Openbaring 13B

Vers 11, 12

Het beest uit de aarde

'En ik zag en ander beest opstijgen uit de aarde; en het had twee horens, aan die van een lam gelijk, en het sprak als de draak. En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was.'


(1) Wie wordt bedoeld met ‘het beest uit de aarde’?

(2) Wat is de relatie tussen ‘het beest uit de aarde’ en ‘het beest uit de zee’?


(1) Wie wordt bedoeld met ‘het beest uit de aarde’?

We komen nu toe aan één van de meest bestudeerde maar ook één van de meest verkeerd begrepen gedeelten uit de Schrift. Het is het gedeelte over het ‘beest uit de aarde’, uitmondend in de opmerkingen over het merkteken van het beest en het getal 666. Om een indruk te geven van eigenmachtige en dus verkeerde uitleg van de Schrift noemen wij hier de leer van de zevende-dags adventisten, die menen dat het ‘beest uit de zee’ de Roomse kerk voorstelt met aan het hoofd de Paus en dat ‘het ‘beest uit de aarde’ de Verenigde Staten van Amerika voorstelt.

Nu is de voorstelling van de Paus als ‘beest uit de zee’ niet vreemd want ook de reformatoren koesterden na verloop van tijd deze opvatting. De zevende-dags hebben daar nog een historistische verklaring bij bedacht, die gebaseerd is op een verkeerde interpretatie van de 1260 dagen en waarbij deze dagen – met zeer wankele grond in de Schift – worden opgerekt tot 1260 jaren. Zij vergeten dan echter Openbaring 17, waarin het grote Babylon, de ontrouwe vrouw, wordt voorgesteld als zittend op het beest ‘uit de zee’ of ‘uit de afgrond’, met de zeven koppen. Maar wie o wie is toch 'de ontrouwe vrouw', dit ‘Grote Babylon’ als de Kerk met de Paus door het beest uit de zee wordt voorgesteld? De vrouw en het beest kunnen onmogelijk één en dezelfde partij zijn want in Openbaring 17 wordt vooruitgezien naar een korte tijd waarin ‘het grote Babylon’, de ontrouwe vrouw, door het beest en zijn horens vernietigd wordt (Openbaring 17:18).

De Bijbel is duidelijk. De afvallige christenheid, die de hoop op een terugkeer van Christus inruilde voor een relatie met de wereldmacht, ‘de koningen van de aarde’, moet worden onderscheiden van de wereldmacht zelf, die ‘onder de oppervlakte’ door die christenheid werd gestuurd en die zich daar in de laatste jaren voor Christus’ komst van zal bevrijden. De Kerk en de Paus worden vertegenwoordigd door 'de ontrouwe vrouw' en kunnen om deze reden niet ‘het beest uit de zee' zijn.

Maar ook met de VS als ‘beest uit de aarde’ zitten de zevende-dags adventisten er naast. Dat baseren zij op de uitleg van ‘de vele wateren waarop de hoer van Openbaring 17 gezeten is. Nu ineens speelt Openbaring 17 wel een rol in hun uitleg. Die ‘vele wateren’ zijn ‘volken en menigten en naties en talen’. De redenering is dan dat Europa een dichtbevolkt continent was en dat het gebied van de VS dat niet was, oftewel: Europa was ‘zee’ (bedekt door volkeren) en de VS was ‘aarde’ (nauwelijks bedekt door volkeren). Daarmee worden de ‘vele wateren’ van Openbaring 17 gelijkgesteld aan de ‘zee’ van Openbaring 13.

Dit is twijfelachtige Bijbeluitleg. Waarom zou de Geest twee zulke verschillende woorden gebruiken als het gaat om één en hetzelfde? De ‘zee’ die Johannes ziet in Openbaring 13 is zeer waarschijnlijk de Middellandse Zee, waaruit ook Daniël de vier dieren in zijn droom uit zag omhoog rijzen (Daniël 7:2,3), de vier opeenvolgende wereldrijken, waarvan het laatste in Openbaring 13 door Johannes wordt gezien als samengesteld uit alle voorgaande rijken. Vandaar de zeven koppen, de muil van de leeuw, de poten van de beer en het lijf van de luipaard.

De Middellandse zee zal opnieuw het centrum zijn van een imperium dat deze keer letterlijk de gehele aarde zal omspannen, het herrezen Romeinse rijk met de vergoddelijking van de keizer en al. Ook de VS zal onderdeel uitmaken van dit enorme wereldrijk. Het is het wereldrijk, dat men nu reeds binnen verbanden als de Verenigde Naties aan het voorbereiden is, onder mooi klinkende namen al ‘de Nieuwe Wereld Orde’.

En als de ‘zee’ van Openbaring 13 wel zou slaan op ‘vele volkeren’, dan kan men daaruit nog steeds niet concluderen dat ‘aarde’ dus het ontbreken is van ‘vele volkeren’ en dat het dus zou gaan om tamelijk dunbevolkt gebied, de VS. Men zal de toepassing van het beeld van ‘aarde’ hard moeten maken vanuit de Schrift en niet door eigenmachtige menselijke redeneringen.

Een belangrijk kernpunt is: wat bedoelt de Schrift hier met ‘aarde’, als zij spreekt over het beest uit de aarde. In het algemeen is de ‘aarde’ datgene dat vrucht voortbrengt, zoals te lezen is in Genesis 1:12 ‘En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.’ Jesaja is een belangrijke bron van beelden voor Openbaring en daar lezen we ‘het lied van de wijngaard’ (Jesaja 5), waarbij het volk Israël wordt voorgesteld als een lap aarde, die vrucht moest voortbrengen maar in plaats van goede, wilde druiven voortbracht. God verwachtte ‘goed bestuur maar het was bloedbestuur, rechtsbetrachting maar zie het was rechtsverkrachting’ (Jesaja 5:7).

Psalm 80 schetst het volk Israël als een wijnstok, ‘de stek, die God ‘uit Egypte heeft gegraven’ en die Gods ‘rechterhand heeft geplant’. God is echter toornig geworden tegen deze wijnstok en ‘heeft zijn muren doorbroken zodat...het everzwijn uit het woud hem afvreet…’ Daarom kan de Heer Jezus Zich tegenover zijn discipelen voorstellen als ‘de ware wijnstok’, die in de plaats kwam van Israël. Johannes 15:1 ‘Ik ben de ware Wijnstok en mijn Vader is de Wijngaardenier…. Ik ben de wijnstok, u de ranken.’

Een belangrijk gedeelte in dit opzicht is Jesaja 53, waar we lezen: Jesaja 53:2 ‘Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,als een wortel uit dorre aarde. Gestalte of glorie had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.’ Wie schoot er op als een loot ‘uit dorre aarde’? De Christus, de Heer Jezus, het Lam van God. Verderop in Jesaja 53 lezen we: ‘Jesaja 53:7. Toen betaling geëist werd, werd Híj verdrukt,maar Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open.’

Net als de ware Christus, stijgt ook de antichrist op uit de aarde, Israël, het stuk grond dat met God in een vaste relatie stond en waarvan God vrucht verwachtte. Want niet het beest uit de zee maar het beest uit de aarde is in strikte zin de antichrist. En net als de ware Christus heeft ook de antichrist de kenmerken van een lam: ‘met horens als een lam’. Er zijn diverse parallellen en contrasten tussen het beest uit de aarde, de antichrist enerzijds en Jezus, de Christus anderzijds. Net als Christus is de antichrist de koning van Israël. Daniël schrijft over deze persoon het volgende: Daniël 11:36 ‘En de koning zal doen wat hem goeddunkt’. Uit de historische setting van dit vers en uit het vervolg blijkt dat Daniël het hier heeft over de leider van Israël in de eindtijd. En hier hebben we direct een belangrijk contrast met de Heer Jezus, die nooit deed wat Hem Zelf goed dunkte maar alleen dat wat Hij van de Vader gehoord en gezien had: Johannes 5:19 ‘de Zoon kan niets doen vanuit Zichzelf, tenzij Hij de Vader iets ziet doen’. We zullen in het vervolg nog meer tegenstellingen ontdekken tussen Christus en de antichrist.


(2) Wat is de relatie tussen ‘het beest uit de aarde’ en ‘het beest uit de zee’?

Met de vaststelling dat ‘het beest uit de aarde’ de toekomstige leider van het volk Israël is, komen we tot de conclusie dat de twee machten, die samen verantwoordelijk waren voor de kruisiging van de ware Christus, in de eindtijd het strijdtoneel bepalen. Het beest uit de zee is de keizer van het herstelde Romeinse rijk. Het beest uit de aarde is de autoriteit van Israël. Beide zijn terug om definitief door Christus verslagen en door God geoordeeld te worden. En net als bij de kruisiging van Jezus is sprake van een zeer nauwe samenwerking tussen beide machthebbers. De samenwerking is echter precies omgekeerd als toen. Bij de kruisiging waren het de Romeinen die het door de Joden uitgevaardigde doodsvonnis uitvoerden. Jezus zei daarover voor Pilatus: Johannes 19:11: ‘U zou geen enkele macht tegen Mij hebben als het u niet van boven gegeven was. Daarom heeft hij die Mij aan u heeft overgeleverd grotere zonde’. De Romeinen waren ‘slechts’ de uitvoerders. Maar in Openbaring 13 zijn de rollen omgekeerd: ‘ En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid’. Het beest uit de aarde oefent het gezag uit van het beest uit de zee. Israël oefent het gezag uit van Rome. Maar dat gebeurt in zeer nauwe samenwerking: ‘in diens tegenwoordigheid’. Dat betekent dat voortdurend de ‘handtekening’ nodig is van ‘het beest uit de zee’, zodra het ‘beest uit de aarde’ iets onderneemt.

