openbaring 8

Vers 1 - 5

Het reukoffer

'En toen het Lam het zevende zegel opende, kwam er een stilzwijgen in de hemel, ongeveer een half uur. en ik zag de zeven engelen die vóór God staan en hun werden zeven bazuinen gegeven. en een andere engel kwam en hij ging bij het altaar staan met een gouden wierookvat; en hem werden veel reukwerken gegeven, opdat hij dracht zou geven aan de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar dat vóór de troon was. en de rook van de reukwerken steeg op met de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel vóór God. En de engel nam het wierookvat en vulde het met het vuur van het altaar en wierp dat op de aarde; en er kwamen donderslagen, stemmen, bliksemstralen en een aardbeving.'


Aan het begin van Openbaring 8 zijn we weer terug in de chronologie van het boek. Dat is te zien aan de werkwoordtijd – verleden tijd: ‘en toen het Lam het zevende zegel opende, kwam…’

Zetten we de zinnen van het openen van de zegels op een rijtje, dan krijgen we het volgende:

(1) ‘En ik zag, toen het Lam één van de zeven zegels opende, en ik hoorde…’

(2) ‘En toen het Lam het tweede zegel opende, hoorde…’

(3) ‘En toen het Lam het derde zegel opende, hoorde…’

(4) ‘En toen het Lam het vierde zegel opende, hoorde…’

(5) ‘En toen het Lam het vijfde zegel opende, zag…’

(6) ‘En ik zag, toen het Lam het zesde zegel opende, en er kwam…’

(7) ‘En toen het Lam het zevende zegel opende…’


We zien twee zegels met een afwijkende zinsbouw, de zegels (1) en (6). Daarmee duidt het Woord aan dat een nieuwe fase van de geschiedenis ingaat. Bij het eerste zegel is dat vanzelfsprekend. Het Lam begint met het openen zijn eigendomsbewijs en het plan tot uitvoer daarvan. Dat goddelijke document was verzegeld door Hem die op de troon zit, God, Zelf. Dat er bij het zesde zegel een nieuwe fase van de geschiedenis ingaat, is in het kader van Openbaring 6 al uitgebreid onderbouwd. Samenvattend: onder de eerste vijf zegels zien we in de paarden de menselijke machten en alles wat zij in hun mars hebben, in het onderwerpen van de aarde aan een totalitaire controle. De elite van de planeet laat zijn vuist zien richting de hemel. Echter, omdat ze God zelf niet kunnen raken, strekken ze hun verderfelijke invloed uit naar degenen op aarde die Gods beeld dragen: mensen. Vanuit de hemel worden door God beperkingen opgelegd aan de verderfelijke werkzaamheden van de door demonen gestuurde machten. Het eerste begin daarvan maken we nu naar alle waarschijnlijkheid mee. Zegel 6 opent een totaal nieuwe fase in de geschiedenis. Het Lam is zeer ver gevorderd met het openen van het document en de eerste uitingen daarvan zijn op aarde voelbaar. En de weerzinwekkende taferelen op aarde hebben dermate dramatische vormen aangenomen, dat er een ontzagwekkend grote reactie komt vanuit de hemel. De eerste grote aardbeving met wereldwijde gevolgen roept vanuit de hemel tekenen op aan zon, maan en sterren en eindelijk beseffen de aardse machthebbers met Wie zij te doen hebben. Zij verstoppen zich en roepen in hun angst tot de bergen en de rotsen om hen te verbergen voor ‘het aangezicht van Hem die op de troon zit en voor de toorn van het Lam’.

Van de aardbeving en van wat daar vanuit de hemel op volgt, gaat een verwoestende werking uit op de aardse infrastructuur. In hun eigen termen: de machthebbers zijn teruggeworpen ‘naar het stenen tijdperk’ (vandaar de bergen en de rotsen waarin ze zich verschuilen), zoals ze zelf al zo vaak hebben gedaan met natiën en volken die ze onder de knie wilden krijgen (alle oorlogen sinds mensenheugenis zijn gefinancierd en geïnitieerd door het grote geld – de gewone burgers willen geen oorlog maar ze worden daar door hun overheden toe aangezet, meestal met de meest grove leugens die denkbaar zijn om het juiste vijandbeeld op te roepen).

Bij het zesde zegel zijn de machthebbers zelf een keer de klos. Eindelijk. Dat geeft lucht aan de getuigen van God en zijn Woord. Zij kunnen massaal de natuur in vluchten. Daarom lezen we in Openbaring 7 allereerst dat er geen enkele wind mag waaien, niet op aarde, niet op zee, niet over enige boom. De honderdvierenveertigduizend Israëlieten door wie Gods boodschap van het komende koninkrijk wereldwijd zal worden verkondigd, worden verzegeld en meteen worden de heerlijke gevolgen van hun verkondiging van enkele jaren later getoond: een ontelbaar grote menigte uit alle natiën, volken, geslachten en talen gaat het heerlijke vrederijk binnen onder de bescherming van ‘Hem die op de troon zit’ en onder bestuur van ‘het Lam’. Zij zijn in de handen van de Vader en de Zoon. Wie kan hen ooit nog kwaad doen?

Vanaf Openbaring 8 zijn we weer ‘terug in de tijd’ en gaat het Lam verder met het openen van de zegels. Het zevende zegel is eigenlijk niets bijzonders want het initiatief tot actie was bij het zesde zegel al verplaatst van de aarde naar de hemel en tot op het einde van 'deze tegenwoordig boze eeuw', zal het initiatief in de hemel blijven – totdat alle demonen, met name de duivel, volledig zijn opgeruimd en opgesloten. Echter, wat volgt op het openen van het zevende zegel is bijzonder heftig. De meest verschrikkelijke oordelen staan op het punt vanuit de hemel neer te dalen op aarde.

Om die reden ‘kwam er een stilzwijgen in de hemel, ongeveer een half uur’. Dat is heel wat langer dan de twee minuten stilte op de dam. Een stilte is zeer indrukwekkend, als er normaal sprake is van veel bedrijvigheid. En dat is het geval in de hemel. In Openbaring 4 lezen we van ‘bliksemstralen, stemmen en donderslagen’, die van de troon uitgaan en van vier levende wezens die geen rust hebben, dag en nacht en zeggen: ‘Heilig, heilig, heilig, Heer, God de Almachtige, die was en die is en die komt.’ Dan hebben we het nog niet eens over alle werkzaamheid van engelen. Een half uur lang ligt dat allemaal stil. De hemel houdt de adem in voor de aarde vanwege wat nog gaat volgen. Ook God houdt zijn adem in. Oordelen is iets dat Hij niet graag doet. Het is voor Hem een ‘vreemd’ werk. Hij is Schepper. Hij is constructief. Hij is een God die wil zegenen maar vanwege het gedrag van mensen is de tijd van straffen gekomen. Zware straffen. Hij moet destructief aan de gang.

Dan volgt het uitdelen van de zeven bazuinen, die moeten worden geblazen en waarop de zware oordelen zullen volgen. Ze worden uitgedeeld aan de zeven engelen die ‘vóór God staan’. Dat zijn niet de eerste de beste engelen. Nee, het zijn hooggeplaatste engelen, vergelijkbaar met Gabriël, die de geboorte van Jezus aankondigde en die tegen Zacharia zei, bij de geboorteaankondiging van Johannes de doper: ‘Ik ben Gabriël, die voor God sta’. (Nooit wordt trouwens van engelen gezegd dat ze vóór God zitten. Dat wordt uitsluitend gezegd van de vierentwintig oudsten. Verder wordt van alle ongelovige mensen gezegd dat ze voor God zullen staan. Maar dat is om door God te worden geoordeeld.)

