1G. Harpazo

De opname van de gemeente is een unieke gebeurtenis die wereldwijd zal worden waargenomen. De verandering van de lichamen van hen die in Jezus geloven gebeurt IN EEN OOGWENK, in een ‘ATOOM VAN DE TIJD’. Daarna worden zij, samen met de uit de dood opgewekte gelovigen, in wolken opgenomen. De vraag is hoe snel dit laatste zal plaatsvinden.


Kijken we naar de hemelvaart van Jezus, dan lijkt het erop dat zijn vertrek van de aarde voor de discipelen met hun ogen te volgen was. ER STAAT:

‘En terwijl Hij dit zei, werd Hij opgenomen, terwijl zij toekeken, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.’

In de Nederlandse vertaling lijkt hier sprake te zijn van hetzelfde woord ‘opgenomen’ maar in de Griekse grondtekst zijn het twee heel verschillende woorden. Bij de ‘opname’ van Jezus wordt het woord ‘EPAIRŌ’ gebruikt, dat ook wordt gebruikt voor het opheffen van de ogen, de handen of de voeten.

Het Griekse grondwoord in 1 Thessalonisenzen 4:17, bij de opname van de gemeente, is ‘HARPAZO’. Dat woord heeft een andere betekenis, namelijk van ‘plotseling wegrukken’. Daar zit een element in van grote snelheid. Ons woord ‘HARPOEN’ is ervan afgeleid. Vaak wordt het negatief gebruikt, het ‘WEGRUKKEN van het koninkrijk’ door de Joodse autoriteiten, het ‘WEGRUKKEN van de schapen’ door de wolf. Maar soms is het gebruik positief, zoals iemand ‘uit het vuur RUKKEN’.

Op de volgende plaatsen wordt het woord ‘Harpazo’ gebruikt in verband met het wegrukken van mensen door God Zelf.

‘En toen zij uit het water opgekomen waren, NAM DE GEEST VAN DE HEERE FILIPPUS WEG; en de kamerheer zag hem niet meer, want hij vervolgde zijn weg met blijdschap. Maar Filippus werd aangetroffen in Asdod; en terwijl hij het land doorging, verkondigde hij het Evangelie in alle steden, totdat hij in Caesarea kwam.’

Het lijkt erop dat Filippus plotseling verdwenen was en weer opdook in Asdod (in het huidige Gaza).

Een tweede voorbeeld van het gebruik van Harpazo vinden we in de bijzondere ervaring van Paulus, die in onderstaande over zichzelf spreekt:

‘Ik ken een mens in Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd OPGENOMEN. En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het – dat hij werd OPGENOMEN in het paradijs en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken.’

Dat Paulus er geen weet heeft of hij lichamelijk was opgenomen of dat het buiten zijn lichaam om ging, geeft eveneens aan dat het vrij plotseling gebeurde.

De derde gelegenheid waarbij het woord slaat op het wegrukken van een persoon, is bij de opname van de Here Jezus in de hemel.

‘En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd WEGGERUKT naar God en naar Zijn troon.’

Gezien de dreiging van de draak, lijkt het ook hier te gaan om een zeer snelle verplaatsing naar de hemel. Maar de feitelijke opname volgens het boek Handelingen was voor de discipelen met de ogen te volgen.

Enerzijds zal de verplaatsing naar de hemel zeer snel plaatsvinden maar dat wil niet zeggen dat die, net als de verandering, in een oogwenk zal gebeuren. We zien dat laatste IN VRIJWEL ALLE VERFILMINGEN VAN DE OPNAME. Het gaat er echter om dat de omstandigheden, net als in het geval van het wegrukken van de Here Jezus naar de troon van God, dreigende vormen aannemen en dat de gemeente net op tijd van voor de ramp wordt weggerukt. HET COMMANDO VAN JEZUS, DE STEM VAN DE AARTSENGEL, DE BAZUIN VAN GOD, DE OPSTANDING, DE VERANDERING en de verplaatsing naar boven zullen in snel tempo plaatsvinden maar hier op aarde zeker worden opgemerkt. Het ‘Harpazo’ van 1 Thessalonisenzen 4 komt overeen met het SPOEDIG (snel, met haast) van Openbaring 3:11, waar het gaat om dezelfde zaak: de Here Jezus die ons wegrukt van voor de ure van de verzoeking.

'Omdat u het woord van mijn volharding hebt bewaard, ZAL IK OOK U BEWAREN VOOR HET UUR VAN DE VERZOEKING, DIE OVER HEEL DE WERELD KOMEN ZAL, om hen die op de aande wonen te verzoeken. Zie, Ik kom spoedig. Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen.'

opname

Ik kom weer en zal u tot mij nemen

1H. Verfilming