We hebben hier te maken met een wanstaltige drie-eenheid, een walgelijke nabootsing op aarde van de goddelijke drie-eenheid in de hemel. Het is één van de ‘lasteringen’, waarvan in de laatste fase van de eindtijd sprake is. De positie van het beest uit de zee is vergelijkbaar met ‘de Vader’. De positie van het beest uit de aarde is vergelijkbaar met ‘de Zoon’ (oefent dienst gezag uit – vandaar de antichrist) en de positie van satan is vergelijkbaar met de Heilige Geest. Immers, satan is een geestelijke macht en de geestelijke bron van deze boosheid (Efeze 6:12). En hoe wordt het gezag van het beest uit de zee gebruikt? Om ervoor te zorgen dat de gehele aarde het beest uit de zee zal aanbidden. Er wordt nog aan toegevoegd: ‘van wie de dodelijke wond genezen was’. Die herhaling hier, in verband met het beest uit de aarde, is niet voor niets. Dat duidt erop dat het beest uit de aarde daar een belangrijke rol in zal spelen en instrumenteel zal zijn bij deze genezing. We zullen in het vervolg nog zien wat precies de inhoud is geweest van die rol.

Tevens is het beest uit de aarde een belangrijk instrument in het op gang krijgen van de wereldwijde aanbidding van het beest. Ook daaraan is zichtbaar dat het hier gaat om de leider van Israël. Het beest uit de zee zal zich immers in de tempel van God zetten om zich daar als God te laten aanbidden (2 Thessalonicenzen 2:4). Dan is uiteraard volledige medewerking nodig van de Joodse autoriteiten. Hier vinden we een belangrijke aansluiting met Openbaring 11, waar sprake was van het meten van de tempel maar niet van de voorhof omdat die aan de naties was gegeven en dat die naties de voorhof zouden vertreden, tweeënveertig maanden lang.

- 30 maart 2022 -


Vers 13-14

Tekenen van het beest

‘En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen. En het misleidt hen die op de aarde wonen door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest,...'


(1) Wat is de betekenis van de ‘tekenen’ die het beest uit de aarde doet?

We moeten ons realiseren dat het ‘beest uit de aarde’ de imitatie is van Christus, maar dan in de vorm van een afzichtelijke karikatuur, waarbij de contrasten soms groter zijn dan de overeenkomsten. De eerste overeenkomst – tevens contrast – is het doen van ‘tekenen’. Ook Jezus, de Christus, deed tekenen. Toen Johannes in de gevangenis zat en zich hardop afvroeg of Jezus wel Degene was die hij als Messias had verwacht, antwoordde Jezus zijn boodschappers: ‘Mattheüs 11:4 En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet: blinden worden ziende en kreupelen kunnen lopen; melaatsen worden gereinigd en doven kunnen horen; doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd; en zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.’

Petrus zei op de pinksterdag: Handelingen 2:22 'Israëlitische mannen, luister naar deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man Die u van Godswege aangewezen is door krachten, wonderen en tekenen, die God in uw midden door Hem gedaan heeft, zoals u ook zelf weet...’

Nicodemus, de Farizeeër die ‘s nachts naar Jezus toe kwam, zei: Johannes 3:2 ‘Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan deze tekenen doen die U doet, als God niet met hem is.’

Voor het gros van de Farizeeërs en schriftgeleerden gold echter: Johannes 12:37 ‘Maar hoewel Hij zoveel tekenen in hun bijzijn gedaan had, geloofden zij niet in Hem’

Tot hen zei Jezus: Johannes 5:43 ‘Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, maar u neemt Mij niet aan. Als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen.’

Hier, in Openbaring 13, lezen wij van die ander, die zal komen in zijn eigen naam en die de leider van Israël wordt in de eindtijd. Jezus waarschuwt onder andere voor hem als hij zegt:

Mattheüs 24:24 ‘want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zó dat zij – als het mogelijk zou zijn – ook de uitverkorenen zouden misleiden.’

De antichrist is niet de enige. Johannes spreekt in zijn brieven van de ‘geest van de antichrist’ (1 Johannes 4:3) en van ‘vele antichristen’ (1 Johannes 2:18) die zijn uitgegaan. Al die antichristen vinden hun hoogtepunt in deze ‘antichrist’, het beest uit de aarde van Openbaring 13.

Maar wat zijn dat voor tekenen die het beest uit de aarde zal verrichten? We lezen erover in 2 Thessalonicenzen 2:8, 9: ‘En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heer Jezus zal verteren door de adem van zijn mond en te niet doen door de verschijning van zijn komst; hem wiest komst naar de werking van de satan is met allerlei kracht en tekenen en wonderen van de leugen en met allerlei bedrog van de ongerechtigheid…’

Let wel: ‘de wetteloze’, die hier wordt genoemd, is ‘het beest uit de zee’. Hij gaat in de tempel zitten om te proclameren dat hij God is. Echter, het beest uit de zee wordt hierin volop gesteund door ‘het beest uit de aarde’, dat de ‘grote kracht en tekenen en wonderen van de leugen’ zal verrichten. Van het beest uit de zee lezen we dat het van ‘de draak’ zijn macht, zijn troon en groot gezag’ ontvangt. Het beest uit de zee is daarmee de politieke macht. Van het beest uit de aarde lezen we dat het ‘spreekt’ als de draak en dat het ‘tekenen verricht die het gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest (uit de zee)’. Het beest uit de aarde is daarmee de ‘spreekbuis’ van de politieke macht en de ‘uitvoerende van allerlei wondertekenen’, die worden verricht onder toeziend oog van het beest uit de zee. De antichrist of het beest uit de aarde is de religieuze communicator. Zij imiteren hiermee, zoals we hierboven reeds zagen, de Vader en de Zoon. De Vader, die de raadsbesluiten in zijn macht heeft en de Zoon die deze raadsbesluiten uitvoert.

Een belangrijk teken dat hier wordt genoemd is dat ‘vuur uit de hemel neerdaalt’. Hier ligt een zeer belangrijk contrast met het optreden van de Heer Jezus, die nimmer vuur uit de hemel liet neerdalen maar alleen zegen, genezing, voeding, vergeving. Het vuur waarmee Jezus zal komen is na 2000 jaar wachten in de hemel nog steeds toekomstig. Johannes de doper sprak ervan: Mattheüs 3:11, 12 ‘Hij zal dopen met de Heilige Geest en vuur. Zijn wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen en Hij zal het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden.’ En ook Paulus noemt deze komst van Jezus Christus met vuur: 2 Thessalonicenzen 2:8 ‘...in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen’.

Maar 2000 jaar geleden was van vuur uit de hemel geen sprake. Wel werd daar min of meer om gevraagd door de Farizeeën. Zij kregen echter slechts het teken van Jona, van een Messias die leed en stierf en na drie dagen opstond: Mattheüs 16:1 En de Farizeeën en de Sadduceeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken, en zij vroegen Hem of Hij hun een teken uit de hemel wilde laten zien. Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Als het avond geworden is, zegt u: Mooi weer, want de hemel is rood; en 's morgens: Vandaag storm, want de hemel is somber rood. Huichelaars! De aanblik van de lucht weet u wel te onderscheiden, en kunt u de tekenen van de tijden niet onderscheiden? Het verdorven en overspelig geslacht verlangt een teken; maar hun zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jona, de profeet. En Hij verliet hen en ging weg.’

Later vroegen zijn eigen discipelen aan Jezus of zij vuur van de hemel zouden laten neerdalen op een dorp van Samaritanen dat hen niet wilde ontvangen. Lukas 9:54, 55 'Toen de discipelen Jakobus en Johannes dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt U dat wij zeggen dat er vuur van de hemel moet neerdalen en hen verteren, zoals ook Elia gedaan heeft? Maar Hij keerde Zich om, bestrafte hen en zei: U beseft niet wat voor Geest u hebt…’

De Heer Jezus was niet gekomen om vuur te brengen maar om zalig te maken wat verloren is. (Mattheüs 18:11)

Maar als de antichrist verschijnt dan zal hij juist een demonstratie geven van ‘vuur uit de hemel’, wat zo indrukwekkend zal zijn dat velen erdoor misleid zullen worden en hem als de ware Christus van God zullen zien. Zo sterk is de misleiding dat ‘als het mogelijk was, zelfs uitverkorenen erdoor verleid zouden worden’. Maar het zijn ‘krachten, tekenen en wonderen van de leugen’. Het is groots en prachtig en meeslepend maar dient alleen maar ‘de leugen’, dat is uiteindelijk de aanbidding van het beest uit de zee.

Een ander belangrijk punt bij ‘vuur dat uit de hemel neerdaalt’ is de aansluiting met de zesde bazuin van Openbaring 9 en met de ‘oorlog’ die het beest uit de zee ‘gegeven wordt te voeren met de heiligen’. Daarbij komt in belangrijke mate ‘vuur, rook en zwavel’ kijken en daarvan zien we in het optreden van het beest uit de aarde een demonstratie. Mogelijk is dit de aanzet in de wereld van politiek en media tot de grote slachting onder de zesde bazuin, waarbij een derde van de mensheid sterft.

