grafdoeken

De grafdoeken van Jezus krijgen een belangrijke plaats in de evangeliën. ALLE EVANGELISTEN noemen het stuk linnen dat Jozef van Arimathéa kocht voor de begrafenis van Jezus. Jozef nam het lichaam van Jezus van het kruis, wikkelde het in het linnen en legde het in een nieuw graf, dat hij voor zichzelf in een rots had uitgehouwen. Hij sloot het graf af door een steen voor de ingang van het graf te wentelen. Wat was de invloed van deze grafdoeken en waar zijn ze sinds de gebeurtenissen van Pasen gebleven?


Op de morgen van de opstanding worden de GRAFDOEKEN OPNIEUW genoemd. Gealarmeerd door Maria Magdalena over de weggerolde steen en het verdwenen lichaam, snellen Petrus en Johannes samen naar het graf. Daar ziet eerst Johannes de doeken liggen. Daarna volgt Petrus, die het graf zelfs binnen gaat. Johannes beschrijft de situatie als volgt in ZIJN WEERGAVE VAN HET EVANGELIE:

“En toen hij vooroverboog, zag hij de doeken liggen, maar toch ging hij er niet in. Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging het graf wel binnen en zag de doeken liggen. En de zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen maar afzonderlijk, opgerold, op een andere plaats.”

Hier is sprake van minimaal drie verschillende doeken: de zweetdoek, die op zijn hoofd was geweest, afzonderlijk opgerold op een andere plaats en ‘de doeken’, (meervoud, minimaal twee) waar deze niet bij lag.

Daarna vermeldt de tekst van het Johannesevangelie:

“Toen ging ook de andere discipel, die het eerst bij het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde. Want zij kenden de Schrift nog niet dat Hij uit de doden moest opstaan.”

Johannes had er meer moeite mee het graf te betreden dan Petrus. Dat kan te maken hebben met de Joodse wet, die zegt dat een mens door de aanraking van een graf gedurende ZEVEN DAGEN ONREIN is.

Toen hij dan toch ook naar binnen ging, trof hij daar iets aan wat de basis vormde voor zijn prille geloof in de opstanding. Het was geloven door iets te zien. Johannes geeft aan dat het op dat moment voor hem ook niet anders kon omdat ze de schrift nog niet kenden. Voor de miljoenen die na hem kwamen, was het geloof uit het gehoor, het horen van de Schrift. Maar Johannes was de eerste die tot geloof kwam in de opstanding van Jezus en wel door wat hij op dat moment zag in het graf: de doeken.

Terwijl hij de doeken daar zo zag liggen, schoot plotseling de enige mogelijkheid Johannes door het hoofd. En misschien heeft hij het op dat moment met grote blijdschap in zijn verraste stem uitgedrukt: ‘Petrus, Hij leeft!... Het kan niet anders. Hij leeft!’

Want zou iemand, die het lichaam stal, dat niet met doeken en al stelen? Waarom zou een dief van het lichaam, het uit de doeken wikkelen om geconfronteerd te worden met de tekens van de zware folteringen? En was een in linnen gewikkeld lichaam niet veel gemakkelijker te dragen dan een ontbloot lichaam? De lege doeken lieten voor Johannes maar één mogelijkheid over: de Heer was opgestaan en nieuwe hoop doorstroomde zijn ziel: ‘Petrus, Hij leeft!’

Later is Petrus NOGMAALS NAAR HET GRAF gegaan, toen de vrouwen berichtten dat ze engelen hadden gezien, die vertelden dat Jezus was opgestaan. We lezen dat de discipelen hen niet geloofden en vervolgens:

‘Maar Petrus stond op en snelde naar het graf en toen hij zich vooroverboog, zag hij alleen de linnen doeken liggen. En hij ging weg en verwonderde zich over wat er gebeurd was.’

De linnen doeken, die daar, zonder lichaam van Jezus, in het graf lagen, krijgen een belangrijke plaats in de evangeliën en hoe ze daar lagen. Voor Johannes waren ze de eerste glimp van geloof, voor Petrus een bron van verwondering. En er is nog veel meer over deze doeken te melden.

jezus

Hij die was en die is en die komt

Geschilderd