Voordat de engelen gaan bazuinen en de oordelen over de aarde gaan, gebeurt er eerst nog iets anders. Een ‘andere engel’, een achtste, apart van de zeven engelen met de zeven bazuinen, gaat bij het altaar staan met een gouden wierookvat. Eerder waren in Openbaring 4 al genoemd: (1) de ‘ark’ als troon van God, (2) de ‘kandelaar’ als zeven vurige fakkels van Gods Geest, (3) het ‘wasvat’, de glazen zee als kristal én (4) de 48, nu 24 ‘goud overtrokken planken in zilveren voetstukken’, de 24 oudsten, gekroond op tronen. Verder was in Openbaring 6 melding gemaakt van (5) ‘het altaar’, dat is het ‘brandofferaltaar’. Daaronder werd het bloed gezien, de zielen van de geslachte getuigen, gebracht als plengoffer – nooit als brandoffer want daarin is Christus uniek. Hier wordt weer een ander item uit de tabernakel genoemd: (6) het reukofferaltaar. Dat reukofferaltaar staat vóór de troon. De opstelling in de tabernakel was als volgt:


Ark

                                                                                                                                                - Heilige der heiligen -

**********************Voorhangsel**********************


Reukoffer-

Altaar


7-armige                                                                     Tafel met

Kandelaar                                                             12 toonbroden

                                                                                                                                                - Heilige -

****************Gordijn voor de ingang****************


Wasvat                                                                         

Brandoffer-

Altaar

                                                                                                                                                - Voorhof -



Het enige niet in Openbaring genoemde item is de tafel met de toonbroden.


De engel voert hier priesterlijke activiteiten uit. In de tabernakel en in de tempel was het bedienen van de heilige voorwerpen voorbehouden aan de hogepriester. De Israëlieten moesten volgens een specifieke samenstelling reukwerk maken. Aäron, de hogepriester, moest dagelijks, ‘s morgens en ‘s avonds dit reukwerk op het altaar in het heilige ontsteken, na het in orde maken van de lampen van de kandelaar. Zowel Aäron als het reukwerk zijn een beeld van Jezus Christus. Christus is onze hemelse hogepriester die voor de zijnen bidt, met hen mee lijdt en hen vertegenwoordigt voor God. Daarom is het mogelijk dat we in deze achtste ‘andere engel’, een representatie van Jezus hebben. Ook in het oude testament komt de Persoon van Jezus diverse malen naar voren in de Engel des HEREN. Bij de aankondiging van de geboorte van Simson gebeurt iets wat sterk doet denken aan dit gedeelte van Openbaring 8: ‘Terwijl de vlam van het altaar omhoog steeg naar de hemel, voer de Engel des HEREN op in de vlam van het altaar’. God brengt Zichzelf als offer – het volmaakte offer - door zich te voegen bij het offer dat de ouders van Simson brachten. Net als hier in Openbaring 8 voegt God reukwerk, Zichzelf, toe aan de gebeden van de heiligen. Overigens was ook dat in verbinding met een grote verlossing die God aan zijn volk zou geven.

Het reukwerk is een beeld van het heilige, aan God toegewijde leven van Jezus. Dat geeft aan alles wat Hij doet voor de zijnen een enorme kracht. Daardoor kan zelfs kracht worden gegeven aan de gebeden van heiligen. ‘Het gebed van een rechtvaardige vermag veel’, zegt Jacobus. Christus is de Heilige en Rechtvaardige en zijn volmaakte Persoon geeft kracht aan de gebeden van de heiligen, die in zichzelf niet rechtvaardig en volmaakt zijn. De gebeden van de heiligen en de reukwerken zagen we ook al in Openbaring 5, waar we de vierentwintig oudsten zagen neerknielen, terwijl ze elk een harp hadden en schalen vol reukwerken. ‘Dit zijn de gebeden van de heiligen’, werd eraan toegevoegd. We zien hier een verschil. In Openbaring 5 zijn de reukwerken de gebeden van de heiligen. Hier wordt reukwerk toegevoegd aan de gebeden van heiligen, die op het altaar vóór de troon zijn.

God maakt hier duidelijk hoe belangrijk de gebeden van zijn volk zijn. De gebeden is het enige dat heiligen meenemen naar de hemel en wat daar een rol speelt. Er staat niet dat reukwerk wordt toegevoegd aan evangelisatie-activiteiten, aan prediking, aan het schrijven van boeken. Nee, reukwerk wordt toegevoegd aan gebeden. Alleen dat wat biddend wordt gedaan, heeft blijvende waarde voor God. Dan staat er iets merkwaardigs: ‘En de rook van de reukwerken steeg op met de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel vóór God.’ Het lijkt alsof het wierookvat geen enkele rol speelt. Immers, de gebeden zijn al op het altaar en de rook van de reukwerken stijgt op ‘uit de hand van de engel vóór God’. Ook de gebeden worden ineens in de hand van de engel gezien, terwijl deze gebeden eerst op het altaar lagen. En niet het altaar maar de engel staat nu ‘vóór God’. Dat heeft te maken met het feit dat het reukofferaltaar zelf ook een beeld is van Jezus Christus. Hij is met zijn Persoon en zijn werk de basis voor alles wat maar aan God kan worden geofferd. En dan gebeurt er iets wat bijzonder vreemd is. Het wierookvat dat al die tijd nog in onbruik was, wordt door de engel gevuld met vuur van het reukofferaltaar, waar de gebeden van de heiligen zich bevonden, en wordt op aarde geworpen. Het resultaat is ‘donderslagen, stemmen, bliksemstralen en een aardbeving.’

Het half uur stilte is voorbij. Er gaan weer ‘donderslagen, stemmen en bliksemstralen’ uit van de troon, de gebruikelijke geluiden, die de grootsheid van Gods almacht aanduiden. Maar daarnaast wordt nog iets genoemd: een aardbeving. Dit is de tweede aardbeving in Openbaring, een aankondiger van nieuw naderend oordeel. De eerste - grote - aardbeving van het zesde zegel van Openbaring 6 gaf aanleiding tot tekenen aan de hemel en sterren die op aarde vielen. Zo wordt ook deze aardbeving gevolgd door allerlei oordeel vanuit de hemel.

Een belangrijke vraag is, wat bedoeld wordt met het vuur van het altaar, dat met het wierookvat op aarde wordt geworpen. De engel voert een vrij complexe handeling uit. Gebeden die door heiligen vanaf de aarde zijn opgezonden bevinden zich op het altaar, waar zich ook vuur bevindt. Alleen door vuur kan de rook van reukwerk opstijgen. De engel ontvangt veel reukwerk en voegt dat bij het reukwerk van de gebeden van de heiligen. Samen stijgt rook ervan uit de hand van de engel op voor God. Dan neemt de engel vuur van het altaar in het wierookvat en werpt dat op aarde. Gebeden van de aarde komen op het altaar en worden daar bekrachtigd. En vuur van het altaar wordt op aarde geworpen. Wat betekent dat?