Twee belangrijke kenmerken worden nog gegeven van de ‘tekenen’. Ze worden (1) verricht ‘ten aanschouwen van de mensen’ en (2) ‘in tegenwoordigheid van het beest’. Dat eerste ‘ten aanschouwen van de mensen’, betekent dat het gaat om openlijke shows of demonstraties van macht, waarbij grote groepen mensen aanwezig zijn. Het zijn massale betogingen, zoals we die kennen van filmbeelden uit het Nazi-tijdperk, waarbij grote mensenmassa’s als één man de Hitlergroet brachten. In deze eindtijd zal opnieuw sprake zijn van dit soort massapsychose maar dan nog aangevuld met indrukwekkende tekenen. Het is zeer wel mogelijk dat de mensen massaal worden bedrogen door middel van moderne technieken als bluebeam, waarbij slecht sprake is van driedimensionale filmbeelden op basis van nanodeeltjes in het luchtruim. Dit soort technieken is weliswaar breed bekend maar met de juiste cocktail van massapsychose trappen de mensen er toch weer in. Het zijn ‘krachten, tekenen en wonderen van de leugen’. Behalve dat ze de leugen dienen, zijn ze in zichzelf ook leugenachtig, namelijk gebaseerd op bedrog. We weten dat met traditionele filmbeelden ook van alles in scene kan worden gezet en toch geloven mensen alles wat hen door de maintream media op het scherm wordt voorgeschoteld. Zo zal het ook zijn in de laatste dagen.

Ten tweede worden de tekenen uitgevoerd ‘in tegenwoordigheid van het beest’. Dat betekent dat het ‘beest uit de zee’, de politieke leider, voortdurend aanwezig is bij en volgt wat er gebeurt door het ‘beest uit de aarde’, de propagandaleider. Het beest uit de aarde kan alleen datgene doen, wat de goedkeuring wegdraagt van het beest uit de zee. Daarin immiteren zij de Vader en de Zoon. Jezus zei ook: ‘De Zoon kan niets doen van Zichzelf tenzij Hij de Vader iets ziet doen’.

- 1 april 2022 -


Vers 14, 15

‘en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken. En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.’


(1) Wat is de betekenis van het ‘beeld’ dat voor het beest uit de zee gemaakt moet worden?

(2) Wat spreekt het beeld van het beest?


(1) Wat is de betekenis van het ‘beeld’ dat voor het beest uit de zee gemaakt moet worden?

Het woord voor ‘beeld’ dat hier wordt gebruikt is het Griekse ‘Eikon’ of ‘Icoon’. Het is het woord dat aanduidt dat de mens geschapen is naar Gods beeld. Het is het woord dat aangeeft dat de mens geen beeld mag maken van iets in de schepping als aanduiding voor de Schepper. Het is het woord dat verklaart dat Christus het beeld is van de onzichtbare God. Het is het woord voor de afbeelding op een muntstuk: het beeld van de keizer. Het is het woord dat gebruikt wordt voor het beeld dat door Nebukadnezar wordt opgericht onder bevel dat iedereen het moet aanbidden, een beeld van zestig el hoog en zes el breed. Dat beeld stond ongetwijfeld voor de grootheid van zijn rijk en zijn macht. Het beeld was echter een aanfluiting voor de Allerhoogste.

Veel meer nog zal het allerlaatste beeld dat door mensen in ongehoorzaamheid wordt opgericht, een lastering zijn van God. Verbood God de mens niet een afbeelding te maken van enig schepsel? Deze laatste leider van Gods volk voor de terugkeer van de ware Messias, maakt een beeld van het wereldwijde keizerrijk, dat als het ware uit de dood verrezen is. Het rijk (Leviathan) dat na een flinke tik van het zwaard van de Almachtige bijna volledig was uitgeschakeld, moet hier door een beeld worden weergegeven. Enerzijds spreekt ‘de wond van het zwaard’ van de zwakheid van het beest. Anderzijds kan het ook uitgelegd worden als de ‘wonderlijke kracht’ van het rijk, dat als een Feniks uit de as omhoog rijst en ‘onsterfelijkheid’ lijkt te bezitten. Het is een karikaturale nabootsing van de opstanding van Christus. De imitatie gaat echter mank want in de satanische drie-éénheid is ‘het beest uit de zee’, waarvan het beeld wordt gemaakt, geen imitatie van de Zoon maar van de Vader.

De mens is beeld van God. En sinds dat beeld door de zonde is verwrongen, is de tweede Mens, de laatste Adam, de Heer Jezus Christus, het beeld van God. Op geen enkele andere wijze kan iets van God worden uitgebeeld. Maar deze valse christus geeft opdracht een beeld te maken van het wereldrijk, dat vervolgens als God moet worden aanbeden.

Wat we ons exact moeten voorstellen bij dit ‘beeld’ weten we niet. Momenteel wordt wereldwijd een beeld tentoongesteld dat alle uiterlijke gestalten van mensen kan aannemen. Natuurlijk wordt door sommigen gesteld dat dit dan waarschijnlijk wel het beeld zal zijn. Echter dat is onjuist. Het beeld waarover Openbaring 13 spreekt, wordt pas geconstrueerd gedurende de laatste drie en een half jaar van heerschappij van het beest uit de zee en het beest uit de aarde, niet eerder. Bovendien is het beeld van Openbaring 13 niet een beeld dat gewone mensen uitbeeldt maar een beeld van ‘het beest uit de zee’, dat is het laatste, wereldwijde wereldrijk.

Dat het gaat om dezelfde drie en een half jaar of 42 maanden als Openbaring 13:1-10, blijkt ook uit de werkwoordsvorm. De tekst over het beest uit de zee was vrijwel volledig in de verleden tijd, tot op het punt van de ‘aanbidding’. Dan gaat 13:8 ineens over in de toekomstige tijd. Waarom? We hebben dat eerder gezien. De apostel maakt dan in zijn relaas een sprong terug in de tijd, bijna altijd naar het begin van de laatste drie en een half jaar en kijkt dan vooruit naar de periode die hij zojuist in de verleden tijd beschreef: iedereen die ‘op de aarde woont’ zal het beest aanbidden. Dat is de reden voor het overgaan naar de toekomstige tijd. Vervolgens komt het beest uit de aarde opzetten en dan lezen we alles in de tegenwoordige tijd. Dat zou ermee te maken kunnen hebben dat Johannes nog een keer dezelfde tijdperiode langs gaat, nu aan de hand van wat ‘het beest uit de aarde’ allemaal doet. Meermalen lezen we ook dat het beest uit de aarde zijn daden verricht ‘in tegenwoordigheid’ van het ‘beest uit de zee’ (13:12, 14). Door deze zeer duidelijke weergave van de nog toekomstige geschiedenis, kan geen uitlegger beweren dat de twee beesten ‘na elkaar’ zouden verschijnen.

Belangrijk is op te merken dat de antichrist, het beest uit de aarde, niet zelf het beeld maakt. Dat doen ‘zij die op de aarde wonen’. Dat laat zien dat het gaat om een bundeling van expertise en technieken, waar de 'machthebbers op aarde' oftewel 'zij die op de aarde wonen' al lange tijd op hebben aangestuurd. Wat de antichrist vervolgens doet is ‘aan het beeld van het beest adem geven’. Die macht ontleent hij overigens ook weer aan de geestelijke machten waardoor hij gestuurd wordt, met name de satan. ‘Hem wordt gegeven aan het beeld van het beest adem te geven…’ En uiteindelijk gebeurt dit onder toelating van God Zelf, die hiermee ‘een zaak heeft’ tegen de volledige mensheid omdat dit laat zien waartoe de mens, los van God, in staat is.


(2) Wat spreekt het beeld van het beest?

Tasten we met de precieze kenmerken van ‘het beeld van het beest’ al in het duister, met het ‘adem geven’ aan dit beest en het ‘spreken’ ervan wordt het nog mistiger. Wel kunnen we opmerken dat we weer te maken hebben met een monsterlijke verdraaiing van Gods werkelijkheid. Bij de schepping van de mens was het God die de mens de levensadem inblies en zo werd de mens een levende ziel. Hier worden de zaken volledig omgedraaid. Het is de mens die de levensadem geeft aan een beeld, dat vervolgens als God aanbeden moet worden.

Het aanbidden van beelden wordt door God niet alleen verboden, God drijft er ook de spot mee. Zo bijvoorbeeld in Psalm 115:

Psalm 115:4 Hun afgoden zijn zilver en goud,

het werk van mensenhanden:

5. zij hebben een mond, maar spreken niet;

zij hebben ogen, maar zien niet;

6. zij hebben oren, maar horen niet;

zij hebben een neus, maar ruiken niet;

7. hun handen, die tasten niet;

hun voeten, die gaan niet;

er komt geen geluid uit hun keel.

8. Laat wie ze maken hun gelijk worden,

al wie op hen vertrouwt.


Ronduit hilarisch zijn alle betogen van God vanaf Jesaja 40. Bijvoorbeeld:

Jesaja 44:15 Ze dienen de mens tot brandhout,

hij neemt ervan en warmt zich erbij,

hij steekt het ook aan en bakt brood.

Ook maakt hij er een god van en buigt zich ervoor,

hij maakt er een gesneden beeld van en knielt ervoor neer.

16. De helft ervan verbrandt hij in het vuur.

Bij die helft eet hij vlees,

braadt een braadstuk en wordt verzadigd.

Ook warmt hij zich en zegt: Ha,

ik word warm, ik zie vuur!

17. Van de rest ervan maakt hij een god, zijn gesneden beeld.

Hij knielt ervoor neer, buigt zich,

bidt het aan en zegt:

Red mij, want u bent mijn god.


