordt afgebroken door een militaire inval vanuit het Noorden.

(3) Daniël 12:7: Toen hoorde ik de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen. UITLEG: Na drie en een half jaar zal God Zelf een einde maken aan de macht van het beest uit de zee, dat erop gericht is het volk Israël te vernietigen.

(4) Daniël 12:11,12 Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen. Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt. UITLEG: De laatste jaarweek start met een verbond tussen het Westen en Israël, waarbij de offerdienst in de tempel na bijna 2000 jaar zal worden hervat. Halverwege de laatste jaarweek (zeven jaar) zal de Westerse leider zijn masker afgooien en zich ontpoppen als beest uit de zee. Het wordt de Joden verboden hun offerdienst uit te voeren. In plaats daarvan zal een wereldwijde afgoderij worden ingevoerd met de tempel in Jeruzalem als centrum. Deze keizercultus van het beest uit de zee zal precies drie en een haf jaar of 1260 dagen duren. Daarna zal het rijk van het beest uit de zee vanuit de hemel worden geoordeeld. Alle gevaar is nog niet voorbij. Er zullen nog eens 30 dagen (tot een totaal van 1290 dagen) en 45 dagen (tot een totaal van 1335 dagen) verlopen voordat all gevaar geweken is.

(5) Openbaring 11:1, 2 En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang. UITLEG: In de Bijbel kan het meten van een object te maken hebben met bewaring of met vernietiging. Hier gaat het om bewaring want er staat: 'meet die niet ... en zij zullen de heilige stad vertrappen.' Gedurende de tweede helft van de laatste zeven jaar zal Jeruzalem 42 maanden lang (drie en een half jaar) overlopen worden en het toonbeeld zijn van wereldwijde afgoderij en vervolgens vernietiging. Degenen die zich in de tempel bevinden worden in die tijd door God beschermd.

(6) Openbaring 11:3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren. UITLEG: Gedurende de heerschappij van het beest uit de zee, zullen in de tempel van Jeruzalem twee getuigen voor twaalfhonderdzestig dagen profeteren. Zij waarschuwen de mensen voor de terugkeer van Jezus Christus en de consequenties voor hen die het teken van het beest accepteren. Mogelijk beginnen zij reeds kort voor de start van de laatste halve jaarweek omdat ze kort voor het einde daarvan door het beest uit de zee worden gedood en hun lijken dan drie en een halve dag op straat liggen.

(7) Openbaring 12:6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen. Openbaring 12:13 En zodra de draak zag dat hij op de aarde was neergeworpen, ging hij de vrouw vervolgen die het mannelijke Kind gebaard had. En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.UITLEG: De vrouw is een beeld van het volk Israël waaruit de lang verwachte Messias voortkomt. De zevenkoppige draak (de duivel) heeft de afgelopen 2500 jaar in zeven (deel-)rijken het volk Israël belaagd en staat klaar om het kind te verslinden. Nadat het kind is weggeruk naar God en zijn troon wordt het volk Israël opnieuw vervolgd. Niet de tweede wereldoorlog maar de toekomstige grote verdrukking van drie en een half jaar bedreigt het voortbestaan van Israël. Dit volk is namelijk het kanaal van Gods plannen en zegen met de wereld.

(8) Openbaring 13:5 En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen. UITLEG: Hier vinden we het beest uit de zee, dat drie en een half jaar lang de macht krijgt om een wereldwijde godslasterlijke afgoderij in te voeren en de getuigen van Jezus tot de dood toe te vervolgen.

De uitdrukkingen 'twaalhonderdzestig dagen' en 'tijd, tijden en een halve tijd' staan in verband met het volk Israël en de getuigen van Jezus. De uitdrukking 'tweeënveertig maanden' slaat op de tegenstanders van Gods volk.

toekomst

Tot Hem zijn alle dingen

Beest uit de Zee

Beest uit de Aarde