Daarvoor moet worden gekeken naar het vervolg. Dat bestaat uit oordelen vanuit de hemel over de aarde die op één na allemaal gepaard gaan met vuur. Het vuur van het altaar bewerkt vuuroordeel op aarde. De oorsprong van de vuuroordelen over de aarde komt van het altaar, waar ook de gebeden zich bevinden. Dat kan twee dingen betekenen: (1) God oefent oordelen uit vanwege de gebeden van heiligen. Het optreden van de wereldmachten onder de eerste vier zegels was immers voornamelijk gericht tegen God en zijn volk, hetgeen bleek bij het openen van het vijfde zegel – de zielen onder het altaar van hen die geslacht waren om hun getuigenis. Die zielen riepen om wraak. Zo kan ook in de gebeden gevraagd worden om gerechtigheid of bescherming. In beide gevallen treedt God op tegen hen die kwaad doen en Hij oordeelt hen. Ook Elia ‘bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde.’ Maar het kan ook betekenen (2) dat God in de oordelen rekening houdt met de gebeden op het altaar en dat Hij in de oordelen mensen spaart voor wie specifieke gebeden werden opgezonden. Denk aan de voorbede die Abraham deed voor zijn neef Lot, toen God hem verteld had Sodom en Gomorra te zullen omkeren. Petrus noemt het voorbeeld van Noach en van Lot en zegt: ‘...zo weet de Heer godvrezenden uit de verzoeking te redden, maar onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel om gestraft te worden.’

- 8 oktober 2021 -



Vers 6,7

De eerste bazuin

'En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, maakten zich gereed om te bazuinen. En de eerste bazuinde, en er kwam hagel en vuur vermengd met bloed, en het werd op de aarde geworpen; en het derde deel van de aarde verbrandde, en het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde.'


De zeven bazuinen en de zeven schalen uit het boek Openbaring behoren tot de gedeelten van de Bijbel die het moeilijkst zijn uit te leggen en te begrijpen. Dat komt omdat dit nooit eerder in de geschiedenis heeft plaatsgevonden. De mensheid heeft hiervoor geen referentiekader om het te begrijpen. Het is ook daarin te vergelijken met de situatie van de dagen van Noach, waarmee de Heer Jezus de eindtijd vergelijkt. Ook voor de generatie van Noach was een wereldwijde vloed, die alle leven zou verdelgen, ondenkbaar. Zeker omdat het in het tijdperk van voor de zondvloed nooit regende. ‘Een damp steeg op uit de aardbodem en bevochtigde haar.’

Nog nooit eerder daalde er iets op aarde neer, waardoor een derde deel van de aarde en de bomen verbrandde en waardoor al het groene gras op aarde verbrandde. Met niets in de geschiedenis is dit te vergelijken. Om die reden worden deze gedeelten dan maar van arren moede figuurlijk opgevat. Men kan dan de eigen fantasie zijn gang laten gaan. Het bloed zou dan een aanwijzing zijn voor een figuurlijke uitleg. Bloed daalt immers nooit neer op aarde. Dan zou het hier gaan om revoluties en om oorlogen, waardoor ‘de bomen’, de machtigen der aarde, getroffen zouden worden of om ‘morele dood’ (bloed buiten het lichaam spreekt van dood), waardoor de welvaart (waar het gras van spreekt) zou verdwijnen. Vervolgens kun je dit dan plakken op zeer vele momenten in de wereldgeschiedenis, perioden van moreel verval, van machten die ten onder gingen en van welvaart die vernietigd werd.

In dit alles zoeken deze uitleggers referentie met gebeurtenissen in het verleden. Echter, de zeven jaar, die worden beschreven in het boek Openbaring, zijn uniek in de geschiedenis. Het Lam is na het verbreken van het laatste zegel begonnen om de macht op aarde over te nemen en daartoe moeten zittende machthebbers volledig worden gebroken. Daartoe worden ongekende vernietigende krachten op de aarde losgelaten. Het is een ‘vreemd werk’, dat God doet. Rondom de troon in de hemel is de regenboog. Die duidt op Gods trouwe zorg voor zijn schepping. Hij laat zijn zon schijnen over bozen en goeden, laat het regenen op rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Zon en regen geven samen de regenboog. God heeft in aarde, zee en dampkring reinigende krachten ingebouwd, die voortdurend zuiverend werken en die zelfs afdoende zijn in een tijdperk van ongekende vervuiling door de mens. Zo trouw is God. Zo groot is God.

Maar hier zijn we gekomen op het punt in de geschiedenis waar het Lam zijn legitieme macht op aarde gaat opeisen en waar alle aardse machten zich tegen Hem keren en zich schrap zetten om Hem van de aarde en uit zijn schepping te weren, wat we gezien hebben in het optreden van de apoclyptische ruiters onder de eerste vijf zegels. En nu gaat God, geheel tegen zijn trouwe en zegenrijke normale werkwijze in, een ‘tactiek van de verschroeide aarde’ toepassen. Hij doet dat omdat er krachten zijn, die de schepping en de aarde wederrechtelijk claimen.

Het zijn bovendien krachten die al eeuwen lang bezig zijn om in opdracht van satan alle leven volledig te vernielen door een totaal verziekte wetenschap en een verziekte techniek. Zij misbruiken daartoe de kennis over de kleinste informatiedragers van alle leven aan toe, het DNA en willen daar voorgoed onomkeerbare veranderingen in aanbrengen. Het boek Openbaring noemt dat later als 'tovenarij', in de Griekse grondtekst: 'pharmakeia', waar ons woord 'farmacie' van is afgeleid. 'Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw 'pharmakeia' immers werden alle naties misleid.' Dat kan God niet toestaan en Hij komt hen tegen op deze weg naar het verderf. God verderft hier de aarde op macroniveau om een nog veel erger verderf op microniveau te stuiten. En zo hebben we dan geen overdrachtelijke of symbolische of figuurlijke gebeurtenissen maar gebeurtenissen, die net zo letterlijk zijn als dat het er staat.

‘Er kwam hagel en vuur vermengd met bloed.’ Dat is letterlijke hagel, letterlijk vuur en letterlijk bloed. Hoe dat kan, weten we niet. God weet het. Het is speculeren naar eventuele natuurlijke oorzaken, die zoiets teweeg zouden kunnen brengen. Onder hen die dit letterlijk nemen, wordt dan gegist naar een kernoorlog, een kernramp, een meteoriet, een komeet. Echter dit is giswerk. We weten het gewoon niet. Een belangrijk gegeven is nog, dat er staat: ‘Er kwam’. Daar staat dus niets over de herkomst, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij de derde bazuin. Daar komt iets ‘uit de hemel’ vallen. Dat staat er hier niet bij. Maar het is wel iets, dat op initiatief van de hemel wordt ingezet, door engelen. En hoewel het hier gaat over oordelen, is ook hiervoor de basis gelegd door het volbrachte werk van Christus op het kruis. ‘U zult de hemel geopend zien en engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen.’