Men zou zeggen dat de moderne mens het nooit zover zal laten komen met zijn inzicht, met zijn wetenschap en techniek. God laat in Openbaring echter zien dat de ‘moderne mens’, die zogenaamd ‘afstand zou hebben genomen’ van alle vormen van ‘bijgeloof’, nog steeds geen haar beter is dan de mens die zich in vroeger tijden neerboog voor beelden. Immers, gelooft de moderne mens in de materie, als oorzaak voor alle dingen. Het evolutionistisch materialisme is het zuurdeeg dat de gehele Westerse ‘beschaving’ heeft geïnfiltreerd en wordt bewust of onbewust door miljoenen aangehangen. De God of ‘Schepper’ van de mens zou een blind proces zijn van toeval en tijd, waarbij de mens uiteindelijk zou zijn voortgebracht door materie en niet door God. Wat is het verschil tussen een stenen beeld en een onbewerkt rotsblok als 'God'?

Er is tussen de meest moderne vorm van beeldendienst, in Openbaring 13, en de ouderwetse vormen van lang vervlogen tijden. echter één verschil. Toen hadden de beelden geen adem en in Openbaring 13 wel. Toen konden ze niet spreken, in Openbaring 13 wel. Maar de overeenkomst is veel groter. Nog steeds is sprake van een god die door de mens zelf is gecreëerd, in plaats van andersom. De mens schept zijn eigen god, naar eigen beeld en gelijkenis, zoals we nog zullen zien.

Hoe de moderne techniek ervoor kan zorgen dat aan een ‘dood beeld’ adem kan worden gegeven is een kwestie van extrapolatie van technieken, waaraan al decennialang wordt geknutseld. Het heeft allemaal te maken met nanotechnologie, gentechnologie, informatica (met name artificial intelligence) en robotologie. De combinatie van deze wetenschappen maakt tegenwoordig al enorm veel mogelijk en het einde is nog niet in zicht. Dat einde zien we echter in Openbaring 13, waarbij de mens een beeld (waarschijnlijk een robot) verandert in iets dat lijkt op een levend wezen.

Er is nochtans in dit gedeelte iets vreemds aan de hand. Satan probeert samen met de ‘twee beesten’ de Godheid na te bootsen maar het lukt niet al te best. We zagen al dat ‘het beest uit de zee’ was verwond door het zwaard, niet ‘het beest uit de aarde’, voortgekomen uit het Jodendom, dat ‘eruit zag als een lam’ en een imitatie is van Christus, de Zoon. Dat is de eerste grove fout in de 'gelijkenis'.

Maar hier is nog een afwijking. In plaats van een drie-eenheid is ineens sprake van een vier-eenheid. Het beeld, dat adem ontvangt van het beest uit de aarde, is de vierde entiteit in de vervalsing. Dat heeft te maken met het onvermogen van satan om als geschapen geest alle informatie van de aarde te bezitten en te verwerken. Alleen de Schepper God is alwetend, niemand anders, ook satan niet. Om God daarin naar de kroon te stoken is dit beeld nodig, zeer waarschijnlijk een robot-PC met zeer ver doorontwikkelde artificiele intelligentie, een kunstmatig brein met een hoeveelheid kennis en informatie die veel verder gaat dan wat alle knappe koppen van de wereld tezamen zouden kunnen bevatten. Het is een zelfstandig denkende en beslissende entiteit geworden, die de mens boven het hoofd is gegroeid. Dat blijkt uit de zin in vers 15 ‘...opdat het beeld van het beest ook zou spreken en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.’ Het is niet 'het beest uit de aarde' maar 'het beeld' dat hij van 'het beest uit de zee' laat maken, dat bepaalt wie gedood moet worden.

Dit is waar veel ethici zich ernstig zorgen over maken ten aanzien van almaar voortgaande informatietechnologie: dat het moment komt dat de mens als een soort tovenaarsleerling iets heeft gemaakt, dat hem volledig overvleugelt en zelfs het voortbestaan van de mensheid in gevaar brengt. Bekend is de keuze van een computer voor een stilstaand horloge boven een horloge dat vijf minuten achter loopt. Het eerste wijst twee keer per dag de juiste tijd aan, het tweede nooit. Een verkeerd geprogrammeerde computer die zelfstandig beslissingen mag nemen en, zoals hier, en zelfs mag beslissen over leven en dood, is een groot gevaar. ‘Garbage in = garbage uit’ is ook een bekend gezegde in de computerwereld. Wanneer de PC de taak zou krijgen om alle lijden op de wereld uit te bannen, zou dat het einde van alle leven kunnen betekenen als de PC voldoende volmachten zou krijgen. Een einde maken aan alle leven maakt immers tevens een einde aan alle lijden.

Zover gaat het echter volgens Openbaring 13 niet komen maar het scheelt niet erg veel. Een belangrijke vraag is wat bedoeld wordt met ‘aanbidden’ van het beeld van het beest. Is dat het ‘aanbidden’ zoals dat in de Islam wordt bedoeld, pure onderdanigheid aan de hogere instantie om daaraan vrede te ontlenen (de betekenis van het woord 'Islam')? En zou dat de reden zijn waarom gestreefd wordt naar een wereldwijde religie die een mix is van Christendom en Islam: Chrislam? In dat geval zou het kunnen betekenen dat alle mensen zich op het wereldwijde computersysteem moeten laten aansluiten, waarover we meer lezen in de laatste drie verzen van het hoofdstuk. Tegen hen die dit weigeren wordt oorlog gevoerd. De bedoeling is dat zij sterven.

Hier ligt een belangrijk verband met Openbaring 9:18 en Openbaring 13:7, waarop we hieronder ingaan. Belangrijk is op te merken, dat de informatie over de mensen die zich niet onderwerpen, wordt verstrekt door ‘het beeld’. ‘Het beeld’ ‘zegt’ dat alleen degenen die ‘het beeld’ niet aanbidden gedood moeten worden. Het systeem beschikt over alle informatie én over alle macht en bepaalt dat de hele wereld zich aan het systeem onderwerpt. Voor Johannes moet het een raadsel zijn geweest hoe dit ooit gerealiseerd zou kunnen worden. Intussen weten wij waartoe de mens onder leiding van geestelijke machten van de duisternis in staat is.

De bepaling om iedereen te doden die zich niet onderwerpt,  is niet anders dan een wereldwijde herhaling van Daniël 3, waarbij Nebukadnezar alle oversten dwong zich in aanbidding neer te werpen voor zijn beeld en waarbij alleen Sadrach, Mesech en Abednego bleven staan en uiteindelijk in de vurige oven werden geworpen, zeven keer heter gestookt (een metaforische aanduiding van de zeven jaren grote verdrukking). Dit gaat zich bijna letterlijk herhalen. Het verschil is echter dat er geen koning aan het roer staat van slechts de hoogwaardigheidsbekleders maar dat een intelligente robot, alles bepaalt voor alle mensen op aarde. Deze robot is tot stand gekomen door een koppeling van alle systemen waaraan al jarenlang wordt gesleuteld. Deze robot of ‘dat beeld’ kan spreken en kan bepalen wie er gedood wordt en wie er mag blijven leven op grond van de loyaliteit aan het systeem.

Hier ligt een belangrijke link met de zesde bazuin van Openbaring 9:13-21, de oorlogvoering van een wereldwijde troepenmacht van 200 miljoen ‘ruiters’, die iedereen met ‘vuur, rook en zwavel’ kunnen uitschakelen. Een derde van de mensheid onderwerpt zich niet en vindt de dood. Het is de ‘oorlog’, die het ‘beest uit de zee’ volgens Openbaring 13:7 gegeven is te voeren tegen ‘de heiligen’, de mensen die zich afzonderen van dit godslasterlijke en mensonterende systeem. In Openbaring 9 zagen we de militaire aspecten en de demonische achtergronden van de vier engelen van de vier wereldrijken. In Openbaring 13 zagen we de politieke dimensie. Hier, in Openbaring 13:15 hebben we de informatietechnologie die alles tot op niveau van het individu mogelijk maakt. De uitrol van de huidige QR-code en de verplichte EU-Identificatie zijn te zien als voorlopers van de social-credit gevangenis die de mensheid uiteindelijk te wachten staat, een gevangenis waarbij mensen geen strafpunten krijgen of voor (on)bepaalde tijd geen toegang hebben tot het systeem. Nee, zij worden gedood. Dat is waar de mensheid naar op weg is. Daarom waarschuwde Jezus: ‘als die dagen niet verkort werden, zou geen vlees behouden worden’ (Mattheus 24:22).

- 6 april 2022 -


Openbaring 13

Waarom laat God het toe?

Men kan zich de vraag stellen waarom God het zover laat komen. Waarom grijpt hij niet reeds veel eerder in? Waarom moet de geschiedenis van de mensheid door dit gitzwarte dal van dood en verderf?

We zullen proberen hieronder een antwoord op deze vraag te formuleren. Maar voordat we dat doen: men zou zich ook af kunnen vragen waarom de méns het zover laat komen. De mens meent immers zichzelf zo goed te kunnen besturen. Maar de geschiedenis leert dat de mens van de geschiedenis niets leert en de voortdurende neiging heeft telkens opnieuw dezelfde fouten te maken. Maar er zit onder die herhaling van fouten een diepere laag. De mens laat zich telkens opnieuw door dezelfde tegenstander misleiden.

