???2021???

'Van die dag of dat uur, echter, weet niemand...'

Niet de dag of het uur? Maar misschien wel het jaar? Of ook niet het jaar? Er zijn dit jaar al verschillende 'opname-data' voorbij gekomen. Rosh Hashana (7/8 oktober), Shemini Atzeret (28/29 oktober), 5 november... En nog steeds niet. Er zijn ook alweer nieuwe data (21/23 november). Maar gaat het eigenlijk wel gebeuren dit jaar, dit decennium, deze eeuw?

Belangrijk is te weten dat bovenstaande tekst niet gaat over de Opname van de gemeente, waar die ten onrechte wel vaak mee in verband wordt gebracht. Gezien de context is 'die dag of dat uur' de dag en het uur van zijn zichtbare komst in grote kracht en heerlijkheid met de wolken van de hemel. Dat is na de opname en het tekenen van een verbond tussen Israël en Rome en mogelijk meer landen tamelijk precies te berekenen maar kennelijk niet helemaal op de dag. Maar van de opname weten de christenen heel lang 'de eeuw noch het jaar'. Sterker nog, heel lang was er helemaal geen verwachting van een opname.

Sinds het reveil van de negentiende eeuw is die verwachting weer helemaal terug in de christenheid. Jezus prijst deze tak van gelovigen 'dat zij het woord van zijn volharding hebben bewaard'. Ze hebben hun zinnen niet gezet op de wereld om hen heen maar op de komst van Christus. En gaandeweg zijn naderende komst, lijkt het of het moment van de opname ook steeds nauwkeurige bepaald kan wroden. 2021 is in het licht van Bijbelse profetieën een zeer significant jaar. Barry Awe verklaart al enige tijd dat 2021 het jaar is van de opname van de gemeente en hij heeft daar diverse argumenten voor, die allemaal wijzen op 2021. Daar zou nog een belangrijk argument aan kunnen worden toegevoegd. De redenering loopt als volgt:

Het volk Israël is meermalen in haar geschiedenis gestraft voor haar verwerping van de HEERE hun God en voor het nalopen van afgoden. Gods wegen met Israël bestaan uit een getuigenis, waarbij de Joden met de ogen kunnen zien wat God voor hen wil betekenen. Vaak is het een getuigenis van tekenen en wonderen. ‘Joden begeren tekenen’, schrijft Paulus. ‘Als jullie geen tekenen en wonderen zien, zullen jullie geenszins geloven’, zegt Jezus tegen een belangrijke Jood in Kapernaüm. Hoewel ze net getuige van een genezing zijn geweest, vragen de schriftgeleerden en de Farizeeën Jezus om een teken. Later vragen de Farizeeën samen met de Sadduceeën Hem om een teken uit de hemel.

Sinds God een gemeente roept uit alle volken van deze wereld, gaat God een andere weg. Geen tekenen meer. Alleen geloof. ‘Omdat je gezien hebt heb je gelooft?’, zegt Jezus tegen de ‘ongelovige Thomas’, die een week moest wachten nadat de andere discipelen Jezus al hadden gezien – een beeld van Israël, dat pas na 7 jaar van verdrukking ziet Wie Hij is. En dan voegt Jezus daaraan toe: ‘Zalig zij die niet gezien en nochtans geloofd hebben.’

Twee plaatsen laten zien dat Gods straf in jaren op het verwerpen van Gods getuigenis, in verhouding staat tot het aantal dagen van het betreffende getuigenis. We zien dat bijvoorbeeld in Numeri 14:33, waar staat: ‘Uw kinderen zullen veertig jaar in deze woestijn rondzwerven, en zij zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen in deze woestijn vergaan zijn. Overeenkomstig het aantal dagen dat u dat land verkend hebt, veertig dagen, voor elke dag een jaar, zult u uw ongerechtigheden dragen, veertig jaar lang, en u zult van Mij tegenstand ondervinden.’

