de juiste vraag

'maar u krijgt niet, omdat u niet bidt'

De lucht is helder, deze avond. De hemel is bezaaid met sterren. Als je ze kent, kun je de sterrenstelsels onderscheiden. Hoe ver weg staan de sterren? Ver. Erg ver. Onbereikbaar ver. Vergeet de theorie van de platte aarde. Het is desinformatie waarmee het internet sinds 2010 is volgepompt om de echte informatie over fake maanlandingen, die steeds omvangrijker en overtuigender en bekender en professioneler en diepgaander begon te worden, eronder te bedelven. Alleen informatie wissen was niet voldoende. Als je hier diep in wil duiken: ga je gang. Hier een belijdenis. En hier nog wat info.

De aarde is een onvoorstelbaar kleine bol in een onvoorstelbaar groot heelal. De dichtstbijzijnde ster staat iets meer dan vier lichtjaren bij ons vandaan. Een lichtjaar is 9,46 biljoen kilometer. Dat is 9,46 miljoen keer miljoen kilometer. De dichtstbijzijnde ster staat daarmee op een afstand van circa 40 miljoen keer miljoen kilometer. De raketten van Elon Musk kunnen een snelheid bereiken van 28.000 kilometer per uur. Een dergelijke raket zou er 1.428 jaar over doen om de dichtstbijzijnde ster te bereiken. Als we aan het begin van de Middeleeuwen een dergelijke raket hadden gehad en afgeschoten, dan zou die de ster nu zo ongeveer hebben bereikt. De vraag die veel mensen op basis van dergelijke informatie stellen is: hoe kan er een God bestaan bij de wetenschap van een dergelijke omvang van het heelal?

Maar is dit de juiste vraag? De omvang van het heelal maakt de werkelijkheid niet minder complex dan we dachten. Integendeel. Die werkelijkheid blijkt oneindig veel complexer. Want ook al staan die sterren allemaal zo ongelofelijk ver weg, ze vormen een zeer stabiel schouwspel aan het hemelgewelf, waarbij zwaartekrachtvelden, afstanden, bewegingen en ontwikkelingen in sterren en planeten een ontzaglijk harmonieus en evenwichtig spel spelen. De gehele sterrenhemel lijkt wel gemaakt als klokwerk. Sterker nog. Het is ook bedoeld als klokwerk en zo wordt het daarom al duizenden jaren door mensen gebruikt, als aanduiding voor dagen, maanden, jaren en tijden. Waar komt die harmonie in het heelal vandaan?

En wat geldt voor het onmetelijk grote geldt ook voor het onmetelijk kleine. Iedere cel in elk levend wezen is gebleken een bijna oneindig complexe fabriek te zijn, met hele bibliotheken aan informatie waar de onderdelen van de cel voortdurend gebruik van maken bij al hun functioneren in onderlinge wisselwerking en samenhang. In plaats van de vraag te stellen: hoe kan er een God zijn gegeven de onmetelijke grootheid en complexiteit van de werkelijkheid waarin wij leven, kun je ook de vraag stellen, die David stelde: ‘Wat is de mens dat U hem gedenkt. Wat is de mensenzoon dat U acht op hem geeft?’

Is het geen wonder, dat die grote God, die het oneindig grote, het oneindig kleine en het oneindig complexe heeft gemaakt, speciaal is geïnteresseerd in jou en mij? Jezus vertelde zijn discipelen dat de aandacht van God voor de mens zelfs zover gaat, dat Hij zelfs alle haren van ons hoofd heeft geteld. Het is onvoorstelbaar, dat deze grote God een klein mensenkind heeft willen worden en zich onder zijn schepselen heeft willen begeven, ja zozeer, dat Hij Zich ten slotte heeft laten kruisigen, zodat die schepselen weer bij Hem konden komen.

Wat veel mensen dan doen is het omgekeerde als wat ze doen bij de omvang van het heelal: het heelal vinden ze te groot, dat een God zou kunnen bestaan die het heeft geformeerd. Maar met de zonden is het ineens omgekeerd. Dan stellen ze God heel groot voor en het probleem van de zonden klein en vragen: als God zo groot is, dan kan Hij die zonden toch ook zo wel in de vergetelheid laten verdwijnen? Daar hoeft Hij toch niet voor op aarde te komen en in eigen Persoon voor te sterven?

De kernvraag in alles is eigenlijk: Hoe groot is iets in de ogen van de Schepper God? In onze ogen is het heelal onmetelijk groot en zijn onze zonden onooglijk klein. Maar voor God zou het wel eens heel anders kunnen zijn. Het heelal is voor Hem kinderspel. Maar onze zonden zijn voor Hem een levensgroot probleem. Punt is: het heelal is geen morele kwestie en onze zonden wel. God is gebonden door niets anders dan alleen Zichzelf. Zijn almacht bindt Hem op geen enkele manier om het heelal te besturen. Integendeel in het bestuur van het heelal leeft Hij Zich uit in zijn almacht en zijn trouw.

Echter, zijn liefde en zijn gerechtigheid en zijn waarheid binden Hem wel in het zomaar wegstoppen van menselijke zonden. Zijn liefde en gerechtigheid en waarheid vragen Hem hiermee de dealen. En de enige manier die er voor Hem was om hiermee te dealen, was dat Hij Zelf de zonden van mensen in Zich zou opnemen, als Mens, gekomen voor mensen, zodat tegelijkertijd aan zijn liefde en aan zijn gerechtigheid en aan zijn waarheidzou worden voldaan.

In één ding blijf Hij echter afhankelijk van de mens. En dat is dat die mens zelf instemt met deze oplossing. Want alleen dan bezit deze oplossing juridische geldigheid binnen Gods verlossingsplan. Het is aan jou om aan God die juridische geldigheid te geven voor zijn reddingsplan met jou. Geef je het dan wel even door, aan God?

‘Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’

- 2 december 2021 -

jij

Keer tot Mij terug want Ik heb je verlost.