Het antwoord op de vraag waarom God het zover laat komen is in wezen de vraag waarom de mens het zover laat komen. Het antwoord op die waaromvraag moet voor eens en voor altijd openbaar worden. De openbaring van Jezus Christus is in zekere zin ook de openbaring van de mens. De tweede Mens stelt de eerste mens in het licht. De laatste Adam onthult de eerste Adam.

De clou voor de vraag naar de noodzaak van Openbaring 13 ligt in het mistige verleden van de hof van Eden. De clou ligt besloten in de allereerste misleiding door de slang: ‘U zult niet sterven maar God weet dat ten dage dat u daarvan eet, u als God zult zijn, kennende goed en kwaad’. In het eten van de vrucht schaarden Adam en Eva zich aan de kant van de slang tegenover God. Door naar de slang te luisteren sloten Adam en Eva ten diepste een verbond met de slang om onafhankelijk van God op zoek te gaan naar de geheimen in Gods schepping: goed en kwaad. In de misleiding lag ook de veronderstelling dat het mogelijk was om los van God zelf ‘goed en kwaad’ te ontdekken of zelfs te bepalen. De geschiedenis laat zien welk spoor van eindeloze vernieling en ellende uit die veronderstelling is voortgekomen.

Maar de mens blijft zoeken naar de sleutel tot goed en kwaad en blijft onder de misleidende bezwering van de slang. Openbaring 13 laat de afgrond zien waar het spoor van vernieling en ellende uiteindelijk eindigt. God stelt daarmee het kwaad, dat door toedoen van de slang en de mens in zijn schepping was binnengeslopen, volledig aan de kaak. Voor Hem Zelf was dat niet nodig want Hij zag dat kwaad al vanaf de eerste influistering van de slang in het oor van Eva. Hij zag het al toen Hij rustte van al zijn werken die Hij scheppend tot stand had gebracht. Hij zag het al toen duisternis nog over de vloed lag en zijn Geest zweefde over de wateren. Hij zag het al in de eeuwigheid toen de schepping nog slechts een eeuwig voornemen was.

Het is voor zijn schepselen, de engelenwereld, de slang en de mens dat de aard van het kwaad in het licht moet worden gesteld. En het moet duidelijk worden dat de mens net zozeer slachtoffer is van het kwaad, als dader. De mens heeft zich uitgeleverd aan de slang in een eigengereide speurtocht naar goed en kwaad, los van God. In dat laatste schuilt de essentie van het kwaad: ‘los van God’. Kort na de zondeval gaf God Zelf immers al aan wat goed en kwaad was, in de geschiedenis van Kaïn en Abel. Tot Kaïn zei God: ‘waarom bent u toornig en is uw gelaat betrokken? Mag u het (gelaat) niet opheffen als u goed handelt? Maar als u niet goed handelt, ligt de zonde al een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, maar over wie u moet heersen’. Kaïn ging dwars in tegen Gods aanwijzingen van ‘goed en kwaad’. Hij luisterde liever naar het ‘goed en kwaad’ van de mensenmoordenaar van de beginne. Het verbond tussen de mens en de duivel werd hechter en hechter en na circa anderhalf duizend jaar moest God vaststellen ‘dat de de boosheid van de mensen groot was op de aarde en dat al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was’. (Genesis 6:5) Als God niet had gezorgd voor een Noach en een ark, was dat het einde geworden van de mensheid.

De speurtocht naar ‘goed en kwaad’ had voorgoed verleden tijd kunnen zijn met de wetgeving door God op de Sinaï aan Israël. Het is of God daarmee demonstreerde: ‘Je wilt kennis hebben van goed en kwaad? Hier heb je de formulering van goed en kwaad’. Hoe het sindsdien met Israël gegaan is, weten we. Uiteindelijk herhaalde het volk van God de broedermoord van Kaïn in de veroordeling tot de dood van Jezus Christus, het Lam van God, de openbaring van God Zelf. Hij die als nooit tevoren liet zien wat het verschil was tussen goed en kwaad in de demonstratie van alleen maar goed en de veroordeling van alle kwaad, werd op de wreedst mogelijke manier het zwijgen opgelegd.

Maar is er thans niet een kerk die naar Hem luistert? Helaas. Kijken we naar de kerkgeschiedenis in Openbaring 2 en 3, dan eindigt dat in de boodschap aan Laodicea: ‘...en u weet niet dat u de ellendige, jammerlijke, arme, blinde en naakte bent’. Dat klinkt niet als een gemeente die het onderscheid kent tussen ‘goed en kwaad’. Dat klinkt als een gemeente die alle inzicht in de dingen van God volledig is kwijtgeraakt. En bovendien het inzicht in zichzelf. De oorzaak: de Heiland staat aan de deur en Hij klopt. Hij, die de bron van alle kennis van goed en kwaad is, was niet langer welkom in de gemeente. Naar Hem werd niet langer geluisterd.

En zo eindigt de geschiedenis van de mens ‘los van God’ met zijn speurtocht naar goed en kwaad aan het lijntje van de duivel in de afzichtelijke beerput van Openbaring 13. De ‘mens van de zonde’, de ‘zoon van het verderf’, de ‘wetteloze’, het ‘beest’ is aan de macht. De mens, die ‘los van God’ maar in een innig verbond met de duivel, zelf bepaalt wat goed en kwaad is en die dat vervolgens wereldwijd aan de mensheid oplegt en controleert door middel van ‘het beeld van het beest’. Uiteindelijk is het de duivel die door de mens op de troon van God wordt gezet als ‘kenner van goed en kwaad’. Het ‘u zult als God zijn, kennende goed en kwaad’ was net zozeer een leugen als het ‘u zult niet sterven’.

Inwendig had de duivel het voornemen om zélf als God te zijn door de kennis van goed en kwaad, dat is: door te bepalen wat goed is en wat kwaad is en daarbij alle grondbeginselen van Gods scheppingsorde 180 graden om te draaien. De mens was niet anders dan de marionet van de duivel, die zich door zijn leugens liet misleiden en dacht dat hij zelf iets voorstelde. Want kijk eens wat er gebeurt met ‘mensen’ nadat de satan als God op de troon is gehesen. De moord op Abel was een sinister voorspel op wat er de geschiedenis door vanwege het luisteren naar satan door mensen zou worden misdaan. Het spoor van onheil leidt tot de afgrond van het doden van een derde van de wereldbevolking omdat zij weigeren zich te onderwerpen aan de regels van ‘goed en kwaad’, zoals die in opdracht van de satan zijn bepaald. Dat is de kern van 'de mens van de zonde': het willen handelen zonder God. Dat is de kern van 'de zoon van het verderf': het verraad waardoor de mensheid in het verderf wordt gestort. Dat is de kern van 'de wetteloze' het zelf willen bepalen van wat goed en kwaad is en dat vastleggen in wet- en regelgeving waaraan iedereen moet gehoorzamen.

Er is in deze meest ellendige en schrikwekkende tijd in de geschiedenis een grote groep, een derde van de mensheid, die blijft luisteren naar de stem van het hart, het geweten, dat God daarin heeft gelegd. Deze mensen worden om die reden ‘heiligen’ genoemd, afgezonderd tot God. Zij laten zien dat ware vrijheid van binnen zit en niet van buiten. Zij zullen uiteindelijk regeren met het Lam.

Dat laatste brengt op op het hemelsbrede verschil tussen God en satan. God bevrijdt mensen. Het Lam van God werd geslacht en kocht mensen met zijn bloed om hen te maken tot koningen en priesters en hen over de aarde te laten heersen. Openbaring 13 leert dat satan totaal anders omgaat met mensen die voor hem kiezen. Het lam van Openbaring 13, het beest uit de aarde, het lam van het beest, het lam van satan, wordt zelf niet geslacht maar laat miljarden mensen slachten, die niet buigen voor de meest verschrikkelijke tirannie die de aarde ooit heeft gezien. Hij offert niet zichzelf. Hij offert mensen op het altaar van het beeld van het beest. Want het is het beeld van het beest dat precies registreert wie gehoorzaamt en wie niet. Hoe dat gebeurt, is anno 2022 geen geheim meer. En degenen die wél buigen voor het systeem en doen wat er gezegd wordt? Zijn zij vrij? Mogen zij ‘regeren met of namens het ‘lam van satan’? Daarover gaan de laatste verzen van Openbaring 13.

- 10 april 2022 -


Vers 16 – 18

Het merkteken van het beest

‘En het maakt dat men aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd; en dat niemand kan kopen of verkopen dan wie het merkteken heeft: de naam van het beest of het getal van zijn naam. Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat die het getal van het beest berekenen, want het is het getal van een mens en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.’


(1) Wie maakt dat aan allen een merkteken wordt gegeven?

(2) Wie zijn de ‘men’ die het merkteken daadwerkelijk geven aan alle mensen?

(3) Aan welke groepen in de ‘samenleving’ wordt het merkteken gegeven?

(4) Wat wordt er bedoeld met het merkteken?


(1) Wie maakt dat aan allen een merkteken wordt gegeven?

Dit gedeelte, eindigend met het getal 666 is zeer bekend en wordt ook zeer vaak volledig uit zijn verband gebruikt. Het voordeel daarvan is dat het bij een breed publiek bekend is. Het nadeel is dat het onderwerp aan slijtage onderhevig wordt omdat het al op zoveel zaken is toegepast, die het niet bleken te zijn. Om die laatste reden mag dit gedeelte nooit buiten het verband worden getrokken waarin de Bijbel het vermeldt. En dat verband is het optreden van het beest uit de aarde, de leider van Israël, in nauwe samenwerking met het beest uit de zee, de leider van een hersteld Romeins rijk, die gezamenlijk alle macht in de wereld naar zich toe hebben getrokken. Of liever: van satan hebben ontvangen. Deze situatie heeft zich noch nooit in de wereld voorgedaan.