Veertig dagen gaf God hun een getuigenis van het land dat Hij hen wilde geven. Maar ze vertrouwden niet op de HEERE vanwege de kracht van het volk dat ze in het land gezien hadden en ze wilden terugkeren naar Egypte. Ze wilden er zelfs toe overgaan de twee verspieders, die opriepen om de HEERE te vertrouwen en het beloofde land binnen te gaan, te stenigen. Veertig jaren zouden ze daarom moeten rondzwerven door de woestijn, waarbij allen die ongehoorzaam waren geweest, gestorven zouden zijn. Hun kinderen zouden daarna het beloofde land binnengaan.

Ezechiël 4:4: 'En u, ga op uw linkerzij liggen en leg daarop de ongerechtigheid van het huis van Israël. Zoveel dagen als u erop ligt, zult u hun ongerechtigheid dragen. En Ík leg u de jaren van hun ongerechtigheid op overeenkomstig het aantal dagen: driehonderdnegentig dagen dat u de ongerechtigheid van het huis van Israël dragen zult. Hebt u dit voltooid, dan moet u vervolgens op uw rechterzij gaan liggen. Dan zult u veertig dagen de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen. Voor elk jaar leg Ik u een dag op.'

In Ezechiël wordt een verband gelegd tussen ‘hun ongerechtigheden’, ook weer gemeten in dagen, en de jaren waarin het volk de straf over die ongerechtigheden moeten dragen. De ongerechtigheden van het volk hangen evenwel samen met de mate van getuigenis dat God geeft. Hoe groter het getuigenis, hoe langer de straf.

Iets dergelijks vinden we ook terug in de 70 jaren van ballingschap. Eens in de zeven jaar, moest het land een jaar rust krijgen, zo luidde het gebod. Maar omdat het volk de geboden van de HEERE 490 jaar lang genegeerd had, en het land dus 490 /7 = 70 jaar geen rust had ontvangen, veroordeelde God zijn volk tot Ballingschap door de Babylonische koning Nebukadnezar, een ballingschap van, jawel, 70 jaar. Ook hier dus een relatie tussen ongerechtigheid en straf.

De grote vraag waar iedere Jood mee moet zitten is: welk getuigenis van de HEERE hebben wij, zijn volk Israël, afgeslagen of welke ongerechtigheid jegens de HEERE hebben wij, zijn volk Israël, begaan, dat wij als volk nu al 2000 jaar geen tempeldienst meer kunnen uitoefenen? Er moet ergens voor het jaar 70, toen de tempel door de Romeinse legioenen werd verwoest, een grove zonde jegens de HEERE gepleegd zijn, veel erger dan alle zonden die vroegen om een ballingschap van 70 jaar.

Alle christenen weten welke zonde dat was. Het was de verwerping van hun eigen God, die in mensengestalte, in de Persoon van de Timmerman van Nazareth, tot hen gekomen was. ‘Hij kwam tot het zijne en de zijnen hebben Hem niet aangenomen…’.

En daarom is het nu de gemeente uit de volken: ‘…maar allen die Hem aangenomen hebben, heeft Hij recht gegeven om kinderen van God te worden…’

Zoals Paulus samenvat: ‘Door hun overtreding is de behoudenis tot de volken gekomen…’

De christelijke kerk heeft lange tijd gedacht dat de tijd voor het volk Israël voorgoed voorbij was. Maar de Schrift zegt heel wat anders:

‘En als hun overtreding de rijkdom is van de wereld en hun verlies de rijkdom van de volken, hoeveel te meer hun volheid!... Want als hun verwerping de verzoening is van de wereld, wat zal hun aanneming dan anders zijn dan leven uit de doden.’

‘Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel van Israël verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan, en zó zal heel Israël behouden worden….want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.’

Er staat een ‘totdat’ boven Israël geschreven: ‘totdat de volheid van de volken is ingegaan.’

Jezus zei: 'U zult Mij van nu aan geenszins meer zien, totdat u zeggen zult: gezegend Hij die komt in de naam van de Heere.’

Er is dus toekomst voor Israël als volk. Maar wanneer zal Israël genoeg straf ontvangen hebben? Hoe lang zal het in totaal duren totdat ‘de volheid van de volken’ ingaat en ‘zij zullen zeggen: gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’?