Van de drie ingrediënten, die worden genoemd, heeft het vuur de overhand. Dat blijkt uit het gevolg: verbranding. Een derde van de aarde en de bomen en al het groene gras verbrandde. Dit is daarom wel iets anders dan wat gebeurde bij de zevende plaag in Egypte, bij de verlossing van het Joodse volk. Daarbij was ook sprake van zware hagel, waar het vuur (de bliksem) doorheen flikkerde. Maar het gevolg was geen verbranding. ‘De hagel sloeg in het hele land Egypte alles neer, wat op het veld was, van mens tot dier; ook al het veldgewas sloeg de hagel neer en alle bomen op het veld deed hij afknappen.’ Wat hier bij de eerste bazuin gebeurt is weergaloos en onverklaarbaar. Want hagel is bevroren water en dat zou het vuur hinderen. Maar kennelijk is het vuur hier zo hevig, dat er toch grote branden ontstaan.

Men kan zich nauwelijks voorstellen hoe desastreus de gevolgen zijn. Een derde van alle bomen en al het groene gras. Dat betekent een enorme klap voor de voedselvoorziening, die al problematisch was onder het openen van het derde zegel (‘een maat tarwe voor een denaar en drie maten gerst voor een denaar’). Wereldwijd zal hierdoor een enorme honger ontstaan. Uitleggers die denken aan een bepaald gebied, gissen hier in de richting van het voormalige Romeinse rijk. Gezien ‘al het groene gras’, dat verbrandde gaat het echter om een wereldwijd verschijnsel en zal de verbranding van aarde en bomen eveneens gespreid over de aarde hebben plaatsgevonden.

- 13 oktober 2021 -


Vers 8,9

De Tweede bazuin

En de tweede engel bazuinde, en iets als een grote berg, brandend van vuur, werd in de zee geworpen; en het derde deel van de schepselen in de zee, die zielen hadden, stierf, en het derde deel van de schepen verging.


Nog meer dan de tekst bij de eerste bazuin is dit gedeelte in de Bijbel aanleiding geweest tot tal van verschillende interpretaties. Een speurtocht op internet naar de betekenis is bijzonder ontmoedigend vanwege de enorme onderlinge verschillen tussen uitleggers. Ten eerste is er het verschil tussen een figuurlijke uitleg en een letterlijke uitleg. Ten tweede is er het verschil tussen uitleggers die de tekst koppelen aan gebeurtenissen uit een (ver) verleden en uitleggers die de tekst linken aan toekomstige rampen. Ten derde is er nog een verschil tussen uitleggers die de zegels, de bazuinen en de schalen gelijktijdig zien plaatsvinden en hen die ze chronologisch achter elkaar plaatsen.

Deze website gaat ervan uit dat de tweede bazuin een letterlijke gebeurtenis is, die in de toekomst zal plaatsen, waarbij de zeven zegels volledig gepasseerd zijn en de zeven schalen nog zullen volgen. Dit is een uitleg die het meest aansluit bij de tekst van het boek Openbaring. Het probleem van veel uitleggers is dat ze de tekst nauwelijks lezen of niet in hun verband lezen en al te snel allerlei vergelijkingen willen gaan maken met andere gedeelten in de schrift en dan maar aannemen dat hier, in Openbaring 8, hetzelfde wordt bedoeld. Er zijn ook uitleggers die geen keuze kunnen maken en ‘van alle wallen mee-eten’. Zij geven aan dat het alles tegelijk is, figuurlijk én letterlijk, geschiedenis en toekomst. Anderen vinden een keuze weliswaar moeilijk maar geven dan toch de voorkeur aan een letterlijke interpretatie.

We zullen hier aangeven welke argumenten pleiten voor een letterlijke toekomstige gebeurtenis in chronologische volgorde met de zegels en de schalen:

(1) Waarom letterlijk?

Het grootste probleem met een overdrachtelijke interpretatie is, dat de tekst met van alles en nog wat kan worden ingevuld. De berg is dan een ‘grote wereldmacht’ die, gedompeld in ‘branden van interne conflicten’ ten onder gaat in de ‘zee der volkeren’. Daarbij wordt een derde deel van de ‘zee der volkeren’ bloed, vergaat een derde deel van de ‘schepselen in de zee’ (een derde van de burgers sterft) en vergaat een derde van de schepen, de handel zakt voor een groot deel in elkaar, waardoor de groten der aarde met hun handelsorganisaties worden getroffen. Maar dit is in de geschiedenis van de afgelopen 2000 jaar voortdurend gebeurd. Rijken verrezen en zonken weer neer. De bazuin kun je dan overal op plakken. De tekst zegt in zo'n geval alles en daarom eigenlijk niets. Het wordt dan een nietszeggende profetie, die door iedereen naar eigen believen kan worden gebruikt. Zo zijn er die in ‘iets als een berg, brandend van vuur’ de stad Jeruzalem zien en de daaraan gekoppelde Joodse natie, die in het jaar ’70 is ondergegaan in de volkeren zee. Anderen zien in de berg, die in zee wordt geworpen, de ondergang van het Romeinse rijk. Weer anderen, die een parallel zien met andere delen van Openbaring, zien er de ondergang van ‘het grote Babylon’ in, wat fnuikend zal blijken voor de wereldhandel (de zeelieden worden in Openbaring 18 als treurend over haar val afgeschilderd – wat iets anders is dan dat er schepen vergaan. De schepen zijn nog in tact – er is alleen geen werk meer voor ze). Weer anderen dachten aan het Engeland van Hendrik VIII én aan het rijk van Satan.

Het tweede probleem is dat een overdrachtelijke uitleg nooit volledig consequent kan worden gevolgd. De zee wordt bloed, dus veel mensen sterven. Maar wat betekent dan ‘een derde deel van de schepselen in de zee, die zielen hadden, stierf’? Maar duidt die laatste formulering niet sterk op een letterlijke betekenis. Hoe kunnen we ‘schepselen in de zee, die zielen hadden’, nu vertalen met burgers van de wereld? Dat doet erg gekunsteld aan. Uitleggers fantaseren er dan ook op los: ‘schepen en vissen zijn dan de mensen die in hun zilte, bittere zonden rondkruipen en die in hun verdriet zullen wegsmelten door hun nutteloos berouw over de wijze waarop ze hebben geleefd.’ Waarom de zonden ‘zilt’ zijn en waarom het berouw ‘nutteloos’ is, vertelt de uitlegger er niet bij. Uitleggers die wat verder doordachten, kwamen ook tot de conclusie dat een figuurlijke uitleg moeilijk is vol te houden. Deze uitlegger geeft aan dat gelijktijdige vermelding van vernietiging van zeeleven en schepen uitsluitend een letterlijke interpretatie toelaat.

En hoe gewelddadig bepaalde conflicten ook waren, nooit is daarbij een derde van de mensheid omgekomen. In WW2 stierven er wereldwijd 60 miljoen mensen. De wereldbevolking bedroeg toen meer dan 2 miljard. Dat betekent dat niet een derde (33%) maar ‘slechts’ 3% van de wereldbevolking omkwam.

Het derde probleem met een figuurlijke uitleg is, dat die dan zeer dicht in de buurt komt van de uitleg bij de eerste bazuin. De eerste bazuin gaat over het derde deel van de bomen en al het gras. De bomen zijn dan de (aanzienlijke) personen die omkomen of verarmen (vergelijkbaar met de schepen van de tweede bazuin) en het gras staat dan weer voor alle gewone burgers: ‘alle vlees is als gras’. Een uitlegger als John Gill koppelt de eerste bazuin als de invallen van de Gothen in het Romeinse rijk. En hij verbindt de tweede bazuin ook aan de invallen van de Gothen in het Romeinse rijk. Waarin zit dan het verschil?