Er was een tijd, onder keizer Tiberius, waarin Israël en Rome het uitstekend met elkaar konden vinden en gezamenlijke financiële belangen hadden in de tempeldienst. Die belangen kwamen onder druk te staan door Iemand Die door grote lagen in de bevolking als de Messias werd beschouwd en Die ook daadwerkelijk de Messias was. Sterker. Hij was God, Die als Mens te midden van zijn volk verscheen. ‘Hij kwam tot het zijne maar het zijne heeft Hem niet aangnomen’. Hij werd gezien als lastpost, die zo snel mogelijk uit de weg moest worden geruimd om daarmee de belangen van tempel en stad veilig te stellen. Het omgekeerde was het gevolg. In het jaar 70 werden tempel en stad verwoest en een kleine 1900 jaar bleef die situatie gehandhaafd.

Maar sinds een jaar of 75 zijn het land Israël en de stad langzamerhand onder controle gekomen van het volk Israël (hoewel Jeruzalem volgens een VN-verklaring uit 1951 officieel interntationaal territorium is, onder beheer van de VN). Alleen de tempelberg is nog een probleem. Daarom kon de tempel al die tijd niet worden herbouwd. Het boek Openbaring leert ons dat Israël en Rome opnieuw een gezamenlijk belang zullen hebben bij een tempel in Jeruzalem. We zagen dat heel duidelijk in Openbaring 11:1, 2, waar staat: ‘En mij werd een rietstok gegeven aan een staf gelijk en gezegd: Sta op en meet de tempel van God en het altaar en hen die daarin aanbidden’. Op dat moment moet op het gezicht van Johannes een lach zijn verschenen. Mogelijk dacht hij dat het allemaal nog weer goed zou komen met de tempel. Johannes schreef Openbaring rond het jaar 95, toen de tempel al meer dan twee decennia verwoest lag. Maar uit het vervolg van de Openbaring blijkt dat geen sprake was van rozengeur en maneschijn: ‘En de voorhof, die buiten de tempel is, verwerp die en meet die niet, want hij is aan de naties gegeven, en zij zullen de heilige vertreden tweeënveertig maanden lang.’ Het begin van de boodschap was zoet als honing maar in de maag zou het bitter zijn.

Israël en Rome zullen de tempel op een gruwelijke manier misbruiken door daar ‘de gruwel van de verwoesting’ te plaatsen. Allereerst zet ‘het beest uit de zee’ zichzelf in de tempel onder de verklaring God te zijn. Vervolgens wordt een beeld van het beest uit de zee gemaakt. Er staat niet of dat in de tempelgebouwen zal worden opgesteld. Bij de voorgaande ‘gruwel van verwoesting’ van circa 180 voor Christus, door Antiochus Epiphanes, de Griekse vorst van het Seleucidische rijk, was dat wel het geval. Hij liet een beeld van Zeus in de tempel te Jeruzalem oprichten. Maar hoe dat in de eindtijd ook zal zijn, het kader van het merkteken van het beest dat de Bijbel geeft is zeer duidelijk: (1) Er is een wereldwijde heerschappij van een hersteld Romeins rijk, (2) De macht van dat Romeinse rijk wordt uitgeoefend vanuit Jeruzalem en (3) Die machtsuitoefening vind plaats vanuit een herbouwde tempel. En (heel belangrijk) (4): deze ongelimiteerde wereldwijde tirannie zal niet langer dan 42 maanden, dat is 3,5 jaar duren.

Aan geen van deze drie voorwaarden is ooit eerder voldaan en zeker ook vandaag de dag nog niet. Er zijn veel rare dingen aan de hand maar zo bont heeft men het nog niet gemaakt. Echter, wat we wel zien is dat de weg naar deze kortstondige periode van ellende al eeuwen lang in voorbereiding is. Zoals een rivier van honderden kilometers uitmondt in een waterval van slechts enkele honderden meters, zo is Openbaring 13 het eindstation van een zeer lang historisch proces. En dat is dan ook de reden dat we zo veel horen over ‘antichristen’ en ‘merktekens van het beest’ en getallen ‘666’. We lezen dat ook in de Bijbel zelf: Paulus schreef: ‘Want de verborgenheid van de wetteloosheid werkt al. Alleen hij die nu tegenhoudt, blijft totdat Hij weggenomen wordt’ (hoofdletter van mij – er is m.i. slechts één enkele macht die groter is dan de macht van satan, dat is de macht van God). Maar als in Paulus’ dagen al sprake was van de ‘verborgenheid van de wetteloosheid’, dan is dat in onze dagen zeker het geval.

Maar het is een ‘verborgenheid’. Vanwege de macht van Gods Geest, die woont in de gemeente, moet de duivel alles in het geheim doen. Het zijn de geheime genootschappen, die zich buiten de samenleving hebben geplaatst en die zich van buiten als goed bedoelende ‘christelijke’ organisaties voordoen. Maar daarbinnen wordt de duivel gediend en daarbinnen zijn de laatste jaren van de wereldgeschiedenis al vele eeuwen in voorbereiding. Het zijn organisaties op het ‘christelijke erf’, voortgekomen uit de christelijke geschiedenis van Rooms Katholicisme en Tempeliers. Het zijn bovendien organisaties die – typerend genoeg – nauw samenwerken met nazaten van het Joodse volk, waarover Jezus in Openbaring 2 en 3 opmerkingen maakt als: ‘...die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de satan’, en ‘Ik weet waar u woont, daar waar de troon van de satan is’ en ‘Maar tot u zeg ik, tot de overigen in Thyatira, allen die deze leer niet hebben, die de diepten van satan, zoals zij zeggen, niet hebben gekend…’ en ‘Zie Ik geef enigen uit de synagoge van de satan, die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen..’

Zodra de gemeente en de daarin wonende Heilige Geest van de aarde zijn weggenomen, zal de duivel met zijn kwade plannen volledig voor de dag komen en ze in zeer korte tijd (van in totaal zeven jaar) uitvoeren – onder grote druk vanuit de troon van God.

Ook Johannes schreef over de lange aanloop naar de laatste korte en hevige fase van de geschiedenis: ‘Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u hebt gehoord dat de antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristen gekomen, waaraan wij weten dat het het laatste uur is. Zij zijn van ons uitgegaan…’ (Johannes 2:18) En verderop doelt Johannes op ‘de geest van de antichrist’ (Johannes 4:3).

Wij maken derhalve al zeer lange tijd voorbereidingen mee voor het einde. Maar het is erg belangrijk om de voorbereidingen voor een zaak goed te onderscheiden van de zaak zelf. Die zaak is nog steeds niet gekomen, al lijkt het er sterk op de de voorbereidingen hun laatste stadium bereikt hebben. We leven zeer dicht op de opname van de gemeente, die in wezen de trigger is voor de laatste fase van de geschiedenis voor Jezus terugkeer.

Het merkteken van het beest zal worden geforceerd onder een gezamenlijke wereldregering door Rome en Israël. Maar wie wordt bedoelt met ‘het’ in de zin ‘ het maakt dat men aan allen, de kleinen en de groten...een merkteken geeft…’? De voorlaatste persoon die werd genoemd was ‘het beest uit de aarde’ (de leider van Israël), de macht die opdracht geeft tot het maken van het beeld van het beest uit de zee (de keizer van Rome). Maar daarna lazen we van dit beeld, dat het zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.’

En dan: ‘En het maakt dat men…’ Als we terugkijken naar het gehele hoofdstuk dan lezen we slechts op twee plaatsen dat iets of iemand iets ‘maakt’. In 13:12: ‘en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden…’ en in 13:’...het beeld van het beest zou spreken maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.’ In beide gevallen is het eindresultaat aanbidding. In het eerste geval aanbidding van het beest uit de zee door middel van misleiding. In het tweede geval aanbidding van het 'beeld van het beest', door dreiging met de dood. Kennelijk was de misleiding onvoldoende en weigerden velen gehoor te geven aan de misleidende oproepen tot aanbidding. Dergelijke ongehoorzaamheid moet worden gestraft.

Het is fascisme in optima forma. De fasces zijn een belangrijk beeld in het Romeinse recht, de roede met in het midden daarvan de hakbijl, voor de onthoofding ter uitoefening van de doodstraf, iets wat Paulus aan den lijve heeft ondervonden. Deze fasces zijn sinds de vorige eeuw weer sterk in opkomst. En niet alleen in nazi-Duitsland maar ook in de VS. Zie deze video.

De grote vraag is wie kan ‘maken’ wat er staat vanaf vers 16: Dat op het niveau van het individu wordt bepaald dat alleen gekocht en verkocht kan worden wanneer men is voorzien van een merkteken. Een charismatisch leider kan wel de hele wereld verleiden, door list en bedrog met mooi klinkende woorden op TV en social media. Echter bepalen dat een individu nergens terecht kan om een transactie af te sluiten, dat kan alleen een wereldwijd gecentraliseerd computersysteem. Echter dit computersysteem heeft geen verbinding met de geestelijke werkelijkheid, die nodig is om dit systeem wereldwijd aan de mensheid op te dringen. Hier ligt een belangrijk verband met de vijfde bazuin van Openbaring 9. De ‘uit de hemel op aarde gevallen ster’ krijgt de sleutel van de put van de afgrond waaruit rook opstijgt en uit die rook komen sprinkhanen voort. We hebben die rook uitgelegd als de verduisterende en verstikkende geestelijke invloed uit de wereld van engelen van voor de zondvloed (lucht en zon werden verduisterd). De koning van alles wat uit die ‘put van de afgrond’ opstijgt, is ‘de engel van de afgrond’. Dat is het beest dat uit de afgrond opstijgt, het beest uit de zee, volgens Openbaring 11:7 en 17:8. Zijn andere namen zijn in het Hebreeuws ‘Abaddon’ (verderf) en in het Grieks ‘Apollyon’ (verderver) (Openbaring 9:11). Daar hebben we een tweede link met Openbaring 17:8 (het gaat ten verderve) en tevens een link met 2 Thessalonicenzen 2:3 (de zoon van het verderf) en met Openbaring 11:18 (om te verderven die de aarde verderven).