En zo komen we op de relatie tussen dagen van getuigenis en ongehoorzaamheid en jaren van verwerping door God. Alleen is de verwerping van de verschijning en verwerping van God Zelf een dermate ernstige zonde, dat het aantal jaren met twee wordt vermenigvuldigd, zoals we lezen in het sleutelgedeelte van dit artikel:

Jesaja 40:1 'Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen, spreek naar het hart van Jeruzalem en roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden.

‘Het dubbele ontvangen voor al haar zonden.’

Dat zou kunnen betekenen: twee jaren voor elke dag van getuigenis van Jezus op aarde, dat door Israël is verworpen. Het was namelijk het getuigenis van twee Personen, dat van de Zoon en dat van de Vader, zoals Jezus tegen de Joden van zijn tijd zegt. Laten we eens kijken, hoe dat uitwerkt. Daarvoor zijn enkele veronderstellingen nodig.

De tijd van Jezus' getuigenis aan zijn volk duurde vanaf zijn doop tot aan de uitstorting van Gods Geest, vijftig dagen na zijn opstanding. Toen hield het getuigenis van de Zoon en de Vader op en begon het getuigenis van de Heilige Geest. Er begon een totaal nieuwe tijd, met het ontstaan van de gemeente.

De dienst van de Heer bestreek in ieder geval drie Pascha’s, waarvan het laatste het Pascha was waarop Hij stierf. Zijn dienst duurde daarom tussen de twee en de drie jaar.

Zijn doop vond plaats in een warme periode, waarop er veel mensen in Jeruzalem waren. ‘Stem van een roepende in de woestijn’. ‘Heel Jeruzalem en heel Judea en de hele omstreek van de Jordaan liepen uit naar hem toe.’ ‘Het gebeurde nu, toen al het volk werd gedoopt en ook Jezus was gedoopt en bad…’

Dat betekent dat de doop moet hebben plaatsgevonden voor het regenseizoen intrad en rond de najaarsfeesten. Een zeer goede mogelijkheid is het feest van het geklank, de eerste dag van het nieuwe burgerlijk jaar, Rosh Hashana, waarop in Israël 99+1 = 100 bazuinstoten werden geblazen en het volk wordt opgeroepen tot een heilige vergadering. Vanuit de hemel klonk toen het geklank boven het water van de Jordaan, in de woorden van de Vader: ‘Deze is Mijn geliefde Zoon, in wie Ik welbehagen heb.’ Het volk werd vergaderd voor het Koninkrijk der Hemelen. Echter, dit is de meest speculatieve van deze aannames.

De doop van Jezus vond plaats in het najaar van het jaar 27. Zijn bediening liep door tot in het voorjaar van het jaar 30, zo’n 2,5 jaar. Ook deze aanname is speculatief. Er zijn ook uitleggers, die het jaar 31 of het jaar 33 veronderstellen als jaar van de kruisiging. Veel zal dat laatste op het aantal dagen van zijn bediening niet uitmaken. De feesten vallen steeds rond dezelfde periode van elk jaar.

Tellen we dan, op basis van deze aannamen, het aantal dagen van Jezus’ bediening, dan krijgen we het volgende aantal dagen:

Kalender van het jaar 27:

Feest van het geklank, doop van Jezus: Tishri 1 = 20 september

Dagen van Jezus’ bediening in Het jaar 27 (vanaf 20/9):                 103

Kalender van het jaar 28:

Dagen van Jezus’ bediening in Het jaar 28 (heel jaar):                     366

Kalender van het jaar 29:

Dagen van Jezus’ bediening in Het jaar 29 (heel jaar):                     365

Kalender van het jaar 30:

Pascha: Nissan 14 = 5 april

Dagen van Jezus’ bediening in Het jaar 30 (tot 5 april):                     95

Dagen tussen Pascha en uitstorting van Heilige Geest                     50 +

Totaal aantal dagen:                                                                            979 x2