Een overdrachtelijke uitleg wordt wel gekoppeld aan de formulering ‘iets als een grote berg’. Het is niet precies hetzelfde als een berg maar lijkt op een berg. Maar dat betekent niet dat het dus zou moeten gaan om een figuurlijke uitleg. Juist niet. Want een koninkrijk of een stad of een natie lijkt helemaal niet op een berg. We hebben hier iets dat eruit ziet als een berg.

Dit betekent overigens niet dat een berg in de Bijbel nooit een figuurlijke betekenis zou kunnen hebben. Echter, als dat zo is, dan blijkt dat altijd uit de context. Er zijn nogal wat uitleggers die de tweede bazuin gelijk schakelen aan Jeremia 51, wat inderdaad grote gelijkenis vertoont met dit gedeelte:

‘Maar Ik zal aan Babel vergelden en aan al de inwoners van Chaldea al hun kwaad dat zij Sion aangedaan hebben – voor uw ogen – spreekt de HEERE. Zie, Ik zál u, berg die te gronde richt, spreekt de HEERE, u, die heel de aarde te gronde richt! Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, Ik zal u van de rotsen afrollen en Ik zal u maken tot een berg die in brand staat….

Hoe is Sesach veroverd, de roem van heel de aarde ingenomen! Hoe is Babel tot een verschrikking geworden onder de volken! De zee is tegen Babel opgerezen, met een menigte van zijn golven is het bedekt.’

Echter, uit de hele context is duidelijk dat deze profetie gaat over het koninkrijk van Babel, dat door God te gronde wordt gericht en dat het figuurlijk en niet letterlijk moet worden opgevat.

In tegenstelling tot wat gesteld wordt in Jeremia 51, is er in de context van Openbaring 8 niets dat erop wijst, dat hier sprake is van een rijk of van Babel. Weliswaar zal ook Babel vergaan maar dat gebeurt niet eerder dan in de hoofdstukken 17 en 18 van Openbaring, die zicht geven op wat er vanaf de laatste drie en een half jaar van de verdrukking zal gebeuren. Openbaring 8 speelt zich, zoals we nog zullen zien, af in de eerste drie en een half jaar van de verdrukking. Het is mogelijk dat deze gebeurtenis van de tweede bazuin een enorme impact heeft op de macht van Babel. Echter, dan blijft de letterlijke betekenis nog steeds staan en dan zou het daarnaast tevens een zinnebeeldige vooruitwijzing kunnen zijn naar wat er nog zal gaan gebeuren met Babel als wereldmacht.

Dat een berg wel degelijk kan slaan op een koninkrijk, blijkt ook uit Daniël 2, waarbij de steen die het beeld in de droom van Nebukadnezar aan de voeten raakte tot een grote berg werd, die de gehele aarde vulde. Maar dan staat de uitleg erbij:

Daniël 2:44 ‘In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden. Daarom hebt u gezien dat, niet door mensenhanden, uit de berg een steen werd afgehouwen, die het ijzer, brons, leem, zilver en goud verbrijzelde…’

Een laatste voorbeeld is Jeruzalem. Toen de discipelen zich verwonderden over de vervloeking van de vijgenboom zei Jezus tegen zijn discipelen:

Mattheüs 21:21 'Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u: Als u geloof had en niet twijfelde, zou u niet alleen doen wat er met de vijgenboom is gedaan, maar zelfs als u tegen deze berg zou zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, dan zou het gebeuren.’

Jezus wijst hier in symbolische taal vooruit wat er met ‘deze berg’ zou gebeuren. Ze waren op weg naar de tempel en Jezus wees op dat moment op de tempelberg. In het jaar 70 zou de tempelberg tot de grond toe worden afgebroken. Jeruzalem en de natie Israël zouden ondergaan in de zee van volken.

Hoe ver men met een figuurlijke verklaring voor dit gedeelte kan afdwalen van de context, door alleen maar de betekenis van allerlei woorden en begrippen elders in de Bijbel op te zoeken en hier op de tekst te plakken, blijkt uit deze verklaring. De 'berg' zou staan voor 'de berg des Heren' (Jesaja 2), 'vuur' voor de Heilige Geest en de 'zee' voor de volkeren, aan wie het evangelie wordt gepredikt. De schepen worden vergeleken met de 'ark van noach', waarin mensen worden gered. De vissen die sterven zijn de brengers van een vals evangelie, enzovoorts. De fantasie kent geen grenzen.

(2) Waarom volgtijdelijk?

De kwestie van gelijktijdigheid van zegels, bazuinen en schalen of volgtijdelijkheid (ze volgen op elkaar) wordt gemakkelijk opgelost door het boek goed te lezen. Regelmatig geeft de tekst van het boek aan met het woord ‘hierna’, dat het boek chronologisch is opgebouwd. Soms wordt de chronologie losgelaten maar dan maakt de tekst dat ook weer duidelijk door de manier waarop dingen worden uitgedrukt of door werkwoordsvormen. Een voorbeeld daarvan kwamen we al tegen in hoofdstuk 5, waar de apostel niet langer schrijft ‘en ik zag’ of ‘en ik hoorde’ maar: ‘En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en op de zee is en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen…’ Hij noemt dus eerst de enorme menigte en daarna pas zijn waarneming daarvan – wat de indruk wekt van afstand in de tijd. Maar ook de tijd is verschillend. De schepselen worden beschreven in het heden ‘in de hemel en op de aarde en op de zee ‘is’ en alles wat daarin ‘is’ (tegenwoordige tijd) hoorde ik zeggen (verleden tijd) – de apostel hoort ‘in het verleden’.

Verder zijn er ook te grote verschillen tussen de zegels, de bazuinen en de schalen. Het belangrijkste is dat de zegels grotendeels te maken hebben met ‘paarden’, die overal in de Bijbel aardse militaire macht vertegenwoordigen. De bazuinen en de schalen worden echter gehanteerd door hemelse machten, de engelen.

De zegels beginnen met misleiding. De bazuinen met hagel en vuur vermengd met bloed. Er is één uitlegger die de hagel en vuur vermengd met bloed vertaalt met misleiding in de kerk, waarschijnlijk omdat hij vindt dat zegels en bazuinen moeten overlappen. De enorme destructieve tweedracht in de samenleving van zegel twee in nauwelijks te vergelijken met de berg in zee van bazuin twee. De honger onder zegel drie is heel wat anders dan het bittere water bij bazuin drie. Bij zegel vier moet de dood, die gebracht wordt over een kwart van de aarde, gelijkgesteld worden met de verduistering van de hemellichten van de vierde bazuin. De eerste schaal betreft weliswaar ook de aarde maar veroorzaakt een kwaadaardige en boze zweer terwijl de eerste bazuin schade betekent aan alle plantaardig leven op aarde. De tweede en de derde schaal komen sterk overeen met de tweede en de derde bazuin maar bij de vierde schaal gaat de zon juist veel feller branden, in plaats van minder, zoals bij de vierde bazuin. Ook bij de vijfde en de zesde schaal is er wel wat overeenkomt met de vijfde en de zesde bazuin. Echter de verschillen zijn veel groter. Men kan alleen concluderen dat het om verschillende gebeurtenissen gaat, die op elkaar volgen.

(3) Waarom toekomstig?