Als men het hele gedeelte van het beest uit de aarde aan één stuk door leest, is duidelijk dat met de ‘het’ van ‘En het maakt dat men aan allen...een merkteken geeft…’ het beest uit de aarde wordt bedoeld en niet het beeld dat hij laat oprichten. Echter, dat beest uit de aarde kan die boosaardige invloed alleen maar uitoefenen door twee belangrijke zaken. (1) Het politieke gezag dat hij ontvangt van het beest uit de zee, dat is de feitelijke engel van de afgrond. (2) De enorme ‘intelligentie’- capaciteiten van het ‘beeld van het beest’, het gerobotiseerde AI-gestuurde computersysteem, dat over wereldwijde informatie beschikt van wie zich wel en wie zich niet heeft geconformeerd aan het systeem en dienovereenkomstig mensen kan uitsluiten van het betalingsverkeer en uiteindelijk zelfs kan laten doden (onder de zesde bazuin van Openbaring 9 die hiervoor reeds ter sprake kwam).


(2) Wie zijn de ‘men’ die het merkteken daadwerkelijk geven aan alle mensen?

In het licht van het voorgaande kan deze vraag kort beantwoord worden. De mensen die het systeem wereldwijd uitrollen en aanbrengen op de lichamen van mensen, zijn de sprinkhanen, die uit de rook van de put van de afgrond voortkomen, waarvan de ‘uit de hemel op aarde gevallen ster’ de sleutel ontving. Het is de door en door satanisch-demonische invloed die zich meester maakt van mensen, die zich reeds lang aan de systemen van deze wereld hebben geconformeerd en die zich op sleutelposities in de samenleving hebben laten plaatsen, hetzij door lidmaatschap van geheime genootschappen hetzij door slaafse gehoorzaamheid aan leden van dergelijke genootschappen.

Het is weer de tijd van ‘Befehl ist befehl’, kadaverdiscipline, ‘do as you’re told’, ‘obey without thinking’ of hoe men het ook wil noemen. Het is de kritiekloze opstelling waar Duitsland zich 75 jaar lang voor heeft moeten schamen maar die nu wereldwijd weer van mensen wordt geëist. Na 75 jaar lang het mantra van ‘nie wieder’ te hebben herhaald, denkt iedereen dat ‘dit’, concentratiekampen en dergelijke, niet meer kan gebeuren en vervolgens valt de wereldbevolking slaafs ten prooi aan een wereldwijd systeem waarbij vergeleken de Duitse concentratiekampen niet veel meer voorstelden dan ‘Kindergarten’. Iedereen die dit leest en die zich herkent in dit schrijven vragen we hierbij direct uit alle verbanden te stappen die met de uitrol van het systeem van het beest te maken zouden kunnen hebben. Een kritiekloze slaafse opstelling, waarbij de innerlijke band met Christus is zoekgeraakt, is een weg naar de ‘verbranding’, waar de Heer Jezus voor waarschuwde in Johannes 15:6.

Wat in Openbaring 13 ‘het merkteken’ wordt genoemd dat op het voorhoofd op de rechterhand moet worden aangebracht, wordt in Openbaring 9:5, 10 een ‘schorpioensteek’ genoemd, die de mensen ‘schade’ toebrengt. Dat Grienkse woord onder ‘schade’ wordt in vrijwel alle gevallen vertaald als ‘onrecht’. Het is namelijk onrecht ten aanzien van geest, ziel en lichaam van de persoon omdat het leidt tot ‘de tweede dood’ van die persoon, die eveneens wordt aangeduid met dit zelfde Griekse woord ‘schade’, in de belofte aan de overwinnaars van Smyrna. ‘Wie overwint zal geenszins van de tweede dood schade lijden’.


(3) Aan welke groepen in de ‘samenleving’ wordt het merkteken gegeven?

Het is zeer typerend hoe de samenleving wordt opgesplitst bij het uitrollen van het systeem van het beest: ‘allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven’. Dit zijn drie verschillende dwarsdoorsnedes van de samenleving in sociale klassen. Dit is kenmerkend voor het systeem van het beest uit de aarde, de economische macht. Bij de beschrijving van de politieke macht van het beest uit de zee werd de wereldbevolking gesplitst in ‘elk geslacht en volk en taal en natie’.

Een eerdere opsplitsing van mensen in sociale klassen, zagen we onder het zesde zegel van Openbaring 6, bij de grote wereldwijde aardbeving: ‘En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich…’. Wat we daar missen zijn de ‘kleinen’ en de ‘armen’. Hoefden die zich niet te verbergen? Het is wat speculatief maar het zou best zo kunnen zijn, dat de beving voor de ‘kleinen’ en de ‘armen’ een ontsnappingsmogelijkheid was uit het corrupte systeem van de ‘koningen, de groten, de oversten over duizend, de rijken, de sterken en de vrijen en de slaven’, waarin zij gevangen zaten. Dat de kleinen en de armen hier, in Openbaring 13, wel als afzonderlijke categorieën worden genoemd, is omdat het systeem in korte tijd weer werd opgebouwd en de gevangenis hen weer insloot. De ‘dodelijke wond’ van het beest vanwege ‘het zwaard van de Almachtige’, werd immers genezen.

Je zou zeggen dat ‘groten, rijken en vrijen’ min of meer op hetzelfde neer komen, net als ‘kleinen, slaven en armen’. Maar dat is niet het geval. Bij ‘groten’ moeten we denken aan mensen met grote politieke invloed. Maar dat hoeven niet persé ‘rijken’ te zijn, hoewel dat vaak wel het geval is. Denk hierbij aan geheime genootschappen als de Jezuïeten, die in principe over weinig vermogen beschikken maar door hun organisatietalent en vooral hun principes van ‘kadaverdiscipline’ en ‘het doel heiligt alle middelen’ een enorme invloed hebben verworven. Bij ‘rijken’ zonder al te veel invloed kunnen we denken aan zeer vermogende mensen, die hun kapitaal hebben verdeeld over vele ondernemingen, waardoor ze geen ‘invloed van betekenis’ hebben op aandeelhoudersvergaderingen. Of rijken die slecht één enkele onderneming beheersen maar daarin sterk afhankelijk zijn van andere schakels in hun netwerk. Ook slaven kunnen in opdracht van hun meesters grote invloed uitoefenen. Denk aan Malchus, de slaaf van de hogepriester, die de leiding had bij de arrestatie van Jezus in de hof van Gethsémané.

Gods wetmatigheden voor de geschiedenis van de mensheid, namelijk dat het de armen zijn die gezegend zijn omdat het koninkrijk van God van hen is (Lukas 6:18) en dat het de armen van de wereld zijn, die rijk zijn in het geloof (Jacobus 2:5) zullen in extreme mate gelden gedurende de grote verdrukking. Immers, de armen en de kleinen hebben over het algemeen weinig te verliezen in deze wereld en zij zullen gemakkelijker ‘hun leven kunnen laten’. Want daar draait het om in die zeer moeilijke periode: ‘Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen maar wie zijn leven haat in deze wereld zal het behouden tot het eeuwige leven’ (Johannes 12:25 – zie ook: Mt.10:39, 16:25, Mk.8:35, Lk.9:24, 17:33). Daar komt het op aan in die die afgrijselijke 3,5 jaar: de bereidheid om je leven erbij in te schieten om maar buiten het demonische Godonterende systeem van het beest te blijven en behouden te worden voor de eeuwigheid.

De mensen die de afzondering of de dood verkiezen boven deel uit te maken van een verkeerd systeem, worden in het gedeelte over het beest uit de zee, in Openbaring 13:7, ‘heiligen’ genoemd – afgezonderd van het systeem en dus behouden voor God. De groten en de rijken zullen heel wat meer moeite hebben om zich van het systeem te distantiëren. Niet alleen behoren zij deels tot degenen die het systeem introduceren. Daarnaast hebben zij bij buitensluiting uit het systeem ook bijzonder veel te verliezen en dan geldt wat de Heer Jezus zei over de rijke jongeling in Mattheüs 19:23: ‘Jezus zei tegen Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u dat een rijke moeilijk het Koninkrijk der hemelen kan binnengaan.’


(4) Wat wordt bedoeld met het merkteken?

Over deze vraag is zowel in boeken als op het internet al zeer veel geschreven. Belangrijk is ook hier dichtbij de Bijbelse gegevens te blijven. Er staat in het Grieks: ‘Charagma’, hetgeen betekent ‘kras’ of ‘ets’ door een scherp voorwerp, zodat een figuur, een beeld, wordt gevormd. Behalve als indicatie van het ‘merkteken van het beest’ komt het Griekse woord alleen nog voor in Handelingen 17:29, in het betoog van Paulus tegenover de Atheners, waarbij hij de God van hemel en aarde contrasteert met de goden in het Griekse Pantheon, beelden van steen en metaal: ‘Daar wij dan van zijn geslacht zijn behoren wij niet te menen dat de Godheid gelijk is aan goud, zilver of steen, aan beeldwerk (daar heb je het: Charagma’) van menselijke kunst en vinding.’ En vervolgens waarschuwt hij de Atheners voor de Mens, die God heeft aangesteld om ‘het aardrijk’ te oordelen.

Is het niet treffend dat in de jaren vlak voor de komst van die Mens en de totale vernietiging die Hij gaat brengen over het aardrijk, datzelfde aardrijk exact datgene gaat doen waarvoor Paulus hier waarschuwt, in een mate en op een manier waarvan nooit eerder in de geschiedenis zelfs maar sprake is geweest? Niet alleen wordt een beeld opgesteld van ‘het beest uit de zee’, dat moet worden aanbeden maar daarnaast wordt een ‘beeld van het beest’ in ieders lichaam ingegraveerd ‘met een scherp voorwerp’, op de rechterhand of op het voorhoofd.

Zeer belangrijk is de opmerking van Paulus over het ‘van Gods geslacht zijn’. Want omdat wij van zijn geslacht zijn, ‘behoren wij niet te menen dat de Godheid gelijk is aan goud, zilver of steen’. Het lijkt of de satan op de Areopagus in Athene met Paulus heeft meegeluisterd en heeft gedacht de Godheid te veranderen in een beeld en vervolgens de mensheid van ‘dat geslacht’, namelijk van 'het geslacht van het beeld’ te maken. Maar het gaat hier niet alleen maar om een beeld van een bepaald materiaal. Het gaat om een beeld ‘dat adem krijgt en dat spreekt en dat maakt dat ieder die het niet aanbidt, gedood wordt. Het gaat om een beeld dat zelfstandig kan spreken en beslissen en daarvoor de informatie in zichzelf heeft, een wanstaltige nabootsing van de alwetende God. Van dát geslacht wil de duivel dat alle mensen worden ‘gemaakt’ en daartoe krijgen zij iets in hun lichaam ‘ingegraveerd’ en eveneens ‘ingespoten’ met een ‘scherp voorwerp’ waardoor ‘hun geslacht’ als schepsel van God verandert in ‘geslacht’ als schepsel van ‘het beest’. Het beeld van die vertegenwoordigende alwetendheid zal zeer waarschijnlijk in in Jeruzalem worden opgesteld, in de tempelgebouwen, als onderdeel van de gruwel van verwoesting.

Dit veranderen van het 'menselijk geslacht', naar het voorbeeld van de door de mens in dienst van satan gecreëerde god, is niet anders dan het knoeien aan het DNA van de mens om de eigendomsrechten te laten overgaan van de Schepper-God op de instantie die achter deze wanvertoning schuil gaat, de duivel. Dit is de eigendomsoverdracht waar de duivel al vanaf de hof van Eden achteraan zit. Er zit een zeer sinister verschil tussen dit eindstation van de gevallen mensheid en de lispelende leugens van de duivel aan het begin. Het ‘u zult niet sterven’ blijkt al 6000 jaar lang een pertinente leugen. Maar met de aanpassing aan het menselijk DNA, dat is het knutselen aan de geslachtslijn vanaf de Allerhoogste, wordt getracht daar verandering in aan te brengen. Vandaar dat degenen die in het parallelgedeelte na de schorpioensteek de dood zoeken, die niet kunnen vinden. Want de dood vlucht van hen weg (Openbaring 9:6). Probeert de duivel zijn leugen ‘gij zult niet sterven’ om te draaien naar een belofte die hij hier inlost?

Maar de tweede leugen ‘...u zult als God zijn kennende goed en kwaad’, die op een belofte van vrijheid leek, wordt hier een bikkelharde leugen want geen mens op aarde mag zelf bepalen wat goed en kwaad is. Alle autonomie is volledig verdwenen. Het ‘you will own nothing and be happy’ is hier tot het uiterste doorgedreven. Mensen hebben zelfs geen vrije wil en geen privacy meer. Ze zitten in een vreselijke wereldwijde digitale gevangenis. Al hun gangen en transacties worden nagegaan en in alles moeten ze gehoorzaam zijn aan het systeem dat voor ieder mens bepaalt wat ‘goed en kwaad’ is. En dat systeem gaat daarbij volledig in tegen het door God gegeven geweten. ‘Hij zal erop uit zijn tijden en wet te veranderen’, schreef Daniël al over het beest uit de zee. In Openbaring 13 is het zover. Via het wereldwijde AI-gerobotiseerde computersysteem (het beeld van het beest) en de koppeling daaraan door middel van het merkteken van het beest (het beeld van het beest in het lichaam) worden de wetten van het beest als een vreselijke tirannie aan de wereldbevolking opgelegd.

- 12 april 2022 -

Rechterhand & voorhoofd

Er is nog een belangrijk verband tussen enerzijds de ‘rechterhand of het voorhoofd, waar het merkteken van het beest bij de wereldbevolking moet worden aangebracht, en anderzijds de plaats waar de gelovige Jood de wet van God op zijn lichaam draagt: op het voorhoofd en op de arm: de tefillien. God zegt van de woorden die Hij tot zijn volk spreekt: Deuteronomium 6:8 ‘U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.’ Hetzelfde lezen we in Exodus 13:9 ‘En het moet voor u als een teken op uw hand zijn, en als een herinnering tussen uw ogen, opdat de wet van de HEERE op uw lippen is, want de HEERE heeft u met sterke hand uit Egypte geleid.’ en in Deuteronomium 11:18 ‘Daarom moet u deze woorden van mij in uw hart en in uw ziel prenten. Bind ze als een teken op uw hand, en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.’ Wat de ‘wetteloze’ van Openbaring 13 doet is de wetten van God vervangen door een merkteken waarmee kan wordt gekocht en verkocht. Dat laat zien dat de ‘wetten’ van de ‘wetteloze’ slechts draaien om ‘handel’, de uitwisseling van zaken in het economisch verkeer. Er zit een enorme tegenstrijdigheid in het syteem van het beest. Aan de ene kant wordt de massa gedegradeerd tot een bezitsloos bestaan want alles is in feite in bezit genomen door het systeem. Zonder het systeem is niemand in staat tot een transactie. Aan de andere kant wordt aan de massa opgelegd om het verrichten van transacties als uitgangspunt van de samenleving, het recht, de ethiek en zelfs de religie te maken. Alles draait om het geldsysteem, zozeer dat dit wordt ingegraveerd in de lichamen van mensen.

Wat een hemelsbreed verschil tussen de heerschappij van het beest uit de aarde, 'dat eruit ziet als een lam' en het échte Lam van God. We zagen al dat het beest uit de aarde niet zelf wordt geslacht, zoals het Lam van God, maar massa's mensen voor zichzelf laat afslachten via het beeld, waaraan hij adem gaf en via de politieke leider, het beest uit de zee. Maar het gaat nog verder. Het beest uit de aarde eigent zichzelf alle aardse bezit op van hen die mogen blijven leven. Zij 'die op de aarde wonen' hebben feitelijk geen enkele zeggenschap meer want alles is overgegaan in de macht van 'het beest uit de aarde'. Door zijn systeem via het beeld van het beest aan hen op te dringen, zijn ze zijn eigendom geworden en bezitten ze feitelijk niets meer. Zonder hem kunnen ze geen vin verroeren. Maar de verlosten van het Lam van God kunnen zingen: 'U bent geslacht en u hebt voor God gekocht met uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie en hebt ons voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters...en wij zullen over de aarde heersen' (Openbaring 5:9, 10).

Voorts is van belang nogmaals op te merken dat een inscriptie of de hand of het voorhoofd ook een teken is van eigendom. De mensen die zich onderwerpen aan het systeem worden daarmee eigendom van het systeem. Het systeem schrijft zijn ‘zegel’, zijn eigendomskenmerk, de naam van het beest, op hun rechterhand of voorhoofd. Als geschapen wezen is elk mens eigendom van God. Zo staat er bijvoorbeeld in Job 37:7 ‘Hij verzegelt de hand van ieder mens, zodat alle mensen Zijn werk kennen.’ Gelovigen zijn daarnaast verzegeld met de Heilige Geest (2 Ko.1:22, Ef.1:13, Ef.4:30). Maar mensen die ‘de naam van het beest’ als zegel in hun lichaam ontvangen, dragen ‘het wezen’ van het beest met zich mee. Dat is in feite de duivel. De misleider, de leugenaar, de moordenaar en de tegenstander. Zij hebben zich zozeer door de duivel laten inkapselen, dat ze zijn eigendom zijn geworden, zijn ‘kinderen’, iets wat Jezus reeds opmerkte over de Joden die Hem wilden vermoorden. Zij dachten dat ze kinderen van Abraham zijn maar Jezus legde ze uit dat ze de duivel als vader hadden (Johannes 8:44). Tot slot gaat de invloed van satan in de eindtijd misschien zelfs zo ver, dat ‘het zaad van de slang’ letterlijk kan worden ingebracht in het menselijk gen, zoals God had gezegd tegen de slang: ‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad’. Er zijn aanwijzingen dat de Covid-crisis, die begon in 2020 een aanloop is naar dit monsterachtige scenario. Zie daarvoor deze video.

- Uitbreiding: 14 april 2022 -

openbaring

van Jezus Christus

Openbaring 12

Openbaring 13

Openbaring 14