Twee keer het aantal jaren lijdenstijd volgens Jesaja 40:2:             1958

Start van de lijdenstijd met verwoesting tempel:                                70 +

Einde van de lijdenstijd:                                                                        2028

Af: zeven jaar grote verdrukking:                                                                7 -

Opname van de gemeente:                                                                     2021


Gezien de veronderstellingen rond de doop van Jezus en het jaar van zijn kruisiging, kan het feitelijke jaar van de opname uiteraard hoger uitkomen (lager niet, want dat is geschiedenis). Echter het gaat om de orde van grootte van tien jaar, niet van honderd jaar.

Wij leven in de generatie die de allergrootste gebeurtenis ooit in de geschiedenis van hemel en aarde gaat meemaken. Laten wij niet zien op de ellendige omstandigheden maar onze hoofden omhoog heffen en roepen: ‘Amen, kom Heer Jezus!’

- 15 november 2021 -


Aanvulling 1

Deze aanvulling dateert na de tweede aanvulling maar is hier geplaatst omdat die logisch pas bij het voorgaande. Er is nog een tweede berekening waarbij het principe van 'dagen worden jaren' wordt toegepast en dat heeft te maken met de zeventigste jaarweek van Daniël. Het verhaal achter de berekening is zeer duidelijk weergegeven in deze video. Na de verwerping van Messias stond nog een volle jaarweek open van zeven keer 360 dagen = 2.520 dagen. Vanwege de ongehoorzaamheid en rebellie van het volk heeft God deze dagen omgezet in jaren. Echter, die begonnen niet pas te lopen op het moment van hun rebellie. Net als in het geval van de opstand van het volk in de woestijn, werden de reeds voorbijgegane jaren daarin opgenomen. Na twee jaar kwam het volk in opstand tegen God door te weigeren het beloofde land in bezit te nemen. De straf voor hun zonde was veertig jaar, overeenkomstig het aantal dagen dat ze het land hadden kunnen bekijken, veertig. Echter, omdat er al twee jaar van omzwervingen voorbij waren, resteerden er nog slechts 38 jaar. De straf van veertig jaar was inclusief de reeds voorbijgegane jaren. Op dezelfde manier is de straf van 2.520 jaar verstrooiing van Israël inclusief de reeds voorbij gegane 483 jaar. Dat betekent dat de 2.520 jaar begonnen te lopen met het bevel tot herbouw van Jeruzalem, tempel en stad, in het jaar 457 voor Christus. Er zijn uitleggers die andere mogelijkheden van een eerder bevel van Cyrus (in 537 voor Christus) of een later bevel van Artexerxes (in 445 voor Christus) open houden als start van de zeventig jaarweken. Er gaan 360 dagen in een profetisch jaar. Er gaan circa 365,2421875 dagen in een zonnejaar. Een omrekening van 2.520 profetische jaren naar zonnejaren geeft:

2.520 x 360 / 365,2421875 = 2.484 zonnejaren

Het einde van de laatste jaarweek komt dan uit op: 457 voor Christus ==> 2.484 jaren erbij (jaar nul bestaat niet, één extra) ===> 2.028 AD.

De opname voorafgaand aan de laatste jaarweek van zeven jaar vindt dan plaats in 2.028 - 7 = 2.021. De opname zou in de herfst plaats moeten vinden. De astrologische herfst duurt dit jaar nog tot 21 december 2021 AD. Maranatha. Amen, kom Heer Jezus!

- 14 december 2021 -


Aanvulling 2

Als uitgegaan wordt van andere jaren van dood en opstanding, dan onstaan er verschuivingen in het jaar van Opname voor wat betreft de berekening die uitgaat van de dagen van Jezus' bediening. Let wel: de kalenders op internet zijn extrapolaties en kunnen onnauwkeurigheden bevatten ten opzicht van de feitelijke dagen waarop de feesten in de eerste eeuw werden gevierd. Daarom geldt voor de opname dat we het jaar hooguit met enige benadering kunnen schatten. Verder is het goed kijken naar 'de tekenen van de tijd'.