De kwestie van een vervulling in het verleden of in de toekomst hangt nauw samen met de vraag of de betekenis letterlijk dan wel figuurlijk is. In geval van een figuurlijke uitleg is er een groot scala aan historische gebeurtenissen die door ‘de berg in zee’ weergegeven zouden kunnen worden. In geval van een letterlijke betekenis, kan alleen gedacht worden aan een toekomstige gebeurtenis. Weliswaar zijn er in het verleden natuurrampen van enorme omvang gepasseerd in relatie tot de zee, maar nooit dat een derde van alle schepselen in zee stierf en dat een derde van alle schepen verging. We hebben hier dus met een letterlijke gebeurtenis te maken die nog toekomstig is.

WORDT VERVOLGD

- 20 oktober 2021 -


Uitleg van de tweede bazuin

Wanneer geconcludeerd wordt tot een letterlijke uitleg, wordt het er niet gemakkelijker op. Het gaat immers om een gebeurtenis die zijn weerga in de geschiedenis niet heeft. God doet een ‘nieuw’ en ‘vreemd’ werk. Wij hebben echter alleen de ons bekende geschiedenis als referentiekader, net als Johannes dat had. Wij moeten, op basis van de summiere gegevens in de tekst, proberen vanuit de ons bekende geschiedenis ‘extrapoleren’ naar wat er ongeveer zal plaatsvinden.

Er zijn behoorlijk wat uitleggers die denken in de richting van een meteoriet of een komeet. Tegen deze uitleg pleiten vier argumenten. (1) Net als in geval van de eerste bazuin, is nergens sprake van de hemel. Er staat niet, zoals bij de derde bazuin, dat het voorwerp uit de hemel valt. Bij de eerste bazuin wordt ‘hagel en vuur vermengd met bloed’ op de aarde geworpen. Bij de tweede bazuin wordt ‘iets als een grote berg, brandend van vuur’ in de zee geworpen. In beide gevallen ‘geworpen’ maar niet ‘uit de hemel’. (2) Er staat: ‘iets als een berg’. Het lijkt dus op een berg, breed van onder en smal van boven, en niet op een grote steen, zoals een meteoriet of een komeet. (3) De meteoriet of komeet, die werkelijk uit de hemel komt, vinden we bij de derde bazuin. Het is te verwachten dat bij het blazen van de tweede bazuin iets anders aan de hand is. (4) De beschrijving van een meteoriet is bij de derde bazuin ook veel treffender. Door de enorme wrijving met de atmosfeer, verandert de massa (ijs of steen of ijzer) in een gloeiende bal, een lamp of een fakkel. Het is dan niet herkenbaar als berg die in brand staat.

Als sprake is van een berg die in brand staat, lijkt sprake te zijn van een vulkanische gebeurtenis, zoals deze uitlegger aangeeft. Hier is echter niet alleen sprake van een vulkaan die uitbarst. De beroeringen in de aardkorst worden dermate heftig dat de vulkaan zelf, met lava en magma en al, in zee verdwijnt. Uiteraard heeft dat enorme gevolgen voor alles in en op de zee. De vraag is of met ‘zee’ alle oceanen op aarde zijn bedoeld, zoals in Genesis 1:10 (waar in de grondtekst geen meervoud staat). Er zijn veel uitleggers die denken aan de Middellandse Zee omdat dit de leefwereld van Johannes betrof. Er zijn twee redenen om aan te nemen dat het oordeel van de tweede bazuin veel meer omvat. (1) Deze uitleggers zijn niet allemaal consequent. Bij de eerste bazuin gaan ze ervan uit dat het een derde deel van de gehele aarde betreft. En bij de tweede bazuin is het ineens beperkt tot alleen een derde van de Middellandse zee. Nog steeds zou het oordeel dan vreselijk zijn, maar ten opzicht van de eerste bazuin is de schade erg beperkt. (2) Johannes bekijkt alles vanuit de troonzaal van God en we mogen aannemen dat hij een breder perspectief heeft dan alleen het Midden Oosten.

Als de omvang van de catastrofe een derde van alle wateren op aarde betreft, dan zou het heel goed kunnen gaan om de Atlantische Oceaan. Die beslaat een kleine 30% van alle wateroppervlak op aarde.

Bovendien bevindt zich in de Atlantische Oceaan een mogelijk object dat ‘iets als een brandende berg’ zou kunnen worden, dat in de Oceaan stort, namelijk het eiland ‘La Palma’, onderdeel van de Canarische eilanden. Al jarenlang waarschuwen geologen voor een wereldomvattende ramp, die zou optreden als een deel van dat vulkanische eiland in zee glijdt. Door anderen wordt weersproken dat een dergelijke gebeurtenis op korte termijn zou kunnen plaatsvinden Sinds 19 september 2021 is de vulkanische activiteit op La Palma weer begonnen en de lava stroomt nog steeds rijkelijk over het eiland. Duizenden zijn al geëvacueerd. Duizenden woningen zijn vernietigd. Maar ook in Japan is 20 oktober 2021 vulkaan ‘Aso’ uitgebarsten. De vulkanische activiteit onder Yelowstone kan ook enorme vormen aannnemen.

De gevolgen van een afglijden van een vulkaan in zee, kunnen enorm zijn. De Bijbel noemt drie grote gevolgen.

(1) Een groot deel van de zee wordt ‘bloed’. Dat betekent mogelijk een ‘red tide’, een enorme overvloed aan verstikkende algen vanwege de enorme thermische vervuiling van het water. Dat leidt tot een tweede gevolg.

(2) Een groot deel van het zeeleven wordt verstikt door de algen (overigens geeft dit artikel aan dat beperkt vulkanisme gunstig is voor de visstand). Maar ook de stijging van de watertemperatuur kan vissterfte veroorzaken.

(3) De tsunami die volgt op de verplaatsing van de enorme hoeveelheid landmassa in zee, leidt tot enorme rampen op zee en aan kusten. Daardoor vergaat een derde deel van de schepen. De gevolgen voor het land worden hier niet genoemd. Die zullen eveneens dramatisch zijn. Vooral de staten aan de Oostkust van de VS hebben in geval het La Palma betreft zwaar te lijden. De Heer Jezus zou hierop gedoeld kunnen hebben toen Hij zei: ‘En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven.’

- 22 oktober 2021 -


Vers 10, 11

De Derde bazuin

‘En de derde engel bazuinde, en er viel uit de hemel een grote ster, brandend als een fakkel, en zij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren. En de naam van de ster wordt Alsem genoemd. En het derde deel van de wateren werd alsem, en velen van de mensen stierven door de wateren, omdat zij bitter waren gemaakt.’


Wat gezegd is over de tweede bazuin, geldt ook voor de derde bazuin. Om dezelfde redenen kiezen we hier voor een letterlijke betekenis die in de toekomst vervuld zal worden. We herhalen kort de argumentatie van de tweede bazuin. Bij het figuurlijk duiden van deze tekst, wordt door uitleggers gedacht aan tal van totaal verschillende zaken. De fantasie of de toevallige interesse van de uitlegger gaat dan bepalen wat de betekenis is.

Zo zijn er uitleggers die bij de grote vallende ster denken aan de val van Jeruzalem, die leidde tot een enorme vervuiling van de waterbronnen van Judea. Anderen denken aan Attilla de hun, die bij zijn veroveringen in Europa zoveel lijken in rivieren gooide, dat het water vervuild werd en mensen stierven door het te drinken. Weer anderen denken aan de domeinen in de samenleving waaruit mensen hun informatie putten, die worden vervuild met verderfelijke onzin, wat leidt tot de geestelijke dood van mensen. weer anderen zien, met een verwijzing naar Obadja 1:4 in deze ster de leiders van de wereld in het algemeen die bij hun val meteen de mensheid meeslepen. En weer anderen denken aan overheden die het politieke domein zozeer vervuilen, dat ze afstevenen op oorlogen, waarbij velen sterven. Dit zijn maar enkele van de voorgestelde interpretaties. Door uit te gaan van een figuurlijke betekenis worden deze teksten zeer breed en zeggen ze van alles en nog wat en dus zeggen ze eigenlijk niets meer. Bovendien is er bij de eerste twee interpretaties (Jeruzalem en Attilla de Hun) en de laatste interpretatie (politiek oorlogsklimaat) weinig verschil met de Apocalyptische ruiters, waarbij het ook ging om oorlog, die leidde tot dood en verderf.

Overigens komt de allereerste betekenis, die van het vervuilde water van Judea door de opeenhoping van lijken bij de val van Jeruzalem, sterk overeen met teksten in het boek Jeremia: ‘Daarom, zo zegt de Here der heerscharen,, de god van Israël: Zie, Ik spijzig hen met alsem, Ik drenk hen met gifsap; Ik verspreid hen onder de volken, die zij niet kennen noch hun vaderen, Ik zend hun het zwaard achterna, totdat Ik aan hen een einde zal gemaakt hebben.’

‘Daarom zegt de Here der heerscharen aldus van de profeten: Zie, Ik spijzig hen met alsem, Ik drenk hen met gif, want van de profeten van Jeruzalem is de heiligschennis uitgegaan over het gehele land.’

De overeenkomst van één enkel woord, het woord ‘alsem’ kan niet leiden tot een gelijkstelling van twee Bijbelgedeelten. Immers, de context van beide gedeelten is totaal verschillend. In Jeremia gaat het om een oordeel over Israël (en verderop zelfs over alleen de profeten), niet alleen door ‘alsem’ maar ook door het zwaard en verbanning naar andere volken. Het oordeel bij de derde bazuin betreft een veel groter deel van de aarde en betreft alleen het vervuilde water.

In tegenstelling tot de gebeurtenissen bij de eerste en de tweede bazuin komt er bij de derde bazuin iets uit de hemel. Bij de eerste twee bazuinen kan gedacht worden aan effecten van vulkanisme. Bij de derde bazuin gaat het om een meteoriet of een komeet. De grote ster valt brandend als een fakkel uit de hemel. Door het contact van het materiaal uit de ruimte met de dampkring ontstaat er zulke enorme wrijving dat het brokstuk uit de ruimte te zien is als een gloeiende steen of kool. Maar hier wordt gesproken over een fakkel, waarbij het vuur veel meer uitwaaiert. Dat zou betekenen dat de meteoriet of komeet uit elkaar valt en verspreid over een groot gebied op aarde neer valt. Dat verklaart het vervolg, namelijk dat het derde deel van de rivieren en de bronnen van wateren wordt vervuild.

Wat mogelijk vreemd overkomt is dat er staat dat ‘de ster valt op het derde deel van de rivieren’. Dat lijkt wel erg toevallig, dat de ster net valt waar het water stroomt of opborrelt. En hoe kan één groot brokstok uit de ruimte op zoveel rivieren en waterbronnen tegelijk vallen? Het punt is echter dat het brokstok uiteenvalt in een enorme hoeveelheid kleinere delen, die over een zeer grote regio neerdalen. Voor gebieden zonder water zijn de gevolgen niet dramatisch. Echter, voor de waterkwaliteit zijn de gevolgen zeer ernstig. Een derde deel van al het water wordt dermate vervuild dat het ongeschikt en zelfs dodelijk wordt om te drinken. Een dergelijke gebeurtenis heeft nooit eerder plaatsgevonden. Daarom gaat een letterlijke interpretatie automatisch samen met een toekomstige betekenis.

- 27 oktober 2021 -


Er zijn enkele wetenschappelijke onderzoeken en artikelen op het gebied van de impact van een inslag door een meteoriet. Daaronder vallen tsunami’s, aswolken, vervuiling van de atmosfeer met as en toxische stoffen met als gevolg een blokkade van het zonlicht en een daling van de temperatuur op aarde en daarnaast het neerkomen van zure regens met alle gevolgen daarvan voor de waterkwaliteit. De toxiciteit kan ook ontstaan na een impact met de aarde, zoals een onderzoek bij de Zwarte Zee uitwijst. De vraag is natuurlijk hoe menselijke wetenschap zou kunnen nagaan wat de rangorde qua schadelijkheid is van alle mogelijke gevolgen. Iets dergelijks is sinds mensenheugenis niet gebeurd en men moet uitgaan van een wereld van veronderstellingen, hypotheses, aannamen. Bovendien is de betrouwbaarheid van wetenschappelijk onderzoek, dat ondanks alle bewijzen die over de gehele wereld van hoog tot laag worden aangetroffen, een wereldwijde vloed ontkent maar wel een web van theorieën spint rond de hypothese van een komeet als oorzaak voor het uitsterven van de Dinosaurussen, naar men meent 65 miljoen jaar geleden.


Vers 12, 13

De Vierde Bazuin

En de vierde engel bazuinde, en het derde deel van de zon en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren werd getroffen, opdat het derde deel daarvan verduisterd zou worden en de dag voor een derde deel daarvan niet zou lichten en de nacht eveneens. En ik zag en ik hoorde één arend vliegen in het midden van de hemel, die met luider stem zei: ‘Wee, wee, wee hun die op de aarde wonen vanwege de overige stemmen van de bazuin van de drie engelen die gaan bazuinen.


Zij die een figuurlijke uitleg voorstaan, geven telkens dezelfde algemene maatschappelijke betekenis aan elk van de vier bazuinen: Bazuin 1: 1/3 van de bomen en het gras vergaat: de instituties en gezagsdragers waar het publiek op steunt, vallen grotendeels weg en de bestaansmiddelen worden aangetast; Bazuin 2: 1/3 van het zeeleven en van de schepen vergaat: de handel wordt weggenomen en het bestaan van velen komt in gevaar; Bazuin 3: 1/3 van de rivieren wordt vervuild: de maatschappelijke bronnen, die de mens zijn bestaanszekerheid geven, raken grotendeels vergiftigd en staan de mens niet langer volledig ter beschikking; Bazuin 4: 1/3 van de lichtdragers in de samenleving wordt gedoofd: het centrale gezag van de overheid en de lagere lokale overheden verliezen een groot deel van hun geloofwaardigheid met maatschappelijke chaos en wanhoop tot gevolg. In de figuurlijke uitleg komen de bazuinoordelen allemaal ongeveer op hetzelfde neer en kunnen ze op onnoemelijk veel maatschappelijke omwentelingen van de afgelopen 2000 jaar worden geplakt. Dat gebeurt dan ook, afhankelijk van persoonlijke kennis en interesses.

Bovendien is er bij geen enkele van de vier bazuinen in de tekst en in de context van het gedeelte ook maar enige aanleiding om de gebeurtenissen figuurlijk op te vatten. Dat geldt zeker ook bij de vierde bazuin. Gedeelten van Openbaring waarin de hemellichten wel figuurlijk moeten worden genomen, zullen we verderop nog tegenkomen. Maar dit gedeelte kan alleen serieus vertaald worden met een letterlijke uitleg. Er gebeurt letterlijk 'iets' met de zon, de maan en de sterren of met het licht dat de aarde bereikt.

Om dit vers beter te begrijpen, kunnen we kijken naar wat wetenschappelijk onderzoek te zeggen heeft over de meteoriet die neerstort bij de derde bazuin. Weliswaar is menselijke wetenschap feilbaar maar het is het enig beschikbare dat voorhanden is om iets meer van de bazuinoordelen te begrijpen. Het gevolg van een meteoriet is dat enorme ladingen as en gas vanaf de aarde de atmosfeer in worden gespoten, hetgeen leidt tot een gedeeltelijke verduistering van zon, maan en sterren. Op die manier zou het oordeel onder de vierde bazuin nauw samenhangen met dat onder de derde bazuin en er dus min of meer direct op volgen.

Er is echter een probleem met deze interpretatie, waarbij de gebeurtenis onder de vierde bazuin slechts een gevolg zou zijn van de gevallen ster onder de vierde bazuin. In de tekst worden namelijk twee verschillende typen verduistering aangeduid. Allereerst wordt gesproken van een verduistering qua hoeveelheid licht in het eerste gedeelte van vers 11: ‘opdat een derde deel daarvan verduisterd zou worden’. Ten tweede is sprake van een verduistering qua duur dat het licht schijnt in het tweede gedeelte van vers 11: ‘en de dag voor een derde deel daarvan niet zou lichten en de nacht eveneens.’.

Dat zou betekenen dat het licht niet alleen gedeeltelijk ‘geblokt’, zodat slechts 2/3 van het ‘normale’ zonlicht de aarde bereikt maar ook dat het later licht of vroeger donker is of beide. Dat laatste lijkt aan te duiden dat sprake is van een afzonderlijke, ons totaal onbekende kosmische oorzaak.

Een belangrijke constatering bij dit gedeelte is, dat God zijn almacht toont aan de aardse stervelingen, opdat ze inzien Wie er regeert in de natuur en in het heelal. De mens moet beseffen Wie er zorgt voor de ‘coulissen’ en het ‘podium’ waarop het aards toneel zich afspeelt. Daarom schakelt God hier krachten in, die de mens niet kan thuisbrengen, die totaal indruisen tegen al zijn wetenschap, die ver liggen buiten het menselijk referentiekader. De mens moet nu eindelijk maar eens gaan inzien van Wie hij in de nietigheid van zijn bestaan volkomen, met elke vezel van het leven, afhankelijk is.

De gevolgen van de gebeurtenissen onder de vierde bazuin zijn opnieuw desastreus. Bij elkaar opgeteld is sprake van een enorme ramp, die leidt tot afkoeling van de aarde en desastreuse gevolgen voor de plantengroei en de oogst. Dit komt nog bij de ramp van de eerste bazuin, die de voedselproductie al danig in problemen heeft gebracht. De voedselvoorziening wordt bij de vierde bazuin nog verder afgeknepen.

Dan volgt er een kort intermezzo tussen de eerste vier bazuinen en de laatste drie bazuinen. Het komt in de vorm van een arend ‘in het midden van de hemel’, die met een drievoudig ‘wee’ de laatste drie bazuinen aankondigt. Het ‘wee’ geldt ‘hen die op de aarde wonen’. Deze uitdrukking komt vaak voor in Openbaring en duidt de mensen aan die van ‘de tegenwoordige boze eeuw’ hun thuis hebben gemaakt en zich daar comfortabel bij voelen. Zij hebben zich volledig aangepast aan een wereld zonder God en zonder Christus, waarin de mens denkt de dienst uit te maken, terwijl hij in werkelijkheid wordt aangestuurd door satan, ‘de overste van de macht der lucht die werkt in de zonen van de ongehoorzaamheid’. Het eerste gebruik van deze uitdrukking ‘hen die op de aarde wonen’ vinden we in Openbaring 3:10, waar Jezus aan zijn gemeente te Philadelphia de belofte geeft: ‘Omdat u het woord van mijn volharding hebt bewaard, zal ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen om te verzoeken die op de aarde wonen.’ Daarna vinden we het in de roep om wraak van de zielen der martelaren onder het altaar bij het vijfde zegel van Openbaring 6:10: ‘Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?’

De uitroep van de arend maakt glashelder dat ‘het uur van de verzoeking’ hier voluit is aangebroken en dat ‘zij die op aarde wonen’ als oordeel van God over wat ze zijn getuigen hebben aangedaan, zware oordelen te wachten staan.

Wie is de arend in het midden van de hemel? Eerder kwamen we in Openbaring ook al een arend in het midden van iets tegen. In Openbaring 4 zag Johannes als vierde levende ‘in het midden van de troon en rondom de troon’ een vliegende arend. Het is niet ver gezocht om de veronderstellen dat we hier, tussen alle bazuinoordelen door, het vierde levende wezen aantreffen, dat zich voor even van de troon heeft losgemaakt en hier in het midden van de hemel het drievoudige ‘wee’ uitroept. Het is net als bij het verbreken van de eerste vier zegels. Toen waren het ook de vier levende wezens die de een na de ander zeiden: ‘Kom en zie’. Hier vliegt het laatste van de vier levende wezens om de drie laatste bazuinoordelen aan te kondigen.

Het zijn deze levende wezens die in zeer nauwe verbinding staan met Gods troon en met zijn oordeelswegen, die namens God spreken en roepen en aankondigen en zelfs tevoorschijn doen komen. Dat het de arend is en niet één van de andere levende wezens, de leeuw, het kalf, de mens, geeft aan dat de nadruk ligt op de enorme snelheid waarmee de oordelen op elkaar volgen en tevens de opmerkzaamheid van God op zijn volk dat in deze zware tijden op aarde is, om hen door alle beproevingen heen te dragen, zoals we nog zullen zien. Dat stemt overeen met wat Jezus zei in de Olijfbergrede: ‘als die dagen niet verkort werden, zou geen vlees behouden worden…’

Ten overvloede merken we nog op dat Gods volk dat in deze laatste jaarweek van Daniël op aarde is, niet de gemeente is conform de belofte van Jezus dat Hij haar 'zou bewaren voor het uur van de verzoeking...' Het volk van God dat hier op aarde is, bestaat uit zijn uitverkorenen uit Israël, met name de 144.000 verzegelden, en de grote menigte die niemand tellen kan, die uit de grote verdrukking zal komen door te gehoorzaam te zijn aan het getuigenis van de 144.000.


Er is een beduidend verschil tussen de eerste vier en de laatste drie bazuinen. De eerste vier bazuinen troffen alle vier de leefomgeving van de mens: de aarde met haar begroeiing, de zee met haar vissen en schepen, de rivieren en waterbronnen en de hemellichten. Als de mens werd getroffen, dan gebeurde dat indirect, zoals door het bittere water. De laatste drie bazuinen treffen de mens rechtstreeks, zijn lichaam en zijn ziel, zoals we nog zullen zien in hoofdstuk 9.

- 28 oktober 2021 -

openbaring

van Jezus Christus

Openbaring 7

Openbaring 9

Openbaring 9B

Openbaring 10

Openbaring 11

Openbaring 12

Openbaring 13

Openbaring 13B

Openbaring 14