Jaar van de kruisiging = jaar 4
Kruisiging27282930313233
jaar 1100112931038696107
jaar 2365365365366365365365
jaar 3365365366365365365366
jaar 4991171069511510593
Pentecost50505050505050
Totaal9791009980979981981981
Keer 21958201819601958196219621962
Val Jeruz70707070707070
Komst2028208820302028203220322032
Verdrukking7777777
Opname2021208120232021202520252025

- 16 november 2021 -


Een DERde berekening op basis van Bijbelse gegevens

Ezechiël 4:4 En u, ga op uw linkerzij liggen en leg daarop de ongerechtigheid van het huis van Israël. Zoveel dagen als u erop ligt, zult u hun ongerechtigheid dragen. En Ík leg u de jaren van hun ongerechtigheid op overeenkomstig het aantal dagen: driehonderdnegentig dagen dat u de ongerechtigheid van het huis van Israël dragen zult. Hebt u dit voltooid, dan moet u vervolgens op uw rechterzij gaan liggen. Dan zult u veertig dagen de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen. Voor elk jaar leg Ik u een dag op.

In deze tekst lezen we dat God tegen Ezechiël zegt dat hij achtereenvolgens 390 dagen en 40 dagen voor respectievelijk Israël en Juda op één zij moet liggen. Elke dag staat voor een jaar. In totaal gaat het om een oordeel van 390 = 40 = 430 jaar. Van dat aantal hebben ze 70 jaren straf gedragen in de Babylonische ballingschap. Daniél smeekt na die 70 jaar om vergeving. En als Israël daarna voortdurend naar de HEERE had geluisterd, dan had de HEERE dat ook gedaan. Echter, zij verwerpen de HEERE in de gestalte van de Messias waarin Hij tot hen was gekomen. En dan gaat er een andere wet gelden, de wet van de zevenvoudige straf:

Leviticus 26:18 Als u dan ondanks dit alles nog niet naar Mij luistert, dan zal Ik u vanwege uw zonden zeven keer erger straffen…. Als u dan tegen Mij blijft ingaan en niet naar Mij wilt luisteren, dan zal Ik u overeenkomstig uw zonden zeven keer harder slaan…. dan zal Ik Zelf ook tegen u ingaan en zal Ik Zelf u vanwege uw zonden ook zeven keer harder slaan.

Ze hadden na de Babylonische ballingschap nog 430 – 70 = 360 jaar verbanning tegoed. Dat zou vergeven zijn als ze hadden geluisterd maar door hun ongehoorzaamheid is dat vermenigvuldigd met 7. Het aantal jaar wordt: 7 x 360 = 2.520 jaar. Nemen we daarvoor ‘profetische jaren’ van 360 dagen, dan zijn dat 2.485 zonnejaren (2.520 x 360 / 365). Gerekend vanaf het jaar 457 voor Christus, het jaar waarop Artaxerxes het bevel gaf Jerzuzalem te herbouwen, komt men na 2.485 zonnejaren uit op het jaar 2028. Dat is het jaar dat ‘de zonde wordt afgesloten’ of ‘dat de lijdenstijd volbracht en dat zijn ongerechtigheid geboet is’. De laatste zeven jaar daarvan maakt de gemeente van God niet mee. Derhalve zou op grond hiervan de opname plaatsvinden in 2021.

Maranatha, Amen, Kom Heer Jezus!

Typerend is dat op het volk Israël in het land dan ook twee keer een ‘voorbereidend werk’ van 80 jaar van toepassing is.

(1) De tachtig jaar tussen de overwinning van Kores op Babel en de eerste terugkeer van Israëlieten naar het land in het jaar 537 voor Christus en de opdracht tot herbouw van de stad door Artaxerxes in 457 voor Christus.

(2) De tachtig jaar tussen de oprichting van de staat Israël in 1948 en de terugkeer van Jezus naar zijn volk en de herbouw van de stad daarna in 2028.

- 17 november 2021 -

opname

Ik kom weer en zal u tot